Alle soorten › Heideachtigen › Trompetbekerplantfamilie › Heliamphora tatei

Heliamphora tatei

De uitzondering in het geslacht: waar alle andere tafelbergbekerplanten platte rozetten blijven, bouwt deze soort een houtige stengel die met de jaren meters hoog kan worden, en draagt zij haar bekers aan de top daarvan. Ze groeit op drie massieven in het Venezolaanse Amazonasgebied — Cerro Duida, Cerro Huachamacari en Cerro Marahuaca — en nergens anders.

Heliamphora tatei
Foto: Petr Dlouhý in kweek — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Heliamphora tatei — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: Petr Dlouhý — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een plant met een echte stengel: houtig, overeind of tegen struiken aan leunend, met de dode bladeren nog aan de onderkant vast, en met de levende bekers in een bundel aan de top. Jonge planten zijn nog rozetvormig en verraden hun aard pas na jaren. De bekers zijn trechtervormig en dragen aan de achterrand het kleine nectarlepeltje van het geslacht; in de wand zit de uitgietspleet die het vochtpeil vasthoudt. De bloemen zijn knikkend, wit tot roomkleurig, aan een stengel die boven de bladbundel uitkomt. Maten zijn hier bewust weggelaten: de enige betrouwbare cijfers staan in de monografie van 2011 over de Zuid-Amerikaanse Sarraceniaceae, en die was bij het schrijven niet in te zien.

Gelijkende soorten

De stengel maakt hem in het veld onmiskenbaar: geen andere Heliamphora groeit uit tot een houtige struik. Het probleem zit bij de verwanten. H. neblinae, H. macdonaldae en H. parva vormen ook een stengel en werden alle drie ooit als vorm of variëteit binnen H. tatei gerekend; ze zijn nu zelfstandige soorten en groeien op andere massieven. Op het zuidelijke deel van de Cerro Duida zijn vermoedelijke natuurlijke kruisingen tussen H. macdonaldae en H. tatei gezien. Van Sarracenia en Darlingtonia scheidt hem, zoals bij het hele geslacht, de uitgietspleet in de wand: een trompetbekerplant loopt vol regenwater, deze laat het overtollige water eruit lopen.

De val en hoe hij werkt

Dezelfde bekerval als bij de rest van het geslacht, maar dan hoog boven de grond aangeboden. Het nectarlepeltje aan de achterrand lokt; de bovenste helft van de binnenwand draagt korte, naar beneden gerichte haren waarover een insect op de natte film wegglijdt; onderin staat een ondiepe laag vloeistof. In de wand zit op vaste hoogte de spleet waardoor het regenwater wegloopt, zodat de beker in de aanhoudende regen van de tafelbergen niet volloopt en niet omkiept. Op één punt wijkt deze soort af van haar verwanten: bij H. tatei is als enige in het geslacht aangetoond dat de plant zelf een eiwitsplitsend enzym afscheidt, waar de andere soorten de vertering vrijwel geheel aan bacteriën en aan de larven in het vocht overlaten.

Standplaats en ecologie

Open, permanent natte plekken op de toppen en de bovenste hellingen van tafelbergen: veenkussens, drassige laagtes tussen zandsteenblokken en de zoom van struweel op de plateaus. De bodem is zuur en uiterst arm. Het klimaat is koel en zeer nat, met wolken en regen op de meeste dagen; juist die aanhoudende natheid maakt de uitgietspleet noodzakelijk. Dat een plant hier een houtige stengel opbouwt, is opmerkelijk: hij houdt zijn bekers daarmee boven het opdringende struweel uit.

Verspreiding en hoogte

Endemisch in Venezuela, en daarbinnen beperkt tot drie massieven in de deelstaat Amazonas: Cerro Duida, Cerro Huachamacari en Cerro Marahuaca. Dat is een van de kleinste areaalgebieden in deze gids. De drie bergen liggen dicht bij elkaar maar zijn van elkaar gescheiden door laagland waar de soort niet kan groeien, zodat elke berg zijn eigen populatie draagt.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 6 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

De variatie binnen de soort is nooit in variëteiten vastgelegd, maar de geschiedenis van de naam laat zien hoe onduidelijk de grenzen zijn: H. neblinae, H. macdonaldae en H. parva werden lange tijd als vorm of variëteit van deze soort behandeld en gelden nu als zelfstandige soorten. Deze gids volgt POWO in wat als soort telt. Tussen de drie massieven bestaan verschillen in de grootte en de kleur van de beker en in de hoogte die de stengel bereikt; die zijn niet benoemd. Vermoedelijke natuurlijke kruisingen met H. macdonaldae zijn op de Cerro Duida beschreven.

Waar en wanneer te zien

Dit is de moeilijkst te bereiken plant van de hele gids. De drie massieven liggen in beschermd gebied in het Venezolaanse Amazonasgebied, zonder wandelpaden, en worden vrijwel alleen door wetenschappelijke expedities met vergunning bezocht; er is geen trektocht zoals naar de Roraima. Wie er ooit komt, herkent hem meteen: zoek de bundel bekers boven op een houtige stengel, aan de rand van open veen. Voor iedereen die niet gaat, blijft de plaat en de beschrijving; dat is bij deze soort geen tekortkoming maar de gewone gang van zaken.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd door de IUCN — er is voor deze soort geen categorie vastgesteld. Wat er wél bekend is: het areaal beslaat drie massieven binnen één deelstaat, de gebieden liggen in beschermd natuurgebied, en ze zijn zo afgelegen en zo slecht bereikbaar dat er in de praktijk nauwelijks menselijke druk op de standplaatsen staat. De risico's die er zijn, zijn het verzamelen van planten voor de gespecialiseerde handel en, op langere termijn, klimaatverandering, die de koele en natte zone op tafelbergen van onderaf laat opschuiven en daarmee juist de hoogste standplaatsen bedreigt. Het geslacht staat niet in CITES.

Wetenschappelijke naam

Heliamphora tatei | Gleason, 1931

Beschreven door Henry Allan Gleason in 1931, in “Botanical results of the Tyler-Duida Expedition”, Bulletin of the Torrey Botanical Club 58(6): 345–404. De soort is endemisch op drie bergen in Venezuela: Cerro Duida, Cerro Huachamacari en Cerro Marahuaca. De soortnaam tatei eert George Henry Hamilton Tate, de Amerikaanse zoöloog en ontdekkingsreiziger die de Tyler-Duida-expeditie mee leidde waarop het typemateriaal werd verzameld.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.