Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes rigidifolia

Nepenthes rigidifolia

Een van de meest bedreigde bekerplanten ter wereld. Nepenthes rigidifolia werd vóór 2001 ontdekt door de natuurfotograaf en onderzoeker Ch'ien C. Lee, en verscheen in Clarkes monografie van 2001 nog als 'Nepenthes species A'. Het holotype werd op 11 december 2003 verzameld; op 22 november 2004 beschreven Pitra Akhriadi, Hernawati en Rusjdi Tamin de soort in Reinwardtia. De naam verwijst naar de stijve, dikke, leerachtige bladeren. Bij de beschrijving telde de enige bekende populatie 24 volwassen planten; enkele jaren later waren er mogelijk nog maar twee over.

Nepenthes rigidifolia
Foto: Januar Utomo — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een forse klimplant waarvan de stengel uit drie delen bestaat: een rozet en onderste deel van ongeveer 30 cm en tot 8 mm dik met zeer korte leden, een rechtopstaand middendeel van 1 tot 1,5 m en 1 tot 1,3 cm dik, en een klimmend bovendeel van 1 tot 2 m, soms met doornachtige knopen. De bladeren zijn dik en stijf leerachtig. Aan de rozet zijn ze eirond tot spatelvormig, 8,5 tot 10 cm lang; aan het middendeel spatelvormig-langwerpig, 19 tot 21 cm lang en 7 tot 7,6 cm breed, met vier lengtenerven aan elke kant en lusvormige ranken van 24 tot 27 cm; aan het klimmende deel 18 tot 20 cm lang. De onderbekers zijn breed eivormig, 9,6 tot 15 cm hoog en 4,4 tot 6,4 cm breed, met een peristoom van 0,6 tot 2,1 cm en een deksel van 4 tot 5,2 cm. De tussenbekers worden tot 20 cm hoog; de bovenbekers zijn eivormig, 20,7 tot 21,1 cm hoog en 7,2 tot 9,4 cm breed, met een peristoom van 2,2 tot 4,4 cm, een deksel van ongeveer 6 tot 8 cm en een gevorkt spoortje van 1 tot 1,6 cm. De bekers zijn aan de buitenkant donker met vlekjes, aan de binnenkant wit tot lichtgeel met roodzwarte vlekken.

Gelijkende soorten

Lijkt op Nepenthes bongso en N. spectabilis, maar verschilt van beide door de eivormige bovenbekers, de dikkere, stijvere bladschijven en het gevorkte spoortje. N. spectabilis heeft slanke, smal trechtervormige bovenbekers en een zeer lang, ongedeeld spoortje; N. bongso heeft veel slankere bovenbekers. N. ovata heeft dunnere bladeren en een rank die aan de bladtop ontspringt, niet net eronder. De natuurlijke hybride met N. spectabilis is in het veld het grootste identificatieprobleem, omdat die in aantal de zuivere plant mogelijk inmiddels overtreft.

De val en hoe hij werkt

Een grote valkuil met een breed peristoom, vooral bij de bovenbekers, waar het tot 4,4 cm breed kan zijn. Nectarklieren op het peristoom en onder het deksel lokken de prooi; het geribbelde oppervlak wordt bij vocht glad. De onderbekers vangen lopende dieren in het strooisel, de grote, eivormige bovenbekers ook vliegende insecten. De donkere buitenkant en de lichte, gevlekte binnenwand geven een sterk contrast rond de mond.

Standplaats en ecologie

Lager montaan bos en struikgewas (B1, B5), tussen ongeveer 1000 en 1500 m (andere opgaven tot 1600 m). De planten groeien op de grond; jonge planten zijn soms op rotsuitstulpingen gevonden. Het leefgebied ligt buiten beschermde gebieden en is sterk aangetast.

Verspreiding en hoogte

Endemisch op Sumatra, en alleen bekend van één klein gebied in het Barisangebergte van de provincie Noord-Sumatra. Omdat de soort ernstig bedreigd is, noemt deze gids geen preciezere vindplaats. De wereldchecklist geeft als gebied alleen Sumatra.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 2 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn geen variëteiten of vormen beschreven. Er is één natuurlijke hybride bekend, met N. spectabilis. Die kruising is op de enige vindplaats zo talrijk geworden dat ze de zuivere N. rigidifolia mogelijk in aantal overtreft; bij een populatie van enkele planten dreigt de soort zo ook genetisch in de verwante soort op te gaan.

Waar en wanneer te zien

Zoek deze soort niet op. De populatie is mogelijk tot enkele planten teruggebracht, en elk bezoek, elke betreding van de standplaats en elke gedeelde locatie vergroot het risico dat de laatste planten verdwijnen. Wie in het bergland van Noord-Sumatra een bekerplant met stijve, dikke bladeren en grote, eivormige, donkere bekers ziet, meldt dat aan onderzoekers van een Indonesische universiteit of herbarium, zonder de plek openbaar te maken.

Staat van instandhouding

Op de Rode Lijst als ernstig bedreigd (Critically Endangered). De enige bekende populatie telde in 2003 24 volwassen planten, en is sindsdien mogelijk tot twee teruggelopen. De standplaats is niet beschermd en wordt bedreigd door ontbossing, bosbranden en stroperij; daarnaast dreigt vermenging met N. spectabilis. Als lid van het geslacht staat ze in CITES bijlage II. Sinds 2010 is er een programma voor ex-situbehoud van deze en enkele andere bedreigde soorten.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes rigidifolia | Akhriadi, Hernawati & Tamin, 2004

Nepenthes rigidifolia werd op 22 november 2004 beschreven door Pitra Akhriadi, Hernawati en Rusjdi Tamin, in Reinwardtia 12(2): 141-144. Het holotype werd op 11 december 2003 verzameld nabij Sidikalang, regentschap Karo, Noord-Sumatra, op 1000-1500 m hoogte, en ligt in het Herbarium Universitas Andalas (ANDA), Padang; een isotype ligt in het Herbarium Bogoriense (BO), Java. Nabij Sidikalang, regentschap Karo, Noord-Sumatra, Indonesië, op 1000-1500 m hoogte. De naam is samengesteld uit het Latijnse "rigidus" ("stijf") en "folia" ("bladeren"), en verwijst naar de stijve, leerachtige bladschijven van deze plant.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.