Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes alfredoi

Nepenthes alfredoi

De meeste kannenplanten van het Hamiguitan-massief in het zuidoosten van Mindanao zijn bergsoorten van het dwergbos en het nevelwoud op de top. Nepenthes alfredoi is de uitzondering: een krachtige klimplant van het laagland aan de voet van het massief, op ultramafische kammen tussen 175 en 345 m. De soort werd in 2017 beschreven door Victor Amoroso en collega's van de Central Mindanao University en is genoemd naar Alfredo Bolante sr., 'Pidoy', een boswachter en goed opgeleide lokale onderzoeker die de plant als eerste vond.

Nepenthes alfredoi
Foto: Arcii Naive — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Herkenning

Een grote klimplant die acht tot twaalf meter hoog door bomen van twaalf tot dertig meter klautert. De stengel is kaal, rond tot driekantig en tot zeven millimeter dik; stengels, bladeren en bekers dragen verspreide hydathoden, kleine waterafscheidende klieren. De bladeren zijn lijnvormig tot eirond, tot 27 cm lang en 4,3 cm breed, bovenzijde donkergroen, onderzijde lichter, met een stompe top en een aflopende voet. De onderbekers zijn tot 12 cm hoog en 4,5 cm breed: het onderste derde opgeblazen met een duidelijke heup, het midden cilindrisch en naar de mond licht trechtervormig, met vleugels tot 0,8 cm breed en franje tot 8 mm lang. Ze zijn olijfgroen met granaat- tot bloedrode vlekken, of in de zon geheel robijnrood overlopen. De bovenbekers zijn groter, tot 19 cm hoog en 8 cm breed, trechtervormig met een lichte heup onderaan en vergelijkbare vleugels. Het peristoom is rond, ongeveer vijf millimeter breed; het deksel, tot 5,3 bij 4,1 cm, is bloedrood overlopen en draagt aan de voet een driehoekig aanhangsel.

Gelijkende soorten

Op Hamiguitan is de soort door haar lage groeiplaats al grotendeels van de andere te scheiden: Nepenthes justinae, Nepenthes hamiguitanensis, Nepenthes peltata en Nepenthes micramphora groeien hoger, in het dwergbos en het bergbos. Morfologisch valt Nepenthes alfredoi op door de combinatie van grootte, een kale stengel, vleugels met lange franje op zowel onder- als bovenbekers en een bloedrood deksel met een driehoekig aanhangsel. Nepenthes justinae heeft een afgerond aanhangsel en een duidelijke rand in de bovenbekers; Nepenthes peltata heeft een bladsteel midden onder het blad.

De val en hoe hij werkt

Een valkuil in twee vormen die sterk op elkaar lijken. De onderbekers staan op de grond, met brede, lang gefranjerde vleugels als looppad voor mieren en andere kruipende dieren. De bovenbekers hangen hoog in de bomen en zijn trechtervormig, wat bij veel soorten samengaat met het vangen van vliegende insecten. Het ronde, fijngeribde peristoom, met ribben van een tiende millimeter op onderlinge afstanden van twee tiende, wordt bij vocht glad. Het deksel draagt aan de onderzijde nectarklieren en het driehoekige aanhangsel. De verspreide hydathoden op de beker scheiden water af; welke rol dat bij de vangst speelt, is niet onderzocht. Over de prooi is niets gepubliceerd.

Standplaats en ecologie

Laaglandbos met gemengde dipterocarpen, op de ultramafische kammen aan de voet van het Hamiguitan-massief, tussen 175 en 345 m (B2, R3). Het is een ander milieu dan het dwergbos hogerop: hier staat hoog, gesloten bos, en de plant klimt tot in de kroonlaag. Wat beide milieus gemeen hebben, is de voedselarme ultramafische bodem.

Verspreiding en hoogte

Endemisch op Mindanao, en alleen bekend van de ultramafische kammen bij Barangay Luzon in de gemeente Governor Generoso, provincie Davao Oriental, in het Hamiguitan-gebergte. De aanduiding 'Mt. Hamiguitan' in onze soortenlijst klopt, met de kanttekening dat het om de laaglandvoet van het massief gaat en niet om de top. De beschrijvers schatten het verspreidingsgebied op minder dan tien vierkante kilometer.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. Het donkere vak is het enige hok van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt. Het zegt waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn geen variëteiten beschreven. De kleur van de bekers varieert met de lichtval, van olijfgroen met rode vlekken tot geheel robijnrood in volle zon. Natuurlijke hybriden zijn niet gemeld; omdat de andere Hamiguitan-soorten hoger groeien, zijn er in het leefgebied weinig mogelijke partners.

Waar en wanneer te zien

Deze soort zoek je niet op de top maar aan de voet van de berg, in het bos op de lage kammen. Kijk omhoog langs boomstammen: de plant klimt tot in de kroon, en de grote rode bovenbekers hangen vaak ver boven de grond. De onderbekers zitten aan de voet van de klimstengels. Het gebied valt onder het beheer van het beschermde Hamiguitan-gebergte; ga met toestemming en een lokale gids.

Staat van instandhouding

De soort is nog niet door de IUCN beoordeeld (Not Evaluated). De beschrijvers beoordeelden haar als ernstig bedreigd, op grond van een verspreidingsgebied van minder dan tien vierkante kilometer met versnippering en verlies van leefgebied. Laaglandbos op ultramafische grond is in de Filipijnen gewild voor mijnbouw en ontginning, en de laaggelegen kammen vallen niet in dezelfde mate onder bescherming als de kern van het werelderfgoed op de top. Zoals alle Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes alfredoi | Amoroso & Lagunday, 2018

Beschreven door Victor B. Amoroso en Noel E. Lagunday in 2017, in Philippine Journal of Systematic Biology 11(2): 15–19, op basis van materiaal dat op 12 oktober 2016 werd verzameld. De typelocatie ligt in het uitbreidingsgebied van het Mount Hamiguitan Range Wildlife Sanctuary, Barangay Luzon, gemeente Governor Generoso, provincie Davao Oriental, op het eiland Mindanao, Filipijnen, op 345 meter hoogte. De soortnaam eert Alfredo Bolante Sr. ("Pidoy"), een boswachter en goed opgeleide lokale onderzoeker van het natuurreservaat, die deze nieuwe soort als eerste waarnam en verzamelde.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.