Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes palawanensis
Nepenthes palawanensis
Palawan, het lange smalle eiland in het westen van de Filipijnen, heeft op bijna elke hoge bergtop een eigen kannenplant. Nepenthes palawanensis is er een van: een forse, gedrongen plant met reusachtige bekers, alleen bekend van de kale top van één berg in het midden-zuiden van het eiland. Ze werd in 2010 beschreven door een internationaal team rond Stewart McPherson, kort na de ophefmakende beschrijving van Nepenthes attenboroughii van een andere Palawaanse berg. De naam verwijst eenvoudig naar het eiland; de soort is er endemisch.

Herkenning
Geen klimmer in de gewone zin maar een rechtopstaande tot liggende, onvertakte struik tot ongeveer een meter hoog, met een uitzonderlijk dikke stengel van 2,5 tot 3,5 cm. De bladeren zijn groot en leerachtig, elliptisch tot langwerpig, 20 tot 45 cm lang en 6 tot 15 cm breed, met een stompe of ingedeukte top en een voet die de stengel omvat; de ranken worden tot 60 cm lang en zijn niet opgerold. Het blad is groen, met donkerrood tot paars op de middennerf. De bekers zijn groot: tot 34 cm hoog en 13 cm breed, trechter- tot cilindervormig, met een schuine mond tot 14 cm breed. Het peristoom is cilindrisch tot afgeplat, tot 24 mm breed, met ribbels tot drie millimeter hoog. Het deksel is elliptisch, tot 14 cm lang. De kleur varieert: groen tot rood en paars gevlekt met paars-zwarte banden op het peristoom, of van buiten geheel oranjerood en van binnen geelgroen met donkerpaarse vlekken. Bovenbekers zijn van de typevindplaats niet bekend.
Gelijkende soorten
Op Palawan staat elke hoge berg min of meer op zichzelf, en de grote kannenplanten van de eilandtoppen zijn meestal elk tot één berg of bergmassief beperkt. Het meest vergelijkbaar in formaat en groeiwijze is Nepenthes attenboroughii, die op een ander bergmassief in centraal Palawan groeit; beide vormen gedrongen, rechtopstaande planten met zeer grote bekers in open vegetatie op de top. Omdat de twee niet op dezelfde berg voorkomen, is de vindplaats in de praktijk het eerste determinatiekenmerk. De algemene laaglandsoort van Palawan, Nepenthes philippinensis, is met haar smalle bladeren en kleine bekers niet te verwarren.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil van groot formaat. Met een mond tot 14 cm breed en een peristoom tot 24 mm, bezet met ribbels van wel drie millimeter hoog, heeft deze soort een van de breedste vangranden van de Filipijnse kannenplanten. Zulke grote bekers zijn in staat vrij grote dieren te vangen en vast te houden, en bij verwante reuzensoorten is vastgesteld dat ook kleine gewervelden er af en toe in belanden; voor deze soort is dat niet gedocumenteerd. De spoor achter het deksel is fors, tot 14 mm lang. De bekers staan aan de voet van de plant op of vlak boven de grond, en vangen vooral lopende en kruipende dieren. Over de prooi van deze soort is niets gepubliceerd.
Standplaats en ecologie
Blootgesteld bergstruweel op de top en de topkam, boven 1100 m (B6). De soort ontbreekt in het bergbos op de hellingen en groeit alleen op zonnige plekken waar de vegetatie niet hoger dan een meter wordt. Zulke open topvegetatie op arme grond is kenmerkend voor de toppen van Palawan en voor veel kannenplanten van het eiland. Het hoogteveld geeft het bereik dat in de beschrijving wordt genoemd.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Palawan, en alleen bekend van één bergtop in het midden-zuiden van het eiland. Omdat de soort op de Rode Lijst als bedreigd staat, geeft deze gids de berg niet bij naam. Het leefgebied beslaat alleen de top en de topkam boven 1100 m, en het is daarmee zeer klein.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten beschreven, maar de bekerkleur varieert duidelijk tussen planten: van groen, rood en paars gevlekt met donkere peristoombanden tot geheel oranjerood van buiten. De bovenbekers zijn onbekend, vermoedelijk omdat de plant in het open struweel zelden gaat klimmen. Natuurlijke hybriden zijn niet gemeld.
Waar en wanneer te zien
Voor deze soort geldt: kijk van een afstand, of kijk op foto's. Het leefgebied is klein, de bodem van open topvegetatie is kwetsbaar, en elke nieuwe vertrapte zone telt. Wie toch met een officiële expeditie of begeleide tocht de berg bezoekt, vindt de bekers aan de voet van de lage struiken op de topkam; blijf op bestaande paden en neem niets mee. Op Palawan gelden voor het betreden van bergtoppen vaak vergunningen van de provinciale overheid en de betrokken inheemse gemeenschappen.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst staat de soort als bedreigd (Endangered). Het leefgebied is beperkt tot één kleine bergtop, en elk verlies door brand, betreding of verzameling weegt zwaar. Grote kannenplanten van Palawan zijn in het verleden het doelwit geweest van illegale verzamelaars. Als lid van het geslacht Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist. Palawan geniet als geheel een beschermde status als biosfeerreservaat, maar dat alleen voorkomt stroperij niet.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes palawanensis | McPherson, Cervancia, Lee, Jaunzems, Mey & Robinson, 2010
Nepenthes palawanensis werd in 2010 beschreven door Stewart McPherson, Alexander Cervancia, Ch'ien C. Lee, Ugis Jaunzems, François Sockhom Mey en Alastair Robinson, in "Nepenthes palawanensis (Nepenthaceae), a new pitcher plant species from Sultan Peak, Palawan Island, Philippines" (Carnivorous Plants and their Habitats, deel 2, p. 1332-1339). De soort werd in februari 2010 ontdekt door Jehson Cervancia en Stewart McPherson. Sultan Peak, eiland Palawan, Filipijnen, op 1100-1236 m hoogte — de enige bekende vindplaats van de soort. De naam is afgeleid van het eiland Palawan, waar de soort endemisch is, met het Latijnse achtervoegsel "-ensis" ("afkomstig van").
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.