Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes glandulifera
Nepenthes glandulifera
Een behaarde bekerplant uit het hart van Borneo, genoemd naar de klieren die haar bladstelen bedekken. Toen Ch'ien C. Lee de soort in het Hose-gebergte in centraal Sarawak vond, hield hij de zwarte spikkels op de bladstelen eerst voor een ziekte; het bleken grote nectarklieren te zijn. In 2002 werd de plant voorlopig vermeld als 'Nepenthes sp. A'; in 2004 beschreef Lee haar formeel als N. glandulifera, 'klierdragend', in het tijdschrift Sandakania. Behalve door de klieren valt ze op door een dichte vacht van zachte, geelbruine haren.


Herkenning
Een klimplant of struweelklimmer met stengels tot 3 m lang. De bladeren zijn langwerpig tot elliptisch, tot 25 cm lang en 9 cm breed, heldergroen en glanzend, met een gevleugelde bladsteel tot 7 cm. Alle delen behalve de bladschijven zijn dicht bedekt met lange, zachte, geelbruine haren, en overal, vooral op bladstelen en stengel, staan grote, opvallende, zwarte nectarklieren tot 2 mm doorsnee. De onderbekers zijn cilindrisch of smal trechtervormig, tot 13 cm hoog en 3 cm breed, met vleugels tot 5 mm en draadvormige franje tot 8 mm, een rond peristoom tot 6 mm, een deksel tot 3 bij 2,8 cm met hartvormige voet, en een spoortje dat tot een behaard bultje van hooguit 2 mm is teruggebracht. Ze zijn geelgroen of oranje aangelopen met donkerpaarse tot zwarte vlekken, binnen lichtgeel of crème. De bovenbekers zijn geheel trechtervormig, tot 19 cm hoog en 5,5 cm breed, met een peristoom tot 15 mm breed; ze zijn heldergeel, vaak oranje en roze aangelopen, met donkerrode vlekken. De bloeiwijze is een lange tros, tot 70 cm.
Gelijkende soorten
De naaste verwant is Nepenthes pilosa, eveneens een sterk behaarde soort van het binnenland van Borneo. De grote zwarte nectarklieren op bladstelen en stengel, en de heldergele, oranje-roze aangelopen bovenbekers, onderscheiden N. glandulifera. In het Hose-gebergte, dat nog weinig is onderzocht, is geen andere soort met deze combinatie van klieren en beharing bekend.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil met onder- en bovenbekers. De nectarklieren beperken zich bij deze soort niet tot peristoom en deksel, maar zitten over de hele plant verspreid: op bladstelen, stengels en ranken. Mogelijk lokken ze insecten naar de plant, die vervolgens de bekers vinden; hoe dat precies werkt, is niet onderzocht. Het brede peristoom van de bovenbekers, met ribben tot 0,4 mm hoog, wordt bij vocht glad. De onderbekers staan in het mos en vangen lopende dieren; de gele bovenbekers vallen in het struikgewas van ver op en vangen vliegende insecten.
Standplaats en ecologie
Gedrongen, bemost bergbos en struikgewas op bergkammen (B1, R4), tussen 1100 en 1700 m. De plant groeit op de grond en klimt of klautert door de omringende vegetatie. Het Hose-gebergte is een afgelegen hoogland in het binnenland van Sarawak, met arme bodems en een vrijwel permanent vochtig klimaat.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Borneo, en alleen bekend van het Hose-gebergte in centraal Sarawak (Maleisië), in de divisie Kapit. De wereldchecklist geeft Borneo als gebied. De soort komt niet op Sumatra voor.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten of vormen beschreven. Nepenthes glandulifera vormt voor zover bekend geen natuurlijke hybriden met andere soorten. Kleurverschillen tussen bovenbekers, van zuiver geel tot sterk oranje en roze aangelopen, hangen waarschijnlijk samen met de lichtval.
Waar en wanneer te zien
Het Hose-gebergte is zeer afgelegen en alleen via rivier en langdurige voettochten, met lokale gidsen en vergunningen, te bereiken; bezoek is in de praktijk expeditiewerk. Wie er komt, herkent de soort direct aan de zwarte stippen op de bladstelen en de dichte beharing. Neem de tijd om de klieren van dichtbij te bekijken, en fotografeer ze met een schaalaanduiding.
Staat van instandhouding
De soort is niet door de IUCN beoordeeld (NE). Wat bekend is: ze komt voor in één afgelegen gebergte, waar weinig directe menselijke druk bestaat, maar haar totale verspreidingsgebied is klein en slecht onderzocht. Bosbranden en houtkap in het omliggende laagland van Sarawak zijn indirecte risico's. Als lid van het geslacht staat ze in CITES bijlage II.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes glandulifera | Lee, 2004
Nepenthes glandulifera werd in 2004 beschreven door Ch'ien C. Lee, in "New records and a new species of Nepenthes (Nepenthaceae) from Sarawak" (Sandakania 15: 93-101). De Hose-bergen in centraal Sarawak, Borneo — de enige bekende vindplaats van de soort. De naam komt van het Latijnse "glandula" ("klier") en "ferre" ("dragen"), en verwijst naar de opvallende zwarte spikkels rond de bladstelen, die aanvankelijk voor ziekteverschijnselen werden aangezien maar later als nectarklieren werden geïdentificeerd.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.