Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes kampotiana
Nepenthes kampotiana
Een soort die genoemd is naar een stad waar ze misschien niet meer groeit. De Franse botanicus Paul Henri Lecomte beschreef Nepenthes kampotiana in 1909 naar planten die bij Kampot in het zuiden van Cambodja waren verzameld. Volgens François Mey, die in 2010 een overzicht van de Cambodjaanse kannenplanten publiceerde, is de soort sindsdien in Cambodja niet meer gemeld, en zochten hij en anderen rond Kampot tevergeefs. Wel groeit ze net over de grens, in de Thaise provincie Trat. Het is een lid van de zogenoemde thorelii-groep: kannenplanten van de seizoensdroge savannes van Indochina die de droge tijd en de branden overleven met een verdikte wortelstok.

Herkenning
Een plant met leerachtige, kort gesteelde, lijn- tot lancetvormige bladeren en lange ranken. De onderbekers zijn in het onderste derde eivormig en versmallen naar boven; de bovenbekers zijn cilindrisch met een opgezwollen voet, of omgekeerd eivormig. Het peristoom is smal en meestal zonder strepen; het deksel is rond met een hartvormige voet en niet gewelfd. Afgezien van de bladoksels, de ranken en de bekers is de plant kaal, en de bloemen staan elk afzonderlijk op een eigen steeltje in de bloeiwijze. Nauwkeurige maten zijn voor deze gids niet uit een toetsbare bron beschikbaar; de maatvelden blijven daarom leeg.
Gelijkende soorten
Binnen de thorelii-groep lijken de soorten sterk op elkaar, en de afgrenzing is omstreden: de Duitse kannenplantkenner Jan Schlauer behandelt kampotiana zelfs als synoniem van Nepenthes smilesii. Volgens Mey verschilt smilesii door een beharing over de hele plant en korte ranken. Nepenthes chang, uit hetzelfde grensgebied, is de naaste verwant; die heeft tweebloemige zijsteeltjes in de bloeiwijze, een behaarde meeldraadkolom, dunnere bladeren (ongeveer 0,2 in plaats van 0,5 mm) en buisvormige bovenbekers. Nepenthes bokorensis heeft bredere bladeren, een beharing en forsere, kleurrijkere bekers met een gewelfd deksel en een gestreept peristoom. De algemene Nepenthes mirabilis heeft duidelijk gesteelde, papierachtige bladeren.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil zoals bij alle kannenplanten, met twee bekervormen: gedrongen, onderaan eivormige onderbekers die op de grond staan en kruipend gedierte vangen, en cilindrische bovenbekers met een bolle voet aan lange ranken. Het smalle peristoom en de nectarklieren onder het deksel lokken insecten naar de rand. Bijzonder aan deze groep is het seizoensritme: in de droge tijd, als de savanne verdort en vaak brandt, worden weinig of geen bekers gevormd. De plant is dan nauwelijks als kannenplant te herkennen. Er is geen specifiek onderzoek naar de prooi van deze soort gevonden.
Standplaats en ecologie
Open savannes en graslanden die in het regenseizoen onder water lopen en in de droge tijd uitdrogen (W5, W6, D4). De plant is een pyrofyt: ze overleeft branden doordat haar ondergrondse, vlezige wortelstok water en reserves opslaat, en loopt na het begin van de regens opnieuw uit. Volgens de Engelstalige Wikipedia groeit ze van zeeniveau tot ongeveer 600 m; omdat die opgave niet in de hier geraadpleegde vakliteratuur werd bevestigd, blijft het hoogteveld leeg.
Verspreiding en hoogte
Het oorspronkelijke materiaal komt uit de provincie Kampot in het zuiden van Cambodja; recente zekere waarnemingen komen uit de Thaise provincie Trat, vlak bij de Cambodjaanse grens. Andere bronnen noemen ook het oosten van Thailand en het zuidelijke kustgebied van Vietnam. Ons eigen overzicht noemt Cambodja, Vietnam en Thailand; het Vietnamese deel wordt in de door Mey gebruikte literatuur niet bevestigd, en in Cambodja is de soort sinds 1909 niet meer met zekerheid gezien.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten erkend. Nepenthes geoffrayi, eveneens door Lecomte beschreven, wordt als synoniem beschouwd. In het wild zijn hybriden gemeld met Nepenthes bokorensis en met Nepenthes mirabilis. Door de omstreden afgrenzing binnen de thorelii-groep kan materiaal dat in de literatuur als kampotiana geldt, bij andere auteurs onder smilesii vallen.
Waar en wanneer te zien
Wie de soort wil zien, zoekt in de natte savannes van de Thaise provincie Trat, in het regenseizoen of kort daarna, als de planten volop bekers vormen. In Cambodja zou een bevestigde waarneming rond Kampot werkelijk nieuws zijn: Mey riep uitdrukkelijk op om de soort daar terug te vinden, zodat een beschermingsprogramma kan worden opgezet. Let in open, grazige vlakten op lage rozetten met smalle leerachtige bladeren en kleine bekers aan de voet. Deel vondsten met Cambodjaanse natuurbeschermers.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst staat de soort als niet in gevaar (Least Concern). Dat oordeel betreft het hele areaal; voor Cambodja schreef Mey in 2010 dat de soort er mogelijk al is verdwenen. Natte savannes in de laaglanden van Indochina worden omgezet in rijstvelden, plantages en bebouwing, en veranderingen in het brandregime kunnen pyrofyten zowel helpen als schaden. Als lid van het geslacht Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes kampotiana | Lecomte, 1909
Nepenthes kampotiana werd in 1909 beschreven door Paul Henri Lecomte. Het gebied bij de stad Kampot, Cambodja, waar de eerste exemplaren van deze soort werden verzameld. De soortsnaam verwijst naar de Cambodjaanse stad Kampot, in de buurt waarvan de eerste exemplaren van deze soort werden verzameld.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.