Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes kerrii
Nepenthes kerrii
Een kannenplant op een eiland dat bekendstaat om zijn gevangenis. Het eiland Tarutao, in de Andamanzee vlak bij de Maleisische grens, diende in de jaren dertig en veertig als strafkolonie; tegenwoordig is het het hart van een nationaal zeepark, en op de grazige toppen in het binnenland groeit Nepenthes kerrii. Marcello Catalano en de Thaise onderzoeker Trongtham Kruetreepradit beschreven de soort in 2010 en noemden haar naar Arthur Kerr, de Ierse arts en plantkundige die haar in 1928 als eerste verzamelde. Het typemateriaal is nog steeds Kerrs collectie, bewaard in het herbarium in Bangkok.

Herkenning
Een klimplant tot ongeveer vier meter, met een ronde, meestal onvertakte stengel van drie tot vijf millimeter dik die zichzelf kan dragen, groen tot rood van kleur. De bladeren zijn zittend en leerachtig, omgekeerd eirond, tot 31 cm lang maar slechts 3 cm breed, lichtgroen met een groene tot rode middennerf. De onderbekers zijn eivormig, tot 14 cm hoog en 6 cm breed, oranje met rode vlekken, met gefranjerde vleugels tot acht millimeter, een cilindrisch peristoom tot twaalf millimeter breed met kleine tandjes, en een rond deksel met een golvende rand. De bovenbekers zijn buisvormig, tot 15 cm hoog, groen tot geel, met rode vlekken aan de binnenkant, een gelobd peristoom met een duidelijke hals, dat geel of rood gestreept is, en een deksel dat van onderen vaak rood is. De plant heeft een goed ontwikkelde wortelstok, en de zaden hebben opvallend kleine vleugels.
Gelijkende soorten
De naaste verwant is Nepenthes kongkandana uit het zuidoosten van Thailand. Volgens de literatuur heeft kerrii smal eivormige in plaats van buisvormige onderbekers, ranken die twee à drie keer zo lang zijn als de beker in plaats van ongeveer even lang, een gelobd en gestreept peristoom aan de bovenbekers, en een afstand tussen de vleugelfranjes van vier tot zes in plaats van tien tot twaalf millimeter. Andere verwanten, Nepenthes andamana, Nepenthes bokorensis en Nepenthes suratensis, hebben lijn- tot lancetvormige in plaats van omgekeerd eironde bladeren. De planten van het Maleisische eiland Langkawi, vroeger tot deze soort gerekend, zijn in 2024 als Nepenthes ridzaiana beschreven.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil met twee duidelijk verschillende bekers. De eivormige, oranje-rood gevlekte onderbekers staan op de grond met brede, gefranjerde vleugels; de buisvormige, lichtere bovenbekers hangen aan lange, opgerolde ranken. Het peristoom van de bovenbekers is gelobd en vormt een 'hals', een ongewone structuur binnen de groep. De grote bloeiwijze, tot 130 cm, steekt ver boven de vegetatie uit. Over de prooi van deze soort is in de geraadpleegde bronnen niets gevonden.
Standplaats en ecologie
Open savanne en grasland op zandgrond, op 400 tot 500 m hoogte (W5, D2, D4). De bodem bestaat uit een kwartsrijke laag tot dertig centimeter dik op graniet, die in de droge tijd heet en hard wordt. De plant overleeft die periode met haar wortelstok, zoals andere pyrofyten van de groep. Ze groeit er niet samen met andere kannenplanten.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in Thailand, op het eiland Tarutao in het Nationaal Zeepark Tarutao, provincie Satun, in het uiterste zuidwesten van het land. Ons eigen overzicht noemt 'Thailand'; de beperking tot Tarutao komt uit de literatuur. De planten van Langkawi, ongeveer tien kilometer zuidelijker, werden eerder ook als kerrii beschouwd, maar vormen sinds 2024 een aparte soort. Voordat de soort een naam kreeg, werd ze door Stewart McPherson (2009) als 'N. sp. Trang' vermeld.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten erkend, en er zijn geen natuurlijke hybriden bekend, wat logisch is omdat de soort niet samen met andere kannenplanten groeit. De stengels en middennerven variëren van groen tot rood, de onderbekers van oranje tot rood gevlekt, de bovenbekers van groen tot geel. Het afsplitsen van de Langkawi-planten betekent dat oudere beschrijvingen van kerrii soms materiaal van twee soorten combineren.
Waar en wanneer te zien
Tarutao is alleen per boot bereikbaar en ligt in een nationaal park dat buiten het regenseizoen open is, grofweg van november tot mei. De groeiplaatsen op de grazige heuvels in het binnenland zijn volgens McPherson uiterst ontoegankelijk; een bezoek vraagt toestemming van de parkautoriteiten en een ervaren gids. Het eiland zelf, met zijn bos, stranden en geschiedenis, is een reis waard, ook als de kannenplanten buiten bereik blijven.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst staat de soort als niet in gevaar (Least Concern), in een beoordeling uit 2018. De groeiplaatsen liggen binnen een nationaal zeepark en zijn volgens McPherson zo moeilijk bereikbaar dat de populaties niet bedreigd worden. Een klein areaal op één eiland blijft wel gevoelig voor veranderingen in het brandregime. Als lid van het geslacht Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes kerrii | Catalano & Kruetreepradit, 2010
Nepenthes kerrii werd in 2010 beschreven door Marcello Catalano en Trongtham Kruetreepradit, in Catalano's boek Nepenthes della Thailandia: Diario di viaggio; de beschrijving werd nagekeken door Alastair Robinson, met een Latijnse vertaling van Andreas Fleischmann. Het holotype (Kerr 14127) werd in 1928 verzameld op ongeveer 500 m hoogte, in wat nu het Tarutao National Marine Park is, provincie Satun, Thailand, en ligt in het Bangkok Herbarium (BK). Wat nu het Tarutao National Marine Park is, provincie Satun, Thailand, op ongeveer 500 m hoogte. De soortsnaam eert de Iers-Britse arts Arthur Francis George Kerr, die als eerste een herbarium-exemplaar van deze soort verzamelde.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.