Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes lavicola
Nepenthes lavicola
De enige bekerplant die op lava groeit. Nepenthes lavicola, 'lavabewoner', is bekend van open hellingen op een oude lavastroom in het Geureudong-massief in Aceh, in het noorden van Sumatra. Wistuba en Rischer beschreven de soort in 1996 in Carnivorous Plant Newsletter, maar ze was al veel eerder opgemerkt: de Zwitserse plantkundige Albert Frey-Wyssling vermeldde in 1931 een onbenoemde Nepenthes uit dit gebied. Met haar bijna zwarte bekers op een kale lavavlakte is het een van de opvallendste soorten van het eiland, en een van de zeldzaamste.

Herkenning
Een plant met korte, rechtopstaande scheuten en klimmende stengels, rond en gegroefd, 4 tot 7 mm dik, met leden van 4 tot 8 cm. Stengel en blad dragen kleine, zittende rode kliertjes. De bladeren aan de korte scheuten zijn omgekeerd lancetvormig tot spatelvormig, 6,5 tot 11,5 cm lang; die aan de klimstengel smal langwerpig, 11 tot 17 cm lang en 2 tot 3,2 cm breed, met vier of vijf lengtenerven aan elke kant. De onderbekers zijn kort en bol, 4,5 tot 6,5 cm hoog en 3,5 tot 4,2 cm breed, met twee gefranjerde vleugels van 1,5 tot 4 mm, een sterk holle mond, een peristoom van ongeveer 3 mm met ribben op 0,5 mm, een rond deksel van ongeveer 2 cm met 15 tot 50 klieren langs de middenlijn, en een spoortje van 3 tot 5 mm. De bovenbekers zijn smal trechtervormig of licht buikig, 12,5 tot 15,5 cm hoog (soms maar 9 cm) en 3 tot 3,4 cm breed, met een peristoom tot 8 mm aan de achterkant en een eirond deksel van 3,2 tot 3,8 cm. De bekers zijn donker bruinpaars tot bijna zwart, zelden geelgroen met zwarte vlekken; het peristoom is vaak geelgroen, soms met rode strepen. De bloeiwijze valt op door zeer grote schutbladen, tot 7 cm, die over de bloemen heen buigen.
Gelijkende soorten
De naaste verwanten zijn Nepenthes spectabilis en N. singalana. N. spectabilis heeft een breder peristoom, een veel langer spoortje (10 tot 22 mm in plaats van minder dan 6 mm), dichtere roodbruine beharing, eivormig-cilindrische in plaats van bolle onderbekers, en lichtgroene, gespikkelde in plaats van bijna zwarte bekers. N. singalana groeit veel zuidelijker en heeft groenere bekers. Het meest onderscheidende kenmerk van N. lavicola zit in de bloeiwijze: tot twee schutbladen per bloemsteel, zo groot dat ze de bloemen overwelven.
De val en hoe hij werkt
Op een open lavavlakte zijn bodemdieren en vliegende insecten de voor de hand liggende prooi. De kleine, bolle onderbekers liggen op of tussen de lavablokken en het mos, en vangen lopende dieren; de smallere bovenbekers hangen in de lage vegetatie. Nectarklieren op het peristoom en onder het deksel lokken de prooi, en de ribben van het peristoom worden bij vocht glad. De donkere kleur van de bekers valt in het open terrein sterk op, maar welke rol dat speelt bij het lokken, is niet onderzocht.
Standplaats en ecologie
Open hellingen op een oude lavastroom (R5), tussen 2000 en 2600 m. De vegetatie op de lava is laag en open, met veel mos, en de plant staat in volle zon en wind. Dat is een uitzonderlijke standplaats: geen andere Nepenthes is van lava bekend. De jonge, nauwelijks verweerde vulkanische ondergrond is uiterst arm aan beschikbare voedingsstoffen, wat een bekerplant hier een voorsprong geeft op andere pioniers.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Sumatra, en alleen bekend van het Geureudong-massief in het midden van de provincie Aceh. Omdat de soort ernstig bedreigd is, noemt deze gids geen preciezere vindplaatsen. De wereldchecklist geeft als gebied alleen Sumatra.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten of vormen beschreven, en er zijn geen natuurlijke hybriden bekend. De kleur is overwegend donker bruinpaars tot bijna zwart; zelden komen geelgroene planten met zwarte vlekken voor. Dat hybriden ontbreken, past bij de geïsoleerde standplaats: op de lava groeien weinig andere Nepenthes.
Waar en wanneer te zien
Deze soort is ernstig bedreigd en haar enige bekende leefgebied is klein. Het Geureudong-massief is afgelegen en bezoek vereist lokale gidsen en vergunningen. Wie er toch komt, blijft op bestaande paden: de vegetatie op lava herstelt zich na betreding zeer traag. Fotografeer de bekers en, als de plant bloeit, de opvallende schutbladen, maar deel geen locatiegegevens en neem niets mee.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst als ernstig bedreigd (Critically Endangered). De soort is alleen van één massief bekend, en daar van een beperkt oppervlak aan open lavahellingen. Vulkanische activiteit, brand en verzamelen zijn de voornaamste risico's; als pionier van open lava is ze bovendien afhankelijk van een landschap dat door dichtgroeien van de vegetatie langzaam verandert. Als lid van het geslacht staat ze in CITES bijlage II.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes lavicola | Wistuba & Rischer, 1996
Nepenthes lavicola werd in 1996 beschreven door Andreas Wistuba en Thomas Rischer, in "Nepenthes lavicola, a new species of Nepenthaceae from the Aceh Province in the North of Sumatra" (Carnivorous Plant Newsletter 25(4): 106-111). Het Geureudong-massief, Aceh, noordelijk Sumatra, waar de soort endemisch is op 2000-2600 m hoogte. De naam is Latijn voor "op lava groeiend" en verwijst naar de vulkanische ondergrond waarop de soort voorkomt.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.