Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes chaniana
Nepenthes chaniana
Een bergsoort van Noord-Borneo die bijna tachtig jaar onder een verkeerde naam door de literatuur is gegaan. Wat in veldgidsen en kwekerijen als Nepenthes pilosa werd aangeduid, bleek bij nader onderzoek grotendeels een andere, nog onbeschreven plant te zijn. In 2006 gaven Charles Clarke, Ch'ien Lee en Stewart McPherson hem een eigen naam, Nepenthes chaniana, naar de Maleisische uitgever Chan Chew Lun, die veel werk over de natuur van Borneo heeft uitgegeven. Het opvallendste aan de plant is zijn vacht: stengel, bladeren en bekers zijn bedekt met lange, zachte witte tot goudkleurige haren.



Herkenning
Een klimplant met een stengel tot acht meter lang. De bladeren zijn langwerpig tot elliptisch, tot 30 cm lang en 10 cm breed, met een gevleugelde of gegroefde bladsteel. Het hele bovengrondse lichaam van de plant, inclusief de bekers, is dicht behaard: de haren worden tot 7 mm lang en zijn wit, geel of goudkleurig, zodat jonge scheuten er haast wollig uitzien. De onderbekers zijn klein, tot 15 cm hoog en meestal minder, onderaan trechter- tot cilindervormig, met twee vleugels tot 8 mm breed aan de voorzijde en een smal, cilindrisch peristoom van hooguit 4 mm. De bovenbekers zijn veel groter, tot 30 cm hoog en 7 cm breed, lang en smal, onderaan zijdelings samengedrukt en met een breder peristoom tot 1 cm. Kenmerkend voor beide bekertypen is een haakvormig aanhangsel aan de onderzijde van het deksel, bij de bovenbekers tot 1,5 cm lang. De bekers zijn meestal wit tot geelachtig van kleur.
Gelijkende soorten
De naaste verwant, en de soort waarmee hij decennialang verward is, is Nepenthes pilosa uit Oost-Kalimantan. Beide zijn sterk behaard en hebben een haakvormig aanhangsel onder het deksel. Het verschil zit vooral in de bekers: die van N. pilosa zijn ronder, breder en gedrongener, die van N. chaniana langer, smaller en zijdelings samengedrukt. Ook Nepenthes burbidgeae van Kinabalu heeft zo'n haakvormig dekselaanhangsel, maar die soort mist de dichte witte beharing en heeft korte, trechtervormige bovenbekers. De plant wordt gerekend tot het zogeheten N. maxima-complex, een groep verwante soorten die van Borneo tot Nieuw-Guinea voorkomt.
De val en hoe hij werkt
Zoals bij het hele geslacht is de beker een valkuil: een omgebouwd bladdeel met onderin een verteringsvloeistof. Het peristoom, de geribbelde rand om de mond, draagt nectarklieren en wordt glad als er een laagje vocht op ligt; insecten die daar nectar zoeken, glijden de beker in. Aan de onderzijde van het deksel liggen eveneens nectarklieren. De onderbekers, die op de grond of in het mos staan, hebben vleugels die als looppad voor kruipende dieren dienen; de bovenbekers hangen vrij aan hun ranken en vangen meer vliegende insecten. Wat de dichte beharing aan de buitenkant voor de vangst betekent, is niet onderzocht. Een gericht onderzoek naar de prooi van deze soort is voor deze gids niet gevonden.
Standplaats en ecologie
Vochtige, bemoste bergkammen en toppen, waar de plant op de grond groeit of als epifyt tegen stammen en takken omhoog klimt (B1). Het gaat om nevelwoud: bijna altijd in de wolken, met veel mos, lage bomen en een zure, voedselarme strooisellaag. De soort komt voor tussen ongeveer 1100 en 1800 m hoogte. Op zulke kammen is het licht wisselend: in open plekken en langs de rand van het bos staan de planten zonniger en blijven ze gedrongen, in dichter bos klimmen ze hoger de bomen in.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Borneo, waar de soort bekend is uit de bergen van Sabah en noordelijk Sarawak; of hij ook in Kalimantan voorkomt, is onzeker. Hier wijkt de gids af van de eigen soortenlijst, die 'Borneo (Kalimantan)' vermeldt: de beschrijvers en latere overzichten plaatsen de bekende populaties in Maleisisch Borneo, en noemen Kalimantan hooguit met een vraagteken. De verwarring is begrijpelijk, omdat de naaste verwant N. pilosa wel uit Kalimantan komt. Omdat de soort als bedreigd geldt, geeft deze gids geen nauwkeurigere vindplaatsen.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten of wilde kleurvormen beschreven. De beharing varieert van wit via geel tot goudkleurig, en de bekers van nagenoeg effen wit of crème tot geelachtig; zulke verschillen lijken bij deze soort op individuele variatie te berusten. Er zijn natuurlijke hybriden gemeld met Nepenthes veitchii, en mogelijk met Nepenthes albomarginata; zulke kruisingen zijn intermediair van vorm en vaak minder dicht behaard.
Waar en wanneer te zien
Wie deze soort in het wild wil zien, moet naar de nevelwoudkammen van de bergen van Noord-Borneo en rekenen op steile, modderige paden. Kijk in het mos op de grond naar de kleine onderbekers en in de bomen naar de lange, lichte bovenbekers, die in het schemerlicht van het nevelwoud opvallen door hun witte haren. Omdat de soort bedreigd is en in de handel gewild, is het verstandig vindplaatsen niet te delen en nooit iets mee te nemen. Het drogere seizoen, ruwweg maart tot september, maakt de paden het best begaanbaar.
Staat van instandhouding
De IUCN Rode Lijst beoordeelt de soort als bedreigd (Endangered). Het verspreidingsgebied is klein en versnipperd over een beperkt aantal bergtoppen, en de soort is gewild bij verzamelaars; daarnaast zijn nevelwoudkammen gevoelig voor verstoring en klimaatverandering, die de wolkengrens kan doen verschuiven. Een deel van de bekende populaties ligt in beschermde gebieden. Als lid van het geslacht Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II, zodat internationale handel een vergunning vereist.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes chaniana | Clarke, Lee & McPherson, 2006
Nepenthes chaniana werd in 2006 beschreven door Charles Clarke, Ch'ien C. Lee en Stewart McPherson, in "Nepenthes chaniana (Nepenthaceae), a new species from north-western Borneo" (Sabah Parks Nature Journal 7: 53-66). De berg Alab, de hoogste top van het Crocker Range National Park, Sabah, noordwest-Borneo. De soortsnaam eert Datuk Chan Chew Lun, directeur van Natural History Publications (Borneo), als erkenning voor zijn bijdragen aan natuurhistorische publicaties in de regio.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.