Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes negros

Nepenthes negros

Een soort die bijna een eeuw in de naam van een andere schuilging. De planten van het eiland Negros werden in 1908 door Macfarlane beschreven als een variëteit van Nepenthes alata, de bekendste kannenplant van de Filipijnen. Toen Martin Cheek en Matthew Jebb in 2013 uitzochten wat de naam Nepenthes alata eigenlijk betekent, bleek die soort veel nauwer omgrensd dan gedacht, en de planten van Negros en het kleine eiland Biliran kregen een eigen naam: Nepenthes negros. Het is een lid van de alata-groep en een van de weinige kannenplanten van de Visayas, de eilandengroep tussen Luzon en Mindanao.

Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.

Herkenning

Een klimplant van vier tot vijf meter, met stengels van vier tot zes millimeter dik die, net als de onderkant van de middennerf, opvallend dicht behaard zijn. De bladeren zijn langwerpig-elliptisch, meestal 11 tot 15,5 cm lang en 2,4 tot 3,8 cm breed, en lopen uit in een gevleugelde, gegroefde bladsteel van 3,4 tot 5,7 cm. De bekende bekers zijn bovenbekers: bijna cilindrisch, 13 tot 18,5 cm hoog en 3,4 tot 5 cm breed, het breedst aan de voet en daarboven iets versmald tot een smallere cilinder die gefranjerde vleugels draagt. De mond is eirond, het deksel rond, 2,2 tot 4,3 cm lang, met aan de onderkant een goed ontwikkeld, haakvormig aanhangsel. De binnenrand van het peristoom draagt duidelijke tandjes en gaatjes. Onderbekers en tussenvormen zijn uit het herbariummateriaal niet bekend, en de beschrijving geeft geen veldkleuren.

Gelijkende soorten

Binnen de alata-groep lijkt de soort het meest op Nepenthes ramos uit het noordoosten van Mindanao. Die heeft bovenbekers die aan voet en top even breed zijn en in het midden iets zijn ingesnoerd, zonder gefranjerde vleugels, en een aanhangsel onder het deksel dat nooit haakvormig is. Van Nepenthes leyte, van het naburige eiland Leyte, verschilt Nepenthes negros door de dicht behaarde stengels (bij leyte kaal), de gefranjerde vleugels op de bovenbekers en de tandjes aan de binnenrand van het peristoom. Er is gesuggereerd dat Nepenthes negros binnen de natuurlijke variatie van Nepenthes ramos zou kunnen vallen; veldonderzoek moet dat uitwijzen.

De val en hoe hij werkt

Een valkuil met een glad, geribbeld peristoom als rand. Bij deze soort draagt de binnenrand van het peristoom opvallende tandjes, met daartussen de gaatjes van nectarklieren; zulke tandjes verhinderen dat een dier dat eenmaal over de rand is gegleden zich aan de binnenkant weer omhoog kan trekken. Het haakvormige aanhangsel onder het deksel is kenmerkend voor de alata-groep en draagt nectarklieren die insecten naar de plek boven de opening lokken. Omdat alleen bovenbekers bekend zijn, is over de vangst van kruipende dieren door onderbekers niets te zeggen. Specifiek onderzoek naar prooi of vloeistof is voor deze soort niet gepubliceerd.

Standplaats en ecologie

Submontaan bos rond 1350 m hoogte (B1), de enige hoogte die uit het beschikbare materiaal bekend is. Over bodem, lichtbehoefte en begeleidende vegetatie zegt de beschrijving weinig. Zoals bij veel verwanten is aan te nemen dat de plant zich het best thuis voelt in lichte plekken in het bos en langs bosranden, waar hij tegen de omringende vegetatie omhoog klimt, maar dat is een algemene verwachting en geen waarneming. Het hoogteveld geeft de enige gedocumenteerde vindhoogte.

Verspreiding en hoogte

Endemisch op de Filipijnen, in de Visayas: bekend van het eiland Negros, waar de soort naar is genoemd, en van het veel kleinere eiland Biliran, ten noorden van Leyte. Ons eigen overzicht noemt alleen Negros; volgens de beschrijving hoort Biliran er uitdrukkelijk bij. Het oudste materiaal dateert van mei 1906. Hoe de soort op Negros verspreid is en of hij daar op meerdere bergen staat, is uit de literatuur niet op te maken.

  • Inheems
Verspreiding per regio van het TDWG-schema (World Geographical Scheme for Recording Plant Distributions), uit de World Checklist of Vascular Plants — de gegevensbasis achter Plants of the World Online. De kaart toont alleen het natuurlijke areaal; waar de soort is ingeburgerd staat in de tekst. Binnen een regio zegt de kaart niets over waar de plant precies staat; bij bedreigde soorten is dat ook de bedoeling. Contouren: tdwg/wgsrpd. Voor deze soort zijn nog geen GBIF-waarnemingen opgehaald; zodra dat gebeurt vervangt die precisere laag deze regio-kaart.

Vormen en variatie

Er zijn geen variëteiten of kleurvormen beschreven. De oude naam Nepenthes alata var. biflora is een synoniem, geen aparte vorm. Omdat de soort grotendeels op herbariummateriaal berust, is over natuurlijke variatie in kleur en bekervorm vrijwel niets bekend; ook de vrouwelijke bloeiwijze is nooit verzameld. Natuurlijke hybriden zijn niet gemeld. De vraag of Nepenthes negros en Nepenthes ramos werkelijk verschillende soorten zijn, is de belangrijkste open kwestie.

Waar en wanneer te zien

Wie Negros bezoekt, zoekt het best in de bergbossen boven 1000 m, waar de klimmende stengels met hun dicht behaarde, bijna fluwelige oppervlak en de smalle, onderaan verbrede bekers opvallen tegen het groen. Kijk bij een gevonden beker onder het deksel: een haakvormig aanhangsel en tandjes aan de binnenrand van het peristoom wijzen op deze soort. Goede, gedateerde foto's van de hele plant, inclusief eventuele onderbekers, zouden echt iets toevoegen aan wat van deze soort bekend is.

Staat van instandhouding

Op de Rode Lijst is de soort (nog) niet geëvalueerd. De beschrijvers stelden in 2013 voor haar als ernstig bedreigd te beschouwen, vooral omdat ze slechts van zeer weinig verzamelingen bekend is. Het bos op Negros is in de twintigste eeuw sterk afgenomen, en de resterende bergbossen zijn de laatste leefruimte van veel endemische soorten. Als lid van het geslacht Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist. Nieuw veldwerk is nodig om te weten hoe het er werkelijk voor staat.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes negros | Jebb & Cheek, 2013

Nepenthes negros werd in 2013 beschreven door Martin Cheek en Matthew Jebb, in "Typification and redelimitation of Nepenthes alata with notes on the N. alata group, and N. negros sp. nov. from the Philippines" (Nordic Journal of Botany 31(5): 616-622). De soort komt voor op de Filipijnse eilanden Biliran en Negros; de typelocatie is verbonden aan het eiland Negros, waarnaar de soort is vernoemd. De naam verwijst rechtstreeks naar het eiland Negros, een van de twee Filipijnse eilanden waar deze soort voorkomt.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.