Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera whittakeri
Drosera whittakeri
Drosera whittakeri is een knolvormende zonnedauw van Zuid-Australië die in de winter en lente als een platte, vaak felgekleurde rozet op de grond ligt en in de zomer ondergronds overleeft. De bloemen geuren, wat hem in het Engels de naam 'scented sundew' opleverde. De soortnaam eert Joseph Whittaker, een botanicus uit Derbyshire die in 1839 en 1840 zo'n driehonderd plantenexemplaren rond Adelaide verzamelde.




Herkenning
Een vlakke rozet van 4 tot 8 cm breed, die in het natte seizoen uit een ondergrondse knol groeit. De bladeren zijn breed spatelvormig, 10 tot 15 mm lang en 9 tot 13 mm breed, en groen, oranjegeel of rood van kleur, afhankelijk van standplaats en licht. Uit het hart verschijnen korte bloeistengels met in totaal tot twintig witte, geurende bloemen, waarvan er meerdere tegelijk open staan. De plant vormt geen uitlopers: elke rozet staat op zichzelf.
Gelijkende soorten
De naaste verwant is Drosera aberrans, lang als ondersoort van D. whittakeri beschouwd. Het verschil zit in de groeiwijze en de bloei: D. aberrans vormt ondergrondse uitlopers en daardoor dichte kolonies, en heeft minder bloemen per plant; D. whittakeri heeft geen uitlopers en meer bloemen. D. schmutzii van Kangaroo Island heeft zeer smalle, klierloze bladstelen, halfopstaande bladeren en enkele kransstandige bladeren los van de rozet. D. spatulata heeft kleinere, langwerpige lepelbladeren en geen knol.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval. De tentakels op de brede bladschijven vangen kleine insecten die over de grond kruipen of laag vliegen; de tentakels buigen naar de prooi en de bladschijf kan enigszins om de vangst heen krullen. Omdat de plant alleen in het koele, natte seizoen boven de grond staat, valt de vangst vooral in de Australische winter en lente.
Standplaats en ecologie
Open bosland en heide op zandige tot kleiige grond, die in de winter vochtig is en in de zomer uitdroogt (B6, B5). De plant ontloopt de hete, droge zomer door zich terug te trekken in zijn knol; in de herfst, wanneer de regens komen, loopt hij weer uit.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in Zuid-Australië. Oudere bronnen noemen ook Victoria, maar volgens VicFlora hebben die opgaven betrekking op D. aberrans, en komt D. whittakeri in strikte zin alleen in Zuid-Australië voor. De gebiedsomschrijving 'Zuidwest- en Zuid-Australië' is dus te ruim: de soort komt niet in Zuidwest-Australië (West-Australië) voor. Hoogtegrenzen zijn in de geraadpleegde bronnen niet gepubliceerd; het hoogteveld blijft leeg.
- Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Vormen en variatie
Planchon beschreef de soort in 1848. Lange tijd werden twee ondersoorten onderscheiden, maar in 2008 verhieven Lowrie en Conran de vroegere ondersoort aberrans tot de zelfstandige soort D. aberrans. Daarmee is D. whittakeri in strikte zin een soort met een kleiner areaal geworden. Oudere literatuur en herbariumetiketten gebruiken de naam vaak in de brede zin.
Waar en wanneer te zien
Zoek van de late herfst tot de lente, met als hoogtepunt de bloei van winter tot vroege lente, in open bosland en heide in Zuid-Australië. De platte, rode of oranjegele rozetten vallen tussen strooisel en mos goed op. Kniel bij een bloeiende plant en ruik aan de bloemen. Graaf nooit planten uit: de knol zit diep en de plant overleeft niet zonder.
Staat van instandhouding
Op de IUCN-Rode Lijst staat de soort als Niet bedreigd (LC); hij staat niet in CITES. Die beoordeling dateert mogelijk nog van vóór de afsplitsing van D. aberrans, zodat het kleinere areaal van D. whittakeri in strikte zin er niet noodzakelijk in is meegewogen. De belangrijkste bedreigingen zijn het verdwijnen van natuurlijke vegetatie door landbouw en bebouwing en de verspreiding van invasieve grassen.
Wetenschappelijke naam
Drosera whittakeri | Planchon, 1848
Drosera whittakeri werd in 1848 beschreven door de Franse botanicus Jules Émile Planchon, gepubliceerd in Annales des Sciences Naturelles, Botanique, serie 3, deel 9, pagina 302 (oorspronkelijke spelling "Whittakerii"). De soort komt voor in Zuid-Australië, van Adelaide en de zuidelijke Mount Lofty Ranges tot Encounter Bay; het typemateriaal is vrijwel zeker afkomstig uit het verzamelwerk dat de Derbyshire-botanicus Joseph Whittaker tussen 1839 en 1840 in dit gebied uitvoerde, al kon een exacte typelocatie met verzameldatum niet met zekerheid worden achterhaald. De soort is vernoemd naar Joseph Whittaker, een botanicus uit Derbyshire (Engeland), die zo'n driehonderd plantensoorten verzamelde tussen Adelaide en de zuidelijke Mount Lofty Ranges tot Encounter Bay in de jaren 1839-1840 — een eponiem ter ere van deze verzamelaar.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.