Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes diatas
Nepenthes diatas
Een robuuste bekerplant van de hoogste delen van de Gunung Bandahara in Aceh, in het uiterste noorden van het Barisangebergte. De naam is Indonesisch: di atas betekent 'boven' of 'daarboven', een verwijzing naar zowel de noordelijke ligging als de grote hoogte van de standplaats. Matthew Jebb en Martin Cheek beschreven de soort formeel in 1997 in hun skeletal revision van het geslacht in Blumea; de naam was al sinds 1994 informeel in gebruik. Ze wordt gezien als een forse, noordelijke afgeleide van Nepenthes singalana.

Herkenning
Een half klimmende struik tot 2,5 m, met een houtige stengelvoet en een vierkantige stengel van 4 tot 8 mm dik, waarvan de hoeken vooral onder de knopen uitgesproken zijn; de leden zijn kort, 1 tot 3,5 cm. De bladeren zijn dun leerachtig, ongesteeld, omgekeerd lancetvormig, 9,5 tot 17 cm lang en 2,5 tot 3,5 cm breed, met een lange, bijna evenwijdig begrensde voet die de stengel half omvat. De bovenbekers zijn onderaan over een derde buikig en daarboven cilindrisch tot licht trechtervormig, 14 tot 22 cm hoog en 3 tot 4,5 cm breed, met duidelijke richels. Het peristoom is het kenmerk: houtig, 5 tot 15 mm breed, voor rond en naar het deksel toe afgeplat, met ribben op 1 tot 2,5 mm afstand en tot 1,5 mm hoog; de buitenrand is gaaf en steekt verder uit dan de binnenrand, die tanden tot 2,5 mm draagt. Het deksel is rond, 3,2 tot 6,5 cm, met zeer talrijke kleine nectarklieren; het spoortje is ongedeeld, tot 12 mm. De bekers zijn roodbruin; de plant draagt rechtopstaande roodbruine haren, die op rank en bladoksels blijven. Onderbekers zijn in de gebruikte flora niet beschreven.
Gelijkende soorten
Nepenthes singalana en N. spathulata hebben dezelfde onderaan buikige, bovenaan buisvormige bovenbekers en een lang versmalde bladvoet, maar een dun, papierachtig peristoom; het houtige, brede peristoom van N. diatas is het beste onderscheid. N. singalana groeit bovendien ver naar het zuiden. N. densiflora, die in hetzelfde noordelijke gebergte voorkomt, heeft een peristoom dat vooral aan de achterkant verbreed is en bleekgroene bekers. N. mikei is veel kleiner en ranker.
De val en hoe hij werkt
De bovenbekers hangen in het lage bergstruikgewas en vangen vooral vliegende insecten. Het houtige peristoom is minder glad dan het dunne peristoom van verwante soorten, maar de hoge ribben met hun gaave buitenrand en getande binnenrand vormen een rand waarover een insect wel naar binnen, maar nauwelijks naar buiten kan. De talrijke nectarklieren op het deksel lokken de prooi. Onderin staat een verteringsvloeistof.
Standplaats en ecologie
Bergstruikgewas en bemost nevelwoud op de hoogste delen van het gebergte (R5, B1), tussen 2400 en 2600 m volgens Cheek & Jebb (2001); andere bronnen geven een ruimere zone van 2000 tot 2900 m. De vegetatie is laag, winderig en koud, en de plant groeit op de grond, half klimmend door het struikgewas.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Sumatra, in de provincie Aceh, en bekend van het topgebied van de Gunung Bandahara, in het noordelijke deel van het Barisangebergte. De wereldchecklist geeft als gebied alleen Sumatra. Andere bergen in het noorden van Aceh zijn slecht onderzocht, zodat de soort daar mogelijk ook voorkomt.
- Inheems
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten of vormen beschreven. Op de Gunung Bandahara komt tussen 2300 en 2700 m een natuurlijke hybride met N. mikei algemeen voor; de hybride werd in 1998 voor het eerst gemeld. Wie op die hoogte bekerplanten bekijkt, moet er dus rekening mee houden dat niet elke forse plant een zuivere N. diatas is.
Waar en wanneer te zien
De Gunung Bandahara ligt in het Nationaal Park Gunung Leuser en is alleen via een meerdaagse tocht met vergunning en lokale gidsen te bereiken. Boven 2300 m let je op forse, roodbruine bekers met een opvallend dik, houtig peristoom; wie het peristoom tussen de vingers neemt, voelt direct het verschil met het dunne peristoom van verwanten. Neem warme, waterdichte kleding mee.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst als niet in gevaar (Least Concern). De soort groeit op grote hoogte in een nationaal park, ver van wegen en ontginningen. Als lid van het geslacht staat ze in CITES bijlage II. De geringe omvang van het leefgebied, beperkt tot het topgebied van één bergmassief, maakt haar op lange termijn wel gevoelig voor brand en voor opwarming van het klimaat.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes diatas | Jebb & Cheek, 1997
Nepenthes diatas werd in 1997 beschreven door Matthew Jebb en Martin Cheek in hun herziening "A skeletal revision of Nepenthes (Nepenthaceae)" (Blumea), hoewel de naam al sinds ten minste 1994 informeel in gebruik was. De top van de berg Bandahara, Aceh, noordelijk Sumatra, in montaan struikgewas en mosbos op 2400-2600 m hoogte. De naam komt van het Indonesische "di atas" ("boven, bovenop") en verwijst zowel naar de endemische status van de soort in het noorden van Sumatra als naar zijn hooggebergte-habitat.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.