Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes mapuluensis

Nepenthes mapuluensis

Een kalksteensoort van het oosten van Kalimantan, en een soort die al eens voor uitgestorven werd gehouden. Nepenthes mapuluensis werd in 1957 door Kostermans verzameld en in 1990 door Adam en Wilcock beschreven; de oorspronkelijke populatie bleek daarna verdwenen, tot de soort door Davis, Nerz en Wistuba werd teruggevonden. Hij is nauw verwant aan N. northiana van Sarawak, en of hij als aparte soort standhoudt, is niet zeker. Hij groeit op lage, vaak uiterst ontoegankelijke kalksteenkammen.

Nepenthes mapuluensis
Foto: Ethyle64 — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een klimplant met een stengel tot 6 mm dik en cilindrische leden tot 4 cm; de maximale lengte is niet bekend. De bladeren zijn leerachtig, omgekeerd lancet- tot lijnvormig, tot 26 cm lang en 5 cm breed, met een spitse top en een versmalde, bijna gesteelde, half stengelomvattende voet; de ranken worden tot 50 cm. De onderbekers zijn ellipsvormig, tot 21 cm hoog en 8,5 cm in doorsnede, met twee gefranjerde vleugels tot 10 mm en een matig ontwikkeld, gevouwen tot golvend peristoom tot 12 mm breed met duidelijke maar niet sterk uitstekende tanden. De bovenbekers zijn vaak cilindrisch en betrekkelijk klein, soms geheel trechtervormig, met gereduceerde gefranjerde vleugels of richels. De plant is grotendeels kaal, met verspreide korte haren, vooral op de bekers.

Gelijkende soorten

De enige soort waarmee verwarring voor de hand ligt, is Nepenthes northiana, eveneens een kalkplant, maar uitsluitend van de omgeving van Bau in het westen van Sarawak, honderden kilometers verderop. N. mapuluensis heeft meer lijnvormige bladeren, donkerder bekers en smallere bovenbekers. Omdat beide soorten zo op elkaar lijken, is de geldigheid van N. mapuluensis als aparte soort betwijfeld; de geografische scheiding en de genoemde verschillen worden in de standaardliteratuur als voldoende beschouwd.

De val en hoe hij werkt

Een valkuil van het type van N. northiana, maar minder uitgesproken. De onderbekers zijn ellipsvormig en gevleugeld, met een golvend, gevouwen peristoom dat een glad platform rond de mond vormt; de tanden aan de binnenrand zijn duidelijk maar klein. De bovenbekers zijn smaller, cilindrisch tot trechtervormig, en hangen aan ranken tot een halve meter lang vrij in de lage vegetatie. Prooigegevens zijn niet gepubliceerd; de standplaats op kale kalkkammen doet vermoeden dat mieren en andere kruipende dieren een belangrijk deel van de vangst vormen.

Standplaats en ecologie

Uitsluitend kalksteen (R2): lage, gedrongen vegetatie op kalksteenkammen, van 50 tot 850 m. De kammen zijn smal, scherp en vaak uiterst moeilijk bereikbaar, en de plant groeit er tussen de lage struiken in het volle licht. Zoals bij andere kalkplanten van Borneo is de bodem hier ondiep en droogt hij snel uit, wat de standplaats gevoelig maakt voor droogte en brand.

Verspreiding en hoogte

Endemisch op Borneo, en daar bekend uit een kalksteengebergte in de provincie Oost-Kalimantan, Indonesië. Hoogte: 50 tot 850 m. Omdat de soort als bedreigd te boek staat, geeft deze gids geen nadere vindplaatsen. De gebiedsaanduiding in onze soortenlijst (Borneo, Kalimantan) klopt met de literatuur.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 2 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn geen variëteiten of vormen beschreven en er zijn geen natuurlijke hybriden bekend. De belangrijkste open vraag is taxonomisch: of N. mapuluensis een eigen soort is of een oostelijke vorm van N. northiana. Genetisch onderzoek aan wild materiaal zou dat kunnen beslechten, maar is voor zover bekend niet gepubliceerd. Kunstmatige kruisingen in cultuur hebben geen betekenis voor de soort in het wild en worden hier niet behandeld.

Waar en wanneer te zien

Zoek deze soort niet op. De groeiplaatsen zijn klein, onbereikbaar en bedreigd, en elke verstoring van de kalkkammen heeft blijvende gevolgen. Wie in Oost-Kalimantan kalksteengebieden bezoekt, bijvoorbeeld in het kader van onderzoek of natuurbeheer, doet dat met toestemming van de Indonesische autoriteiten en met lokale begeleiding. Foto's met datum en hoogte, zonder coördinaten openbaar te maken, zijn voor specialisten waardevol.

Staat van instandhouding

Op de Rode Lijst staat de soort als bedreigd (Endangered). De oorspronkelijke populatie is verdwenen, en de soort is alleen van weinige plekken bekend. De kalksteengebieden van Oost-Kalimantan staan in het algemeen onder druk van houtkap, ontginning en kalkwinning, en van branden in droge El Niño-jaren. Als zeldzame, weinig gekweekte soort is hij bovendien aantrekkelijk voor verzamelaars. De soort staat in CITES bijlage II.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes mapuluensis | Adam & Wilcock, 1990

Nepenthes mapuluensis werd in 1990 beschreven door J.H. Adam en C.C. Wilcock, in Blumea 35: 265-267, op basis van een enkel duplicaat-exemplaar (Kostermans 14017) in de herbaria van Leiden en Bogor, dat in 1957 was verzameld. De kalksteenberg Ilas Mapulu, Oost-Kalimantan, Borneo, op 800 m hoogte; de oorspronkelijke populatie is later verwoest en de soort werd vreesd uitgestorven, tot herontdekkingen het bekende verspreidingsgebied uitbreidden naar het Sambaliung-gebergte. De soortsnaam is afgeleid van de berg Ilas Mapulu, waar de plant voor het eerst werd ontdekt.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.