Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes abalata
Nepenthes abalata
De naam zegt het al: 'ab alata', van alata af. Planten van deze soort lagen bijna een eeuw lang in herbaria onder de naam Nepenthes alata, of daarvoor als 'Nepenthes blancoi', tot Martin Cheek en Matthew Jebb in 2013 bij het uitzoeken van de oude namen van Blanco vaststelden dat het een eigen soort was. Nepenthes abalata is een laaglandsoort van kleine eilanden in het westen van de Filipijnen, en een van de weinige kannenplanten van het land die vrijwel op zeeniveau groeit.

Herkenning
Een lage halfstruik van hooguit een halve meter. Jonge planten hebben een rechtopstaande stengel van 7 tot 12 cm met negen tot elf spiraalsgewijs geplaatste bladeren; later wordt de stengel liggend of klauterend. De bladeren zijn dik leerachtig, lijnvormig tot omgekeerd lancetvormig, 14 tot 22 cm lang en 1,3 tot 2,8 cm breed, met een stompe tot ingesneden top; het onderste kwart is smal en evenwijdig, omvat de stengel half en loopt met smalle vleugels langs de stengel af. De onderbekers zijn onderaan eivormig en naar de mond cilindrisch, ongeveer 14,5 cm hoog en 6,5 cm breed, met twee gefranjerde vleugels van vier tot zes millimeter. De tussenbekers zijn slanker, 10,5 tot 13,5 cm, met smallere vleugels. Het peristoom is rond, vooraan twee millimeter en aan de zijkanten tot 6,5 mm breed. Het deksel is eirond, 2,5 cm, met onderaan twee soorten nectarklieren: kleine, verspreid, en een tiental grote, kraterachtige klieren in een kale ellips langs de middenlijn. De mannelijke bloeiwijze kan 52 cm lang worden met zo'n 160 eenbloemige zijtakjes.
Gelijkende soorten
Het verschil met Nepenthes alata, waarmee de soort zo lang verward werd, zit vooral in de groeivorm en de nectarklieren: Nepenthes alata in de huidige, beperkte opvatting is een klimplant van het bergbos van Luzon, terwijl Nepenthes abalata een lage, rechtopstaande tot liggende halfstruik van zeeniveau is, met dimorfe klieren onder het deksel. Van Nepenthes graciliflora, de wijdverbreide Filipijnse soort uit dezelfde groep, verschilt hij door habitat en hoogte en door de korte, dikke bladeren. Op het hoofdeiland Palawan groeit in het laagland Nepenthes philippinensis, een soort met lange, slanke klimstengels en een andere bladvorm.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil in twee vormen. De onderbekers staan op de grond tussen gras en stenen, met brede franjevleugels die lopende dieren naar de mond leiden, en een peristoom dat vooraan smal en aan de zijkanten breder is; aan de binnenrand dragen alleen de delen bij het deksel minuscule tandjes. De tussenbekers hangen hoger en hebben smallere vleugels. Onder het deksel geven de kleine nectarklieren een diffuse lokstof, terwijl de grote kraterklieren langs de middenlijn waarschijnlijk extra nectar leveren precies boven de mond. De binnenwand is glad en wasachtig, en onderin staat een verteringsvloeistof. Over de prooi van deze soort is niets gepubliceerd.
Standplaats en ecologie
Open, rotsige grasland- en struweelhellingen vlak bij zee, op niet-ultramafische bodem, tussen zeeniveau en ongeveer 20 m (B5, B6). Het is een bijzonder biotoop voor een Filipijnse kannenplant: de meeste soorten van het land zijn bergplanten van nevelwoud of ultramafische kammen. De combinatie van zon, magere bodem en weinig concurrentie van bomen verklaart waarom de soort juist op deze kale, winderige plekken stand houdt.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op de Filipijnen, en bekend van drie ver uit elkaar liggende eilanden in het westen van het land: Culion in de Calamian-groep en Cuyo in de Cuyo-eilanden, die beide bestuurlijk tot de provincie Palawan horen, en Malalison voor de westkust van Panay, in de provincie Antique. Herbariumgegevens noemen daarnaast Manamoc in de Cuyo-groep. De aanduiding 'Palawan' in onze soortenlijst klopt dus alleen als provincienaam; op het hoofdeiland Palawan is de soort niet bekend. De drie vindplaatsen liggen ongeveer 200 km uit elkaar, grotendeels over zee.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten beschreven. De meeste gepubliceerde variatie zit in maten: tussenbekers en onderbekers verschillen sterk in vorm en breedte, en de verhouding tussen de soorten nectarklieren onder het deksel varieert tussen collecties. Natuurlijke hybriden zijn niet gemeld; op de kleine eilanden waar de soort groeit, komen weinig andere soorten van het geslacht voor.
Waar en wanneer te zien
Dit is een van de weinige Filipijnse kannenplanten waarvoor je geen berg op hoeft: de soort staat op open, grazige en rotsige hellingen vlak aan de kust. Zoek op zonnige, kale plekken tussen laag struweel en gras en kijk naar de grond: de onderbekers liggen tussen stenen en zijn gemakkelijk voor een pol gras aan te zien. Houd er rekening mee dat de bekende populaties klein zijn; betreed de planten niet en neem niets mee.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst staat de soort als niet in gevaar (Least Concern). Dat wijkt sterk af van het oordeel van de beschrijvers, die haar in 2013 als ernstig bedreigd beoordeelden: van elk van de drie vindplaatsen kenden zij maar een of twee planten, geen ervan beschermd, met doorgaande aantasting van de kust, onder meer door de aanleg van strandresorts. Het verschil laat zien hoe weinig er over de werkelijke omvang van de populaties bekend is. Zoals alle Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes abalata | Jebb & Cheek, 2013
Beschreven door Matthew Jebb en Martin Cheek in 2013, in het artikel "Identification and typification of Nepenthes blancoi, with N. abalata sp. nov. from the western Visayas, Philippines", Nordic Journal of Botany 31(2): 151–156. De soort komt voor in het westen van de Visayas, Filipijnen, op de eilanden Culion, Cuyo en Malalison. De naam "abalata" betekent "van/vergelijkbaar met alata" en verwijst naar het feit dat deze soort lange tijd (onterecht) werd samengevoegd met de wijdverspreide en zeer variabele Nepenthes alata, voordat ze als eigen soort werd herkend.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.