Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes maximoides

Nepenthes maximoides

In december 1911 verzamelde de Amerikaanse bosbouwer H. M. Curran in de toenmalige provincie Tayabas op Luzon een kannenplant met lange, smalle trechterbekers en een deksel met twee aanhangsels. Het vel werd aangezien voor Nepenthes maxima, een soort van Sulawesi en Nieuw-Guinea, en bleef ruim honderd jaar in het herbarium van Philadelphia liggen. Het duplicaat in Manila ging in februari 1945 verloren toen het Nationaal Herbarium tijdens de slag om Manila met een groot deel van de stad werd verwoest. In 2020 beschreven Martin Cheek en collega's de plant als Nepenthes maximoides, 'lijkend op maxima'.

Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.

Herkenning

Een klimplant met een ronde, kale klimstengel van acht à tien millimeter dik en internodiën van drie tot zes centimeter. De bladeren hebben een korte bladsteel met uitstaande vleugels en zijn elliptisch-langwerpig, 12,5 tot 14 cm lang en 2,75 tot 3,8 cm breed, met twee of drie lengtenerven aan weerszijden die in het onderste deel van het blad ontspringen. De bovenbekers zijn smal trechtervormig, 14 tot 22,5 cm hoog, aan de voet slechts 2,5 à 3 cm breed en naar de mond verbredend tot 4 à 6,5 cm; ze zijn glanzend en vrijwel kaal. Het peristoom is breed en afgeplat, zes millimeter, met een buitenrand met nul tot drie ondiepe lobben. Het deksel is elliptisch, vijf à zes centimeter, dicht bezet met kratervormige nectarklieren. Het meest opvallend zijn de twee aanhangsels onder het deksel: aan de voet een licht haakvormig, naar de voet van het deksel gebogen aanhangsel van zeven millimeter hoog, en bij de top een draadvormig aanhangsel van bijna een centimeter. Onderbekers, bloemen en vruchten zijn onbekend.

Gelijkende soorten

De soort lijkt sterk op Nepenthes maxima, met dezelfde smalle trechterbekers en vergelijkbare dekselaanhangsels, maar die gelijkenis berust volgens DNA-onderzoek op convergente evolutie: Nepenthes maximoides hoort in de sectie Alatae, samen met onder meer Nepenthes graciliflora. Van Nepenthes graciliflora verschilt hij door de smal trechtervormige bovenbekers, het breedst bij de mond in plaats van onderaan, het brede, gelobde peristoom en het haakvormige basale en draadvormige topaanhangsel. Nepenthes copelandii heeft ook smalle trechterbekers, maar behaarde stengels, twee soorten nectarklieren en een stomp, niet gehaakt aanhangsel zonder topaanhangsel.

De val en hoe hij werkt

Een valkuil van het type dat recent als 'smalle trechter' is onderscheiden, een van twaalf functionele bekertypen binnen het geslacht, elk verondersteld op een eigen manier voedsel te verwerven. Nepenthes maxima en Nepenthes maximoides hebben dit type onafhankelijk van elkaar ontwikkeld. Een smalle trechter met een brede, afgeplatte rand en een dekselonderkant vol nectarklieren trekt vliegende insecten naar een glad vlak boven een steile wand. Welke rol de twee dekselaanhangsels daarbij spelen, is niet onderzocht. Van deze soort is niets over de prooi bekend.

Standplaats en ecologie

Van het etiket is alleen af te leiden dat de plant uit bergbos kwam, vermoedelijk boven 1000 m (B1). Mount Banahaw, de waarschijnlijke vindplaats, is met 2158 m de hoogste van een groep vulkanen ten zuidoosten van Manila. De hellingen zijn boven ongeveer 700 m bebost; de regenval varieert van ongeveer 2400 mm per jaar op de noordwesthelling tot bijna 4500 mm op de noordoosthelling, verdeeld over zo'n 262 regendagen. Een betrouwbare hoogte is niet bekend, zodat het hoogteveld leeg blijft.

Verspreiding en hoogte

Endemisch op Luzon. Het etiket vermeldt alleen de provincie Tayabas; de beschrijvers reconstrueerden uit Currans reisroute dat de plant op Mount Banahaw moet zijn verzameld, al is dat niet zeker. De aanduiding 'Mt. Banahaw' in onze soortenlijst is dus waarschijnlijk juist, maar berust op die reconstructie. Met deze soort steeg het aantal van Luzon bekende kannenplantsoorten tot acht, tegen twee in 2001.

  • Inheems
Verspreiding per regio van het TDWG-schema (World Geographical Scheme for Recording Plant Distributions), uit de World Checklist of Vascular Plants — de gegevensbasis achter Plants of the World Online. De kaart toont alleen het natuurlijke areaal; waar de soort is ingeburgerd staat in de tekst. Binnen een regio zegt de kaart niets over waar de plant precies staat; bij bedreigde soorten is dat ook de bedoeling. Contouren: tdwg/wgsrpd. Voor deze soort zijn nog geen GBIF-waarnemingen opgehaald; zodra dat gebeurt vervangt die precisere laag deze regio-kaart.

Vormen en variatie

Van een soort die op één herbariumvel berust, is geen variatie bekend. Het naamgevende kenmerk, de gelijkenis met Nepenthes maxima, is geen variatie maar een voorbeeld van hoe twee niet nauw verwante soorten dezelfde bekervorm kunnen ontwikkelen. Hybriden zijn niet bekend.

Waar en wanneer te zien

Mount Banahaw is een heilige berg, bezocht door honderdduizenden pelgrims en wandelaars per jaar, en valt onder het beschermde landschap Mounts Banahaw–San Cristobal; delen van de berg zijn geregeld gesloten voor herstel. Wie er met toestemming wandelt, kan in het bergbos boven ongeveer 1000 m uitkijken naar een klimmende kannenplant met lange, smalle trechterbekers en een draadje aan de top van het deksel. Een goed gedocumenteerde vondst zou de eerste in meer dan honderd jaar zijn.

Staat van instandhouding

De soort is nog niet door de IUCN beoordeeld (Not Evaluated). De beschrijvers beoordeelden haar als ernstig bedreigd en mogelijk uitgestorven: één plek, één exemplaar, en een berg die jaarlijks door zo'n 300.000 pelgrims en wandelaars wordt bezocht, met aantasting van het bos langs de paden en onlangs een bosbrand die 50 hectare vernietigde. Omdat de Filipijnse kannenplanten intensief worden gezocht door liefhebbers en botanici, achten zij het onwaarschijnlijk dat de grootste en opvallendste kannenplant van Luzon ruim honderd jaar over het hoofd is gezien. Zoals alle Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes maximoides | Cheek, 2020

Nepenthes maximoides werd op 11 september 2020 beschreven door King en Cheek, in PeerJ 8: e9899. De soort is endemisch voor Luzon, Filipijnen; een preciezere typelocatie kon niet met zekerheid worden vastgesteld. De naam is vermoedelijk samengesteld uit "maxima" (de soortsnaam van de verwante N. maxima, golf 26) en het Griekse achtervoegsel "-oides" ("lijkend op"), dus "lijkend op N. maxima" — een expliciete bronbevestiging van deze afleiding is echter niet gevonden.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.