Alle soorten › Heideachtigen › Trompetbekerplantfamilie › Heliamphora heterodoxa
Heliamphora heterodoxa
De meeste soorten van dit geslacht staan op een plateau dat je alleen met een helikopter of een tocht van dagen bereikt. Heliamphora heterodoxa is de uitzondering: de soort groeit in de open, drassige savannen van de Gran Sabana en op de bossige hellingen van de Sierra de Lema, op hoogten waar nog wegen lopen. Wie in Venezuela ooit zonder klimpartij een bekerplant van het Guyanaschild heeft gezien, heeft vrijwel zeker deze soort gezien.

Herkenning
Een rozet van rechtopstaande bekers, elk gevormd uit één blad dat tot een trechter is dichtgegroeid met een naad aan de voorkant. De beker is onderaan trechtervormig, halverwege iets buikig en verwijdt zich naar de mond toe opnieuw; in de wand zit een afwateringsspleet die overtollig regenwater wegvoert, zodat de beker niet volloopt. De binnenzijde is tot boven aan de rand met naar beneden gerichte haren bekleed — een kenmerk dat bij de soorten waarmee de plant verward kan worden juist ontbreekt of onderbroken is. Bovenop de achterrand staat het nectarlepeltje, bij deze soort groot en duidelijk overhangend, vaak dieper gekleurd dan de rest van het blad. De kleur van de beker loopt van egaal groen in de schaduw tot groen met rode nerven of vrijwel geheel rood bij planten in vol licht. De bloeiwijze is een eenzijdige tros op een lange, onbehaarde steel die ver boven de rozet uitkomt, met knikkende witte bloemen die tijdens de bloei verkleuren.
Gelijkende soorten
Van de soorten die in hetzelfde landschap voorkomen is Heliamphora sarracenioides van Ptari-tepui het makkelijkst uit te sluiten: die heeft een opvallend breed, driehoekig deksel en een kale zone onder de rand, terwijl de beker hier juist tot bovenaan behaard is en de mond trechtervormiger. Heliamphora glabra en Heliamphora exappendiculata werden vroeger als variëteiten van deze soort beschouwd en zijn inmiddels zelfstandige soorten; de eerste is groter en gladder, de tweede heeft een tot niets gereduceerd nectarlepeltje. In de Sierra de Lema groeit bovendien Heliamphora electrum, dat op het oog sterk lijkt maar twee typen vasthoudende haren heeft in plaats van één en een anders gebouwd lepeltje. Op Ptari-tepui zelf komen Heliamphora collina en Heliamphora purpurascens voor, met hybriden daartussen.
De val en hoe hij werkt
Een klassieke valkuil. De plant maakt zelf nauwelijks of geen verteringsenzymen; de prooi — overwegend mieren — wordt afgebroken door bacteriën in de bekervloeistof, waarna de plant de vrijgekomen stikstof en fosfor opneemt. Het nectarlepeltje aan de achterrand is het lokmiddel: daar wordt suikerhoudend vocht afgescheiden, en een insect dat eropaf komt staat precies boven de opening. De naar beneden gerichte haren aan de binnenwand maken terugklimmen onmogelijk. De afwateringsspleet in de wand houdt het vloeistofpeil op hoogte in een landschap waar bijna dagelijks regen valt: zonder die spleet zou de beker overstromen en zijn vangst verliezen.
Standplaats en ecologie
Drassige savanne en natte open plekken in het bos (W6): laagten waar het regenwater blijft staan, met een zure, venige bodem en een lage begroeiing van grassen, Xyris, bromelia's van het geslacht Brocchinia en zonnedauw. Daarnaast groeit de soort op de vochtige, met turf bedekte randen van de hoogplateaus zelf (R4). Het gaat in beide gevallen om bodems die extreem arm zijn aan stikstof en fosfor en die door de hoge neerslag voortdurend worden uitgespoeld. De soort staat lager dan de meeste verwanten en verdraagt daardoor iets hogere temperaturen, maar de standplaats is permanent nat en de luchtvochtigheid hoog.
Verspreiding en hoogte
De Gran Sabana en de Sierra de Lema in de Venezolaanse deelstaat Bolívar, met opgaven tussen ongeveer 1200 en 2200 m; het merendeel van de bekende groeiplaatsen ligt in de onderste helft van dat bereik. Of de soort ook in het aangrenzende Guyana voorkomt, is niet met zekerheid vastgesteld. Het geslacht als geheel is beperkt tot de tafelbergen van het Guyanaschild en hun voorland — Venezuela, westelijk Guyana en het uiterste noorden van Brazilië — en Heliamphora heterodoxa is daarbinnen een van de weinige soorten die niet op één berg is opgesloten.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
De naam heeft een rommelige geschiedenis, en dat is voor de veldwaarnemer geen bijzaak. Steyermark beschreef de soort in 1951 naar materiaal van de hellingen van Ptari-tepui; dat typemateriaal wordt tegenwoordig opgevat als een natuurlijke hybride tussen Heliamphora collina en Heliamphora purpurascens, terwijl de naam in de praktijk wordt gebruikt voor de planten van de Gran Sabana. Een voorstel om het type te vervangen haalde in 2019 net geen meerderheid, zodat de kwestie formeel open blijft. Verder zijn twee vroegere variëteiten inmiddels als eigen soort erkend: Heliamphora glabra en Heliamphora exappendiculata. Wat overblijft aan variatie binnen de soort is vooral kleur: van geheel groen tot rood doorschoten, afhankelijk van de lichtinval.
Waar en wanneer te zien
Dit is de soort om te zoeken wanneer een tepuitop buiten bereik ligt. Kijk in de natte laagten van de savanne en langs de randen van bosjes, niet op de droge ruggen; de planten staan er vaak in gezelschap van zonnedauw en Brocchinia. Let op het silhouet van de bloeistengel — die steekt ver boven het gras uit en verraadt een groep planten die je van dichtbij over het hoofd zou zien. Laat het graven aan niemand over: de soort is in kweek ruim beschikbaar uit zaad en wildplanten overleven verplaatsing nauwelijks. De bloeitijd is niet in de literatuur vastgelegd.
Staat van instandhouding
De soort is niet geëvalueerd voor de IUCN-Rode Lijst en staat op geen enkele CITES-bijlage; dat geldt voor het hele geslacht. Wat er wél over te zeggen valt: naar de maatstaven van Heliamphora is dit een wijdverbreide plant, bekend van een reeks groeiplaatsen over twee landschappen in plaats van één plateau, en een deel van het gebied valt binnen het Nationaal Park Canaima. Daar staat tegenover dat juist de bereikbaarheid van de lage savannestandplaatsen een risico is: brand, wegwerkzaamheden en verzameling grijpen hier makkelijker aan dan op een afgesloten tafelbergtop. Het ontbreken van een formele beoordeling betekent dus geen vastgestelde achteruitgang, maar een leemte — en juist bij een soort met een naamgeschiedenis als deze is onduidelijk welke populaties een beoordeling zou moeten dekken.
Wetenschappelijke naam
Heliamphora heterodoxa | Steyermark, 1951
Beschreven door Julian Alfred Steyermark in 1951, in "Contributions to the flora of Venezuela...", gepubliceerd in Fieldiana: Botany 28(1): 239–242. Het typegebied ligt op de hellingen die de tepuis Ptari-tepui en Sororopán-tepui verbinden, aan de grens van Venezuela en Guyana, ontdekt in 1944. De soortnaam heterodoxa is afgeleid van het Grieks heteros ("anders, afwijkend") en doxa ("mening, opvatting") en betekent zoveel als "veranderlijk"; Steyermark koos deze naam vanwege de aanzienlijke variatie die hij binnen de soort waarnam.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.