Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera yilgarnensis

Drosera yilgarnensis

Een zonnedauw die in 2012 door R.P. Gibson en B.J. Conn werd beschreven en genoemd naar de Yilgarn, het oude granietplateau dat het grootste deel van het West-Australische binnenland beslaat. Drosera yilgarnensis is daarmee een van de jongste soorten in deze reeks; de oorspronkelijke beschrijving is de voornaamste bron, en die was voor deze gids niet toegankelijk. De tekst is daarom kort.

Drosera yilgarnensis
Foto: Hugo Innes — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Kenmerken van groeivorm, blad, bloem en bloeitijd zijn in de geraadpleegde bronnen niet gevonden. Alle maatvelden blijven leeg. Ook de indeling binnen het geslacht kon hier niet met zekerheid worden vastgesteld; de oorspronkelijke beschrijving (2012) is voor determinatie onmisbaar.

Gelijkende soorten

Zonder gepubliceerde kenmerken kan geen betrouwbaar onderscheid met verwante soorten worden gegeven.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval, zoals bij alle zonnedauwen. De bladeren dragen gesteelde klieren met een kleverige druppel; een insect dat die raakt blijft vastzitten, waarna de tentakels zich naar de prooi buigen en de klieren verteringsenzymen afscheiden. De opgeloste stikstof, fosfor en mineralen worden via het blad opgenomen — een bijverdienste die op de uiterst voedselarme bodems van Zuidwest-Australië het verschil maakt.

Standplaats en ecologie

Standplaatsgegevens zijn in de geraadpleegde bronnen niet gevonden. De code D1 (zand) is een voorlopige plaatshouder, geen gepubliceerde waarneming, en moet bij een volgende ronde worden getoetst.

Verspreiding en hoogte

De naam wijst op de Yilgarn, het binnenland van West-Australië, grotendeels ten oosten van de graangordel. De werklijst van deze gids plaatst de soort in Zuidwest-Australië. Een nadere begrenzing is in toegankelijke bronnen niet gevonden. Hoogtegrenzen zijn niet gepubliceerd.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 11 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Beschreven door R.P. Gibson en B.J. Conn in 2012. Er zijn geen ondersoorten of variëteiten bekend. Als recent beschreven soort kan de afbakening nog veranderen.

Waar en wanneer te zien

Raadpleeg vóór een bezoek FloraBase of een plaatselijke plantenvereniging. Het binnenland van de Yilgarn is uitgestrekt en droog; de zonnedauwen verschijnen daar alleen na voldoende winterregen, en in droge jaren kan een groeiplaats bovengronds leeg lijken.

Staat van instandhouding

Op de IUCN-Rode Lijst als niet bedreigd (LC) beoordeeld; niet in CITES. Nadere gegevens over populaties en bedreigingen zijn in de geraadpleegde bronnen niet gevonden.

Wetenschappelijke naam

Drosera yilgarnensis | Gibson & Conn, 2012

Drosera yilgarnensis werd in 2012 beschreven door Robert P. Gibson en Barry J. Conn, gepubliceerd in Australian Systematic Botany, deel 25(1), pagina 75. De soort is endemisch in West-Australië; een precieze typelocatie met verzamelaar en verzameldatum kon niet met zekerheid worden achterhaald. De uitgang "-ensis" duidt gewoonlijk op een plaatsnaam, en de naam yilgarnensis verwijst vermoedelijk naar de Yilgarn-regio (het Yilgarn-craton) in het binnenland van West-Australië, waar deze soort endemisch is; een expliciete bevestiging in de oorspronkelijke beschrijving kon echter niet worden teruggevonden.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.