Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes gantungensis
Nepenthes gantungensis
Een bekerplant van één enkele bergtop op Palawan, in de Filipijnen, die in 2010 werd ontdekt en nog datzelfde jaar werd beschreven. Nepenthes gantungensis vormt op de kale top van de berg Gantung compacte rozetten met stevige, geelgroene bekers en een vaak rood peristoom. Onze eigen soortenlijst plaatste hem op Sumatra; dat is een vergissing, want zowel de beschrijving als de wereldchecklist noemen alleen de Filipijnen. Taxonomisch is hij niet onomstreden: sommige specialisten zien hem als een vorm van de verwante N. deaniana.

Herkenning
Een plant die op de top vooral compacte rozetten vormt, maar in beschaduwd bos lange, verlengde stengels tot in de kroon kan sturen; de stengel wordt tot ongeveer 4 m lang en 2,5 tot 3,5 cm dik. De bladeren zijn leerachtig, gesteeld tot bijna ongesteeld, smal langwerpig, 20 tot 40 cm lang en 6 tot 12 cm breed; de rank wordt tot 40 cm. De onderbekers zijn eivormig tot kruikvormig, tot 20 cm hoog en 7 cm breed, met vleugels tot 12 mm met draadvormige franjes, een ovale mond tot 6 cm met een duidelijke hals aan de achterkant, en een peristoom tot 2 cm breed (3 cm bij de hals) met ribben die in tanden tot 4 mm uitlopen. Het deksel is elliptisch, tot 6 × 4,5 cm. De bovenbekers zijn trechtervormig, tot 25 cm hoog, met de vleugels teruggebracht tot richels. De onderkant van jonge ranken draagt een dichte laag roodbruine haren.
Gelijkende soorten
De naaste verwanten zijn Nepenthes deaniana van de berg Thumb Peak en N. mira, beide ook van Palawan. N. gantungensis heeft doorgaans kortere, smallere en spitsere bladeren, bloemen die afzonderlijk op steeltjes staan, een meestal veel langere bloeiwijze dan N. deaniana, een sterker ontwikkeld peristoom, en onderbekers die nooit geheel roodpaars zijn; bovendien maakt hij vaak bovenbekers, wat zijn verwanten zelden doen. N. leonardoi, in 2011 beschreven van een naburig massief, heeft vrijwel dezelfde bekervorm maar bijna zwarte bekers, duidelijker gesteelde bladeren en een kortere bloeiwijze met muf ruikende bloemen.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil van het gewone type, met een zwaar geribd peristoom. De ribben zijn tot 2 mm hoog en staan 2 mm uit elkaar, en eindigen aan de binnenrand in tanden tot 4 mm die over de mond hangen: een insect dat over de natte, gladde ribben naar binnen glijdt, heeft aan de binnenzijde niets om zich aan vast te houden. De verteringszone bekleedt de hele binnenwand. Het deksel heeft geen aanhangsels en geen kiel. De onderbekers in de rozetten staan in de lage vegetatie op de top en vangen lopend gedierte; de bovenbekers, die deze soort veel vaker vormt dan zijn verwanten, hangen hoger en vangen vliegende insecten. Prooigegevens zijn niet gepubliceerd.
Standplaats en ecologie
Laag, gedrongen bergstruweel op de top en de kam van de berg, tussen ongeveer 1600 en 1784 m, en het aangrenzende nevelwoud (B1). In het open struweel groeit de plant op de grond in compacte rozetten; waar het bos dichter en schaduwrijker wordt, vormt hij lange, verlengde stengels die tot in het bladerdak klimmen. Op plekken waar bamboe opkomt, wordt hij verdrongen. Er groeien op de top geen andere Nepenthes-soorten, zodat verwarring met buren en natuurlijke kruisingen in het veld niet aan de orde zijn.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Palawan, Filipijnen, en daar bekend van één berg: de Gantung, in de gemeente Brooke's Point in het zuiden van het eiland. De soort groeit tussen ongeveer 1600 m en de top op 1784 m en is boven 1650 m het talrijkst. De hele bekende populatie telt enkele honderden planten. De berg ligt binnen het beschermde landschap rond de Mantalingajan, het hoogste massief van Palawan. Onze soortenlijst noemde Sumatra als gebied; dat is onjuist.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten of vormen beschreven. De voornaamste variatie is die tussen groeivormen: compacte rozetten in het open struweel en lange, dunne klimstengels in het beschaduwde bos. De onderbekers zijn van buiten groen tot geel, van binnen vaak rood tot paars gespikkeld, met een rood, paars of bruin peristoom en een geel tot oranje deksel, maar nooit geheel rood of paars. Natuurlijke hybriden zijn niet bekend, wat klopt met het ontbreken van andere soorten op de berg. Taxonomisch is de soort omstreden: in de Carnivorous Plant Database wordt hij als synoniem van N. deaniana behandeld.
Waar en wanneer te zien
De top van de Gantung is alleen bereikbaar met een meerdaagse bergtocht vanuit het laagland rond Brooke's Point, met toestemming van de plaatselijke gemeenschappen en de beheerders van het beschermde gebied, en met gidsen. Boven 1650 m, in het lage struweel op de kam, staan de rozetten het dichtst; ze zijn goed zichtbaar tussen de lage struiken. Blijf op het bestaande pad: de populatie is klein, en betreding van het struweel beschadigt zowel de planten als de zaailingen. Zaad en planten verzamelen is verboden.
Staat van instandhouding
In de Rode Lijst-gegevens die deze gids gebruikt, is voor deze soort geen beoordeling opgenomen (Not Evaluated). Wat wel bekend is: de hele soort bestaat uit enkele honderden planten op één bergtop, en de beschrijvers adviseerden daarom de categorie ernstig bedreigd. De vegetatie is grotendeels ongerept, maar bij de top staan een radiozendmast en een gebouw, en op een naburige bergtop vindt grootschalige mijnbouw plaats. Omdat de soort ook in de handel gewild is, is de kleinschaligheid van de populatie het grootste risico. De soort staat in CITES bijlage II.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes gantungensis | McPherson et al.
Nepenthes gantungensis werd in juli 2010 beschreven door Stewart McPherson, Alexander Cervancia, Ch'ien C. Lee, Ugis Jaunzems, François Sockhom Mey en Alastair Robinson, in het tweede deel van McPhersons boek Carnivorous Plants and their Habitats. Het holotype (S. McPherson SRM 4) werd op 25 januari 2010 verzameld in het topgebied van de berg Gantung, op 1754 m hoogte, in de gemeente Brooke's Point op Palawan, Filipijnen, en ligt in het herbarium van de Palawan State University, Puerto Princesa City. De top van de berg Gantung, gemeente Brooke's Point, Palawan, Filipijnen, op 1754 m hoogte — de enige bekende vindplaats van de soort. De soortsnaam verwijst naar de berg Gantung, de enige plek waar de soort bekend is.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.