Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes smilesii

Nepenthes smilesii

De meest verbreide soort van de Indochinese savannekannenplanten, en een plant met een verwarde naamgeschiedenis. William Hemsley beschreef Nepenthes smilesii in 1895, maar het grootste deel van de twintigste eeuw werd de soort Nepenthes anamensis genoemd, en in de handel is ze lange tijd als Nepenthes thorelii verkocht, een heel andere en veel zeldzamere soort. Ze groeit in Cambodja, Laos, Thailand en Vietnam, in open zandige savannes die maandenlang uitdrogen en regelmatig branden, en is berucht om de koude die ze op sommige hoogvlakten verdraagt.

Nepenthes smilesii
Foto: François MEY — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons
Nepenthes smilesii — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: François MEY — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons
Nepenthes smilesii — de standplaats
De standplaats · Foto: François MEY — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een klimplant die volgens de Engelstalige Wikipedia tot vijf meter kan worden, met zeer smalle, lijnvormige tot lancetvormige, leerachtige bladeren die kort gesteeld zijn. Kenmerkend volgens Mey (2010) is dat de hele plant behaard is, en dat de ranken kort zijn. De onderbekers zijn vaak cilindrisch met een gezwollen voet; de bovenbekers eveneens cilindrisch met een bolle voet, tot trechtervormig. Het peristoom is smal en meestal zonder strepen; het deksel is doorgaans elliptisch met een hartvormige voet en niet gewelfd. De bloemen staan afzonderlijk op eigen steeltjes. Nauwkeurige, uit vakliteratuur toetsbare maten waren voor deze gids niet beschikbaar; de maatvelden blijven leeg.

Gelijkende soorten

De soorten van de thorelii-groep lijken sterk op elkaar. Nepenthes kampotiana is kaal op bladoksels, ranken en bekers na en heeft lange ranken; sommige auteurs beschouwen haar als synoniem van smilesii. Nepenthes thorelii is een lage, rechtopstaande plant met een grote wortelstok, niet-opgerolde ranken aan de bovenbekers en een grote bloeiwijze, en is met zekerheid alleen uit Vietnam bekend. Nepenthes kongkandana uit het zuiden van Thailand heeft omgekeerd eironde bladeren met een toegespitste top, langere ranken en een breder peristoom. Nepenthes bokorensis heeft forsere, kleurrijkere bekers met een gestreept peristoom.

De val en hoe hij werkt

Een valkuil met twee bekervormen, sterk afhankelijk van het seizoen. In het regenseizoen vormt de plant onderbekers met een gezwollen voet, die tussen het gras op de grond staan en vooral mieren en ander kruipend gedierte vangen, en bovenbekers aan de klimmende stengels. In de droge tijd staan er weinig of geen verse bekers, en zijn de bovengrondse delen vaak verdord of verbrand. Het smalle, ongestreepte peristoom en de nectarklieren onder het deksel lokken de prooi. Gericht prooionderzoek aan deze soort is in de geraadpleegde bronnen niet gevonden.

Standplaats en ecologie

Open, zandige savannes en graslanden, vaak seizoensnat, met een lange droge tijd waarin brand geregeld voorkomt (W5, D4, D1). In het Nationaal Park Kirirom in Cambodja groeit de soort in open plekken tussen dennenbomen, een savannebos dat sterk aan de natte dennensavannes van elders in de wereld doet denken. De soort is een pyrofyt met een verdikte wortelstok. De hoogteopgaven lopen sterk uiteen: van zeeniveau bij Kampot tot 600 à 720 m in Kirirom, elders meestal tussen 500 en 1000 m, en volgens andere bronnen tot 1500 m. Daarom blijft het hoogteveld leeg.

Verspreiding en hoogte

Cambodja, Laos, Thailand en Vietnam: de meest wijdverbreide soort van de thorelii-groep. In Cambodja is ze bekend van het Kirirom-plateau en van een paar laaglandplekken bij Kampot; in Thailand vooral uit het noordoosten, in Laos uit het zuiden. Ons eigen overzicht noemt Thailand, Cambodja en Laos; volgens de literatuur hoort ook Vietnam bij het areaal.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 10 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn geen variëteiten erkend. De naam Nepenthes anamensis is een synoniem. In de kwekerswereld zijn veel planten als 'thorelii' verspreid die in werkelijkheid smilesii zijn; wie oude bronnen of kweekverslagen leest, moet daarop bedacht zijn. In Cambodja is een natuurlijke hybride met Nepenthes mirabilis gevonden: één oude, grote plant bij Kampot, in een open, overstroomd gebied bij een beek, tussen Utricularia caerulea en Drosera indica.

Waar en wanneer te zien

Het Kirirom-plateau in Cambodja, met zijn dennenbossen en open graslanden, is een goede en toegankelijke plek. Kom in het regenseizoen of kort daarna, als de planten bekers dragen; in de droge tijd zijn ze vaak nauwelijks te vinden. Let op lage rozetten van smalle, behaarde bladeren in het gras, en op kleine cilindrische bekers met een bolle voet. Op dezelfde terreinen groeien vaak zonnedauw- en blaasjeskruidsoorten; kijk dus ook naar de grond.

Staat van instandhouding

Op de Rode Lijst staat de soort als niet in gevaar (Least Concern), dankzij het grote areaal. Plaatselijk ligt dat anders: Mey (2010) noemde de laaglandpopulaties bij Kampot sterk bedreigd, met slechts twee bekende groeiplaatsen, terwijl de populatie op het Kirirom-plateau stabiel leek. Omzetting van savannes in landbouwgrond en veranderingen in het brandregime zijn de belangrijkste risico's. Als lid van het geslacht Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes smilesii | Hemsley, 1895

Nepenthes smilesii werd in 1895 beschreven door William Botting Hemsley — dezelfde botanicus als bij N. hemsleyana (golf 23) en N. macfarlanei (golf 26). De soort heeft een ruime verspreiding over Indochina, met vindplaatsen in Cambodja, noordoostelijk Thailand, zuidelijk Laos en westelijk Vietnam, op 16-1500 m hoogte; een precieze typelocatie kon niet worden vastgesteld. De soortsnaam eert de plantenverzamelaar Frederick Henry Smiles, die als eerste een gedocumenteerd exemplaar van dit taxon verzamelde.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.