Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes paniculata
Nepenthes paniculata
Een kannenplant die bijna een eeuw lang alleen van één herbariumvel bekend was. Nepenthes paniculata werd in 1928 door B. H. Danser beschreven op grond van materiaal dat de Nederlandse botanicus H. J. Lam in 1920 had verzameld tijdens de Van Overeem-expeditie in het centrale bergland van toen Nederlands-Nieuw-Guinea. De naam verwijst naar de pluim (Latijn panicula): de mannelijke bloeiwijze is vertakt, wat in het geslacht ongewoon is. Pas in augustus 2013 vond een internationaal team van acht onderzoekers de soort terug, en toen werden voor het eerst ook de onderbekers gezien.


Herkenning
Een klimplant tot ongeveer zeven meter, met ronde stengels van een halve tot een centimeter dik. De bladeren zijn leerachtig en gesteeld, smal elliptisch tot lancetvormig, 20 tot 30 cm lang en 4 tot 7 cm breed, met een toegespitste top en een versmalde voet. De bovenbekers zijn geheel trechtervormig, 8 tot 11 cm hoog en 3 tot 5 cm breed, met twee opvallende ribben aan de voorzijde, die in het bovenste deel soms tot smalle vleugels uitgroeien. Het peristoom is 4 tot 10 mm breed, met ribben op een halve tot een millimeter afstand en duidelijke tanden aan de binnenrand. Het deksel is bijna rond, ongeveer vier bij vijf centimeter, met een afgeronde top en hartvormige voet. De bekers zijn geelgroen, van binnen met violette vlekken, met een roodachtig deksel. Jonge bekers dragen een schaars bruin viltje dat later verdwijnt.
Gelijkende soorten
De naaste verwant is volgens de Flora Malesiana Nepenthes neoguineensis, een wijdverspreide laaglandsoort die eveneens een vertakte bloeiwijze heeft. Nepenthes paniculata verschilt daarvan door de vorm van de bekers en het peristoom: de bovenbekers zijn geheel trechtervormig en kort, niet lang en gebogen, en het peristoom draagt duidelijke tanden. De onderbekers, die pas in 2013 werden gezien, doen oppervlakkig denken aan die van Nepenthes merrilliana en verwante soorten uit de Filipijnen. In het eigen gebied is Nepenthes papuana een mogelijke verwarringsbron; ook hybriden met die soort worden vermoed.
De val en hoe hij werkt
Over de vangst van deze soort is weinig bekend, omdat er tot 2013 alleen herbariummateriaal was. De bovenbekers hebben de gewone opbouw van het geslacht: een glad, geribd peristoom waarop insecten hun grip verliezen, nectarklieren op de rand en onder het deksel, en onderin verteringsvloeistof. De tanden aan de binnenrand van het peristoom maken het voor een prooi lastiger om weer naar buiten te klauteren. De trechtervorm en de ribben aan de voorzijde passen bij een beker die vrij in de vegetatie hangt en vooral vliegende insecten vangt. De onderbekers zijn groter en bolder en vangen vermoedelijk vooral lopende dieren, maar gepubliceerde waarnemingen daarover zijn niet gevonden.
Standplaats en ecologie
Bemost bergbos op een bergkam, op ongeveer 1460 m hoogte, volgens de gegevens van de typeverzameling (B1). Nevelwoud als dit is vrijwel voortdurend vochtig, met een dikke mosbekleding op bomen en bodem, lage temperaturen en weinig beschikbare voedingsstoffen. Over de bodem en de lichtomstandigheden van de standplaats is in de geraadpleegde literatuur niets nauwkeurigers gevonden. Dat de soort zo lang onvindbaar bleef, komt deels doordat latere expedities een andere helling van de berg beklommen dan die waar Lam in 1920 had verzameld.
Verspreiding en hoogte
Vermoedelijk endemisch op één berg in het westelijk-centrale bergland van de Indonesische provincie Papoea, op Nieuw-Guinea. Onze eigen soortenlijst noemt ruimer 'Nieuw-Guinea'; dat is juist, maar het werkelijk bekende gebied is veel kleiner. Omdat de soort op de Rode Lijst als bedreigd staat, geeft deze gids geen nadere aanduiding van de vindplaats. De bekende hoogte is ongeveer 1460 m. Of de soort ook op naburige bergkammen voorkomt, is niet bekend: het gebied is uitgestrekt, ontoegankelijk en botanisch slecht onderzocht.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten of vormen beschreven. Natuurlijke hybriden met Nepenthes papuana worden vermoed, maar zijn niet goed gedocumenteerd. Omdat de soort tot 2013 alleen van één herbariumvel bekend was, is over variatie binnen de soort nog vrijwel niets te zeggen. De beschrijving van de Flora Malesiana betreft alleen bovenbekers en een mannelijke bloeiwijze; de onderbekers zijn pas bij de herontdekking gefotografeerd en in de geraadpleegde bronnen niet volledig met maten beschreven.
Waar en wanneer te zien
Er is geen verantwoorde manier om voor deze soort een vindplaatstip te geven. Ze is uiterst lokaal, bedreigd en alleen via een lange expeditie in afgelegen bergland te bereiken, met vergunningen en lokale begeleiding. Wie in het bergbos van Papoea een klimmende kannenplant met korte, geelgroene trechters, getande peristomen en een roodachtig deksel ziet, doet er goed aan foto's en een beschrijving te delen met een herbarium of met specialisten, maar geen exacte locatie openbaar te maken en geen planten of zaad te verzamelen.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst als bedreigd (Endangered). De reden is het uiterst kleine bekende verspreidingsgebied: vermoedelijk één berg, met een populatie waarvan de omvang onbekend is. De Flora Malesiana noemt de soort in 2001 nog slecht bekend en alleen van het type. Specifieke bedreigingen worden in de geraadpleegde bronnen niet genoemd; het gebied is afgelegen, maar een zo kleine populatie is gevoelig voor elke verstoring, inclusief het verzamelen van planten na de herontdekking. Als lid van het geslacht Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes paniculata | Danser, 1928
Nepenthes paniculata werd in 1928 beschreven door Benedictus Hubertus Danser, in de Bulletin du Jardin Botanique de Buitenzorg. De Doorman Top, een berg in Nieuw-Guinea (03°28'01"Z, 138°26'59"O) — dezelfde berg als N. lamii (golf 25); recentere vondsten komen van mosbos op een bergkam op 1460 m hoogte. De naam is afgeleid van het Latijnse "panicula" ("pluim"), een botanische term voor een type vertakte bloeiwijze.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.