Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes halmahera
Nepenthes halmahera
Een kleine kannenplant van open plekken op ultramafisch gesteente in het laagland van Halmahera, het grootste eiland van de Noord-Molukken. Het typemateriaal werd al in augustus 1949 verzameld door De Haan, maar gold lange tijd als een afwijkende vorm van Nepenthes danseri van het eiland Waigeo. Pas in 2015 beschreef Martin Cheek van Kew de planten als een aparte soort, in hetzelfde artikel waarin hij ook Nepenthes weda beschreef. De naam is die van het eiland, als zelfstandig naamwoord gebruikt.

Herkenning
Een klimplant van twee tot vijf meter, met ronde stengels die bezet zijn met kleine, platgedrukt bolvormige klieren. De bladeren van de korte scheuten zijn elliptisch tot lancetvormig, 16,5 tot 22,5 cm lang en 4 tot 6 cm breed; die van de klimstengel zijn kleiner, elliptisch, meestal 8 tot 15 cm lang en 1,5 tot 3,5 cm breed, op een gegoot, gevleugeld bladsteeltje van 1,5 tot 3,4 cm. De onderbekers zijn ellipsoïde tot cilindrisch, ongeveer 11 cm hoog en 3,6 cm breed, met gefranjerde vleugels van ongeveer zeven millimeter en een smal peristoom van 1,5 tot 2 mm. De bovenbekers zijn eivormig-cilindrisch, meestal 8 tot 10,5 cm hoog en 2,4 tot 3,3 cm breed, met een peristoom van 1,5 tot 2,5 mm met fijne ribbels op een derde millimeter afstand, en een klein deksel van ongeveer twee centimeter.
Gelijkende soorten
De soort werd vroeger tot Nepenthes danseri gerekend, die volgens de huidige opvatting alleen op Waigeo voorkomt en daar een geheel gelige plant is met kleine bekers en een zeer smal, nauwelijks geribd peristoom. Op Halmahera zelf is Nepenthes weda de belangrijkste andere soort op ultramafisch gesteente; die is veel groter, met bovenbekers van 24 tot 25 cm, onderbekers met tanden van 2 tot 3 mm op het peristoom en een ondergronds netwerk van stengels, en groeit hoger, in bergbos. Nepenthes halmahera is dus op het eiland herkenbaar aan haar kleine bekers, smalle peristoom en voorkeur voor open laagland.
De val en hoe hij werkt
Een kleine bekerval van het gewone type. De onderbekers staan aan de voet van de plant en hebben gefranjerde vleugels die als loopplank voor kruipende dieren dienen. De bovenbekers hangen aan de ranken van de klimstengel, zijn eivormig tot cilindrisch en hebben een smal, fijn geribd peristoom. Opvallend is dat de binnenwand van beide bekertypen wasachtig is: een laag wasschilfers waarop insecten geen houvast vinden en die, samen met het natte peristoom, het ontsnappen bemoeilijkt. Onderin staat verteringsvloeistof. Prooionderzoek aan deze soort is in de geraadpleegde literatuur niet gevonden.
Standplaats en ecologie
Open plekken in laaglandbos, zelden in laag-montaan bos, op ultramafisch substraat, van ongeveer 10 tot 500 m en uitzonderlijk tot 760 m (R3, B5, B2). Ultramafische bodems, ontstaan uit verweerd peridotiet en serpentiniet, zijn arm aan de belangrijkste voedingsstoffen en rijk aan nikkel, chroom en magnesium. Het bos erop is vaak laag en open, met plekken waar de kale bodem aan de oppervlakte komt. Dat zijn de plaatsen waar deze soort in voldoende licht kan groeien. Halmahera heeft uitgestrekte ultramafische gebieden, vooral in het midden en oosten.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Halmahera in de provincie Noord-Molukken, Indonesië. Onze eigen soortenlijst noemt 'Molukken, Halmahera', wat klopt. Bij de beschrijving in 2015 was de soort alleen bekend uit het gebied van een nikkelproject in de Weda-baai, in het midden van het eiland; de beschrijver schatte het bewoonde oppervlak toen op 32 vierkante kilometer. Latere inventarisaties lieten zien dat de soort in het gebied van de Weda-baai algemeen is. Of ze ook op andere ultramafische terreinen van het eiland voorkomt, is in de geraadpleegde bronnen niet vermeld.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten of vormen beschreven, en er zijn geen natuurlijke hybriden bekend, ook niet met Nepenthes weda, die op hetzelfde eiland op ultramafisch gesteente groeit maar hoger in de bergen. De maten van de bovenbekers variëren behoorlijk, van ongeveer 6 tot 11 cm hoog, wat vermoedelijk samenhangt met leeftijd en lichtomstandigheden van de plant. Over kleurvariatie is in de geraadpleegde bronnen weinig vastgelegd.
Waar en wanneer te zien
De bekende vindplaatsen liggen in en rond een nikkelmijnconcessie in de Weda-baai, waar toegang beperkt is. Buiten concessies kun je op Halmahera zoeken in open laaglandvegetatie op rode of bruine, kaal ogende ultramafische bodem, waar de vegetatie laag is en licht tot de grond doordringt. Let op kleine, cilindrische bekers met een smal peristoom aan planten die in de struiken klimmen. Verwarring met Nepenthes weda is uitgesloten zodra je de bekergrootte ziet: bovenbekers van meer dan 20 cm horen bij die soort.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst als niet in gevaar (Least Concern). Dat is opmerkelijk, want de beschrijver stelde in 2015 nog voor om de soort als ernstig bedreigd te beschouwen, omdat alle bekende populaties binnen één gebied van nikkelmijnbouw lagen. De formele beoordeling voor de Rode Lijst, uit 2018, kwam tot een gunstiger oordeel nadat bleek dat de soort in het gebied van de Weda-baai algemeen is. Als lid van het geslacht Nepenthes staat ze in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist. Uitbreiding van de nikkelmijnbouw op Halmahera blijft het belangrijkste risico voor haar leefgebied.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes halmahera | Cheek, 2015
Nepenthes halmahera werd in 2015 beschreven door Martin Cheek, in Blumea 59: 215-225. Het eiland Halmahera, Noord-Molukken, Indonesië, destijds (2015) beperkt tot het concessiegebied van het Weda Bay Nickel-project, op ultramafische bodem tussen 10 en 760 m hoogte. De soortsnaam verwijst rechtstreeks naar het eiland Halmahera, waar de soort endemisch is.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.