Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes cid

Nepenthes cid

Een kannenplant die bekend is van één herbariumvel. In december 1952 verzamelde F. Cid in de provincie Bukidnon op Mindanao een klein, behaard plantje hoog in een boom; het vel belandde in het herbarium van Leiden en bleef zestig jaar onopgemerkt, tot Martin Cheek en Matthew Jebb het in 2013 herkenden als een onbeschreven soort. Nepenthes cid is daarmee een schoolvoorbeeld van hoe herbariumwerk en veldwerk elkaar in dit geslacht aanvullen: de soort is beschreven, maar niemand heeft haar sindsdien levend gezien.

Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.

Herkenning

Een epifytisch struikje van tien tot vijftig centimeter, met een houtige wortelstok van een paar centimeter en korte, ronde stengels van drie à vier millimeter dik. Wat de soort direct onderscheidt van zijn naaste verwanten is de beharing: stengeltoppen, bladeren en bekers dragen witte haren tot een millimeter lang. De bladeren zijn papierachtig, langwerpig-elliptisch, meestal 11,5 tot 13 cm lang en 2 à 3 cm breed, met een gevleugelde bladsteel die de stengel half omvat. Bekend zijn alleen bovenbekers: onderaan ellipsoïde, halverwege ingesnoerd tot ongeveer 1,6 cm en daarboven weer iets wijder, 6 tot 11 cm hoog, met duidelijke gefranjerde vleugels. Het peristoom is smal, 1 tot 1,5 mm, rond in doorsnede en zonder tanden; het deksel is rond, ongeveer twee centimeter, en het spoor achter het deksel is enkelvoudig, spits en behaard. Bloeiwijzen en vruchten zijn onbekend.

Gelijkende soorten

De soort behoort tot de groep rond Nepenthes micramphora, kleine kannenplanten van Mindanao met ronde deksels en dichte nectarklieren. Nepenthes micramphora zelf is kaal, heeft trechtervormige bekers zonder vleugels in de bovenbekers en groeit op de grond. Nepenthes abgracilis, de andere soort die in hetzelfde artikel werd beschreven, is groter, kaal en heeft bekers van ruim zestien centimeter. Behaarde stengels en bladeren, bovenbekers met een insnoering in het midden en goed ontwikkelde franjevleugels maken Nepenthes cid dus herkenbaar, als hij ooit teruggevonden wordt.

De val en hoe hij werkt

Van deze soort zijn alleen de bovenbekers bekend, en die zijn klein: een valkuil van hooguit elf centimeter, met een smalle mond. Het werkingsprincipe is dat van het hele geslacht. Het peristoom is geribbeld, drie ribben per millimeter, en wordt glad als er een laagje water op ligt; de binnenrand is ingerold en draagt een rij gaatjes, de uitmondingen van nectarklieren. Onder het deksel liggen grote, ronde nectarklieren, anderhalf tot drie per vierkante millimeter, die insecten naar de rand lokken. Omdat de bekers aan een epifyt hoog in de boom hangen, is de prooi vermoedelijk vooral vliegend of langs takken lopend; mieren, die veel boomkronen bevolken, zijn een voor de hand liggende kandidaat, maar waarnemingen ontbreken.

Standplaats en ecologie

Het etiket vermeldt lager submontaan bos op ongeveer 770 m hoogte, met de plant epifytisch op hoge bomen (B1). Dat is voor Mindanao ongewoon: bijna alle andere kannenplanten van het eiland groeien hoofdzakelijk op de grond. Een epifyt in de kroon van een hoge boom wordt gemakkelijk over het hoofd gezien, en dat zou kunnen verklaren waarom de soort nooit meer verzameld is. Over de bodem valt voor een epifyt weinig te zeggen; de plant leeft van regen, mos en wat de bekers vangen.

Verspreiding en hoogte

Endemisch op Mindanao en alleen bekend van de typeplaats, Dalwangan in de provincie Bukidnon in het noorden van centraal Mindanao. De aanduiding 'Mindanao' in onze soortenlijst kan dus worden aangescherpt tot Bukidnon. Het gebied rond Dalwangan ligt op het plateau bij Malaybalay, dat in de tweede helft van de twintigste eeuw grotendeels in cultuur is gebracht, onder meer voor ananasplantages.

  • Inheems
Verspreiding per regio van het TDWG-schema (World Geographical Scheme for Recording Plant Distributions), uit de World Checklist of Vascular Plants — de gegevensbasis achter Plants of the World Online. De kaart toont alleen het natuurlijke areaal; waar de soort is ingeburgerd staat in de tekst. Binnen een regio zegt de kaart niets over waar de plant precies staat; bij bedreigde soorten is dat ook de bedoeling. Contouren: tdwg/wgsrpd. Voor deze soort zijn nog geen GBIF-waarnemingen opgehaald; zodra dat gebeurt vervangt die precisere laag deze regio-kaart.

Vormen en variatie

Van een soort die op één verzameling berust, is geen variatie bekend. Het herbariummateriaal laat enige spreiding in maat zien: de kleinste bovenbekers zijn 4,5 cm, de grootste 11 cm, en de bladeren variëren van 9 tot 14 cm. Of er kleurverschillen tussen planten bestaan, weet niemand; kleurnotities op het etiket ontbreken. Natuurlijke hybriden zijn niet bekend.

Waar en wanneer te zien

Er is geen plek waar je deze soort kunt gaan bekijken. Wie in de bossen van Bukidnon rondloopt, kan wel iets doen: kijk omhoog, naar kleine behaarde kannenplanten in de kronen van hoge bomen in resterend bos rond de 700 à 800 m. Een waarneming met goede foto's van beker, deksel en de behaarde bladeren zou de eerste in meer dan zestig jaar zijn en is voor de wetenschap waardevol; meld zo'n vondst bij een Filipijns herbarium of universiteit en laat de plant staan.

Staat van instandhouding

De soort is nog niet door de IUCN beoordeeld (Not Evaluated). De beschrijvers beoordeelden haar zelf als ernstig bedreigd: er waren minder dan tien planten bekend, op één plek, in een landschap waar het bos plaats heeft gemaakt voor ananasplantages. Omdat de soort sinds 1952 niet meer verzameld is, sluiten zij niet uit dat ze wereldwijd al is uitgestorven. Zoals alle Nepenthes staat ze in CITES bijlage II.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes cid | Jebb & Cheek, 2013

Nepenthes cid werd in 2013 beschreven door Matthew Jebb en Martin Cheek. De provincie Bukidnon, Mindanao, Filipijnen, waar het typemateriaal in 1952 als epifyt op hoge bomen werd verzameld, op 770 m hoogte. De soortsnaam verwijst naar F. Cid van het herbarium van de University of the Philippines, die het typemateriaal in 1952 verzamelde.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.