Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera bulbosa

Drosera bulbosa

De 'red-leaved sundew' is een van de eerste zonnedauwen die na de herfstregens in het zuidwesten van Australië bloeit. William Jackson Hooker beschreef Drosera bulbosa in 1841, en de soort is in zijn ruime verspreidingsgebied nog steeds een vertrouwd gezicht: een platte rozet van goudgele tot rode bladeren, en daar vlak boven een krans van zuiverwitte bloemen.

Drosera bulbosa
Foto: User:JarrahTree — CC BY 2.5 au · Wikimedia Commons
Drosera bulbosa — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: H. Zell — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Drosera bulbosa — de standplaats
De standplaats · Foto: Denis Barthel — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Drosera bulbosa — de bloem
De bloem · Foto: Rosťa Kracík — CC BY 3.0 cz · Wikimedia Commons

Herkenning

Een meerjarige knolplant met een platte rozet van tot twaalf bladeren, goudgeel tot dieprood van kleur, en een totale hoogte van slechts 1 tot 4 cm. De bladeren liggen plat op de grond en dragen aan de bovenzijde gesteelde klieren. De bloemen zijn zuiver wit, met witte helmknoppen en witte stijltoppen, en staan op korte stelen dicht boven de rozet. Ze verschijnen vroeg, van april tot juni en soms tot augustus. Nauwkeurige bladmaten waren in de geraadpleegde bronnen niet beschikbaar.

Gelijkende soorten

Drosera erythrorhiza vormt eveneens platte rozetten uit een knol maar is meestal groter en draagt een vertakte bloeiwijze met veel bloemen boven de rozet. Drosera browniana uit de granietgebieden van het binnenland is verwant, maar bloeit later, in augustus en september, met rozewitte bloemen. Drosera zonaria heeft bladeren met een opvallende rode rand. De combinatie van vroege bloei, zuiver witte bloemen vlak op de rozet en goudgele tot rode bladkleur is kenmerkend.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval op grondniveau. De vlakke rozet vangt kruipende en springende diertjes: mieren, springstaarten, kleine spinnen en muggen die dicht boven de grond vliegen. De gesteelde klieren houden de prooi vast, waarna de omringende tentakels zich eroverheen buigen en enzymen afscheiden. De rode kleur van het blad is deels een reactie op fel licht, en kan daardoor per standplaats verschillen.

Standplaats en ecologie

Winternatte grond, vooral bij granietrotsen (FloraBase), en verder op uiteenlopende plekken in heide en open bos die in het natte seizoen vochtig zijn (W7, R3). De plant loopt uit na de eerste flinke herfstregens, bloeit snel en trekt zich aan het eind van de winter of het begin van de lente terug in de knol.

Verspreiding en hoogte

Endemisch in het zuidwesten van West-Australië, van de Murchison River in het noorden tot Albany in het zuiden, en landinwaarts tot Paynes Find en Southern Cross. FloraBase noemt tien bioregio's, van de Swan Coastal Plain en de Warren tot de Murchison en Coolgardie: een van de ruimste verspreidingsgebieden onder de knolzonnedauwen.

  • Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 132 vakken van een kwart graad waarin de soort werkelijk is waargenomen, uit GBIF en alleen uit waarnemingen die tot op vijf kilometer nauwkeurig zijn. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets. Bij bedreigde soorten gaat deze laag nooit fijner dan een hele graad, met opzet.

Vormen en variatie

Traditioneel worden twee ondersoorten onderscheiden: subsp. bulbosa en subsp. major. Die laatste is door Lowrie tot soort verheven als Drosera major, een opvatting die FloraBase inmiddels ook opneemt. Daarnaast beschreef R.P. Gibson de ondersoort subsp. coronata. De indeling van deze groep is dus in beweging; deze gids behandelt D. bulbosa in de huidige, engere zin.

Waar en wanneer te zien

Een soort voor het vroege seizoen: kom in mei of juni, als veel andere zonnedauwen nog nauwelijks boven de grond staan. Zoek bij granietrotsen en in open plekken die na regen vochtig blijven. De rode rozetten vallen op tegen het kale zand of de grijze leem, vooral in zijlicht. Bloemen gaan open bij zonnig weer rond het middaguur.

Staat van instandhouding

Beoordeeld als niet bedreigd (LC) op de IUCN-Rode Lijst en in West-Australië als 'Not threatened'. Niet in CITES. Dankzij het grote verspreidingsgebied is de soort als geheel niet bedreigd, al zijn plaatselijke populaties verdwenen door ontginning en verstedelijking.

Wetenschappelijke naam

Drosera bulbosa | W.J. Hooker, 1841

Beschreven door William Jackson Hooker in 1841, in Icones Plantarum, deel 4, tafel 375. De precieze typelocatie kon niet worden achterhaald. De soort is endemisch voor West-Australië. Van het Latijnse bulbosus ("knolvormig") — verwijst naar de knolvormige wortelstok van deze meerjarige zonnedauw, ook wel "red-leaved sundew" genoemd.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.