Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera walyunga

Drosera walyunga

Een dwergzonnedauw van West-Australië, in 1992 beschreven door N.G. Marchant en Allen Lowrie. De naam walyunga komt overeen met die van Walyunga National Park in de Avon-vallei ten noordoosten van Perth, en verwijst vermoedelijk naar de omgeving waar de plant werd gevonden. Over deze soort zijn in de voor deze gids toegankelijke bronnen weinig bijzonderheden te vinden; de tekst is daarom kort.

Drosera walyunga
Foto: yatesy — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons
Drosera walyunga — de standplaats
De standplaats · Foto: yatesy — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons
Drosera walyunga — de bloem
De bloem · Foto: Jeremy Jones — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons
Drosera walyunga — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: Hugo Innes — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een dwergzonnedauw met de voor de groep typische bouw: een rozetje van gesteelde, ronde bladschijfjes met tentakels rond een knop van steunblaadjes, waaruit een dunne bloeiwijze opstijgt. Bloemkleur, bloeitijd en maten van blad en bloem zijn in de geraadpleegde bronnen niet vermeld; alle maatvelden blijven leeg.

Gelijkende soorten

Zonder gepubliceerde kenmerken kan hier geen betrouwbaar onderscheid met verwante dwergzonnedauwen worden gegeven. Gebruik een actuele sleutel, zoals die in Lowrie (2013), en let op stipelknop, beharing en stempels.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval op miniatuurschaal. Elk bladschijfje, vaak niet groter dan een speldenknop tot enkele millimeters, draagt aan de rand en op de bovenzijde gesteelde klieren met een glinsterende, kleverige druppel; de randtentakels zijn meestal het langst. Een diertje dat de druppels raakt blijft vastzitten, waarna de tentakels zich naar het midden van het schijfje buigen en de prooi tegen de verterende klieren drukken. De klieren scheiden enzymen af en nemen stikstof, fosfor en mineralen op uit wat oplost. Door het formaat bestaat de vangst uit het allerkleinste: springstaarten, mijten, bladluizen, trips en minuscule muggen die over of vlak boven de zandbodem bewegen.

Standplaats en ecologie

Standplaatsgegevens zijn in de geraadpleegde bronnen niet gevonden. De toegekende codes — lateriet en open bosland (D3, B6) — zijn een voorlopige inschatting op grond van het landschap van de Darling Range en de Avon-vallei, waar de naam naar lijkt te verwijzen, en geen gepubliceerde waarneming.

Verspreiding en hoogte

Endemisch voor Zuidwest-Australië; vermoedelijk in de omgeving van de Avon-vallei ten noordoosten van Perth. Een nadere begrenzing is in toegankelijke bronnen niet gevonden. Hoogtegrenzen zijn niet gepubliceerd.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. Het donkere vak is het enige hok van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt. Het zegt waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Beschreven door N.G. Marchant en Allen Lowrie in 1992 en geplaatst in sectie Lamprolepis, de dwergzonnedauwen. Er worden geen ondersoorten of variëteiten onderscheiden.

Waar en wanneer te zien

Raadpleeg vóór een bezoek FloraBase of een plaatselijke plantenvereniging. Walyunga National Park is vanuit Perth goed bereikbaar en in de late winter en het voorjaar rijk aan bloeiende planten; zoek eventuele dwergzonnedauwen op open plekken langs de paden, en blijf op die paden.

Staat van instandhouding

Op de IUCN-Rode Lijst als niet bedreigd (LC) beoordeeld; niet in CITES. Nadere gegevens over populaties en bedreigingen zijn in de geraadpleegde bronnen niet gevonden.

Wetenschappelijke naam

Drosera walyunga | Marchant & Lowrie, 1992

Drosera walyunga werd in 1992 beschreven door Neville Gordon Marchant en Allen Lowrie, gepubliceerd in Kew Bulletin, deel 47(2), pagina 328. Het holotype werd op 8 november 1984 verzameld door A. Lowrie, "aan O'Brien Road, ca. 12 km ten noorden van Toodyay Road" in Zuidwest-Australië — het gebied van het huidige Walyunga National Park, waar de soort groeit in en rond winterse, vochtige bronnen en kwelplekken. De naam walyunga is een toponiem: hij verwijst rechtstreeks naar het Walyunga National Park in West-Australië, de enige bekende groeiplaats van deze soort.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.