Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes tenax

Nepenthes tenax

Lange tijd kende Australië officieel maar één bekerplant, de wijdverbreide Nepenthes mirabilis. Veldwerk op het noordelijkste puntje van Kaap York aan het begin van deze eeuw veranderde dat. Charles Clarke en Rob Kruger lieten zien dat er in de moerassen langs de Jardine-rivier een kleine, rechtopstaande soort groeide die niet bij N. mirabilis paste, en beschreven hem in 2006 als Nepenthes tenax. Het is een struikje dat niet klimt, maar met stijve stengels overeind blijft in de open moerasvegetatie — met bekers die nauwelijks langer zijn dan een vinger.

Nepenthes tenax
Foto: Stewart McPherson — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een struikvormige plant van hooguit een meter hoog, met stengels tot 0,5 m en soms 1 m lang, 2 tot 6 mm dik. Hij groeit monopodiaal: als de hoofdstengel afsterft, lopen nieuwe stengels uit de wortelstok uit. De rozetbladeren zijn zeer smal lijnvormig, tot 60 mm lang en 8 mm breed; de bladeren aan de stengel zijn lancetvormig, tot 110 mm lang en 25 mm breed, en in doorsnede opvallend V-vormig. Jonge delen dragen enkelvoudige en stervormige haartjes die later afvallen. De onderbekers zijn tot 55 mm hoog en 10 mm breed, eirond tot trechtervormig; de bovenbekers worden tot 110 mm hoog en 20 mm breed en zijn geheel trechtervormig. Beide hebben een ronde, scheve mond met een stijf, fijn geribd peristoom met kleine tandjes. De bloeiwijze is een tros tot 16 cm; de vruchten zijn ongeveer 12 mm lang.

Gelijkende soorten

Op Kaap York staan vier soorten, en de verwarring is reëel. Nepenthes mirabilis is een klimmer met veel grotere, dunnere bladeren en grotere bekers. N. rowaniae heeft forse, leerachtige bladen die ver langs de stengel aflopen en bekers met afgeplatte vleugels. N. parvula, beschreven in 2016, lijkt het meest op N. tenax maar is kleiner in alles, heeft een diep rode onderkant van het deksel en groeit alleen in permanent natte moerassen. N. tenax herken je aan de combinatie van de rechtopstaande, niet-klimmende groei, de V-vormige stengelbladeren en de smalle, trechtervormige bovenbekers. Hybriden met N. mirabilis komen veel voor en maken het beeld soms troebel.

De val en hoe hij werkt

Een kleine bekerval die door zijn formaat vooral kleine prooi vangt: mieren, kleine vliegen en ander gedierte uit de vegetatie van het moeras. De onderbekers staan dicht bij de grond, in de rozet, en vangen lopende dieren; de bovenbekers staan op de stengels in de open lucht en vangen ook vliegende insecten. Het stijve, fijn geribde peristoom met kleine tandjes werkt als bij andere soorten: nat geworden is het glad en laat het insecten naar binnen glijden. Onderin staat verteringsvloeistof. Het formaat maakt hem geen onbelangrijke vanger; de dichtheid van planten in een goed moeras is hoog.

Standplaats en ecologie

Open, natte vegetatie op de overstromingsvlakten langs de Jardine-rivier: open zandige bodem of verzadigd veen in de lagere delen van moerassen, in een vegetatie die als open heide wordt omschreven (W4, W6). Hij groeit vrijwel op zeeniveau, in permanent natte moerassen en veenlaagten. De omringende savanne brandt regelmatig; de wortelstok maakt dat de plant na een brand weer uitloopt. De soort staat in volle zon en is afhankelijk van een open vegetatie.

Verspreiding en hoogte

Endemisch in Australië, in Queensland, op het noordelijke deel van het schiereiland Kaap York, rond de Jardine-rivier. De meeste subpopulaties liggen in het Apudthama National Park. Hij groeit vrijwel op zeeniveau. Met N. mirabilis, N. rowaniae en N. parvula is hij een van de vier soorten van Kaap York, de enige plek in Australië waar bekerplanten voorkomen; drie daarvan zijn endemisch voor Australië.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 2 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten of vormen erkend. Vóór 2006 werd de soort bij N. mirabilis gerekend, net als de andere Australische bekerplanten. Er zijn twee natuurlijke hybriden gedocumenteerd: N. tenax × N. mirabilis, die vrij algemeen is en grote hybridenzwermen kan vormen, en de zeldzamere N. tenax × N. rowaniae. In zulke zwermen komen alle overgangen voor tussen de rechtopstaande N. tenax en de klimmende N. mirabilis, wat het herkennen in het veld lastig kan maken.

Waar en wanneer te zien

Het noorden van Kaap York is alleen in het droge seizoen, van ongeveer juni tot oktober, over land bereikbaar; in het natte seizoen overstromen wegen en rivieren. De omgeving van de Jardine-rivier en het Apudthama National Park zijn het gebied; volg de wegen die de moerassen en heidevlakten kruisen en kijk naar kleine, rechtopstaande plantjes met smalle bekers tussen de zeggen en lage struiken. Het gebied is afgelegen en vraagt een terreinwagen, voldoende voorraden en respect voor de rechten van de traditionele eigenaren van het land.

Staat van instandhouding

Op de Rode Lijst staat de soort als niet in gevaar (Least Concern), vanwege de grote aantallen, de stabiele populatie en de bescherming: de meeste subpopulaties liggen in een nationaal park. In de oorspronkelijke beschrijving werd de soort nog als ‘lower risk, conservation dependent’ beoordeeld, juist omdat alle bekende populaties in beschermd gebied liggen. Mogelijke bedreigingen zijn een veranderd brandregime, verwilderde varkens die in moerassen wroeten, en illegaal verzamelen. Als lid van het geslacht staat hij in CITES bijlage II.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes tenax | Clarke & Kruger, 2006

Beschreven door Charles Clarke & Rodney Kruger in 2006, in Austrobaileya, deel 7, nr. 2, p. 319-324. Holotype uit de bovenloop van Cowal Creek, nabij Cape York, Queensland, Australië; de soort komt voor rond moeras- en overstromingsvlaktes van de Jardine-rivier, noordelijk Cape York-schiereiland, op open zandige of verzadigde bodem, bijna op zeeniveau. Van het Latijnse tenax ("taai, standvastig") — verwijst naar de rechtopstaande stengels en bekers die, uniek onder kannenplanten, zonder steun van omringende vegetatie overeind blijven in open, winderig terrein.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.