Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes suratensis

Nepenthes suratensis

In 1927 verzamelde de Ierse botanicus A.F.G. Kerr, die decennialang de flora van Thailand in kaart bracht, een bekerplant op zeeniveau bij Kanchanadit, aan de kust van de provincie Surat Thani. Meer dan tachtig jaar lag dat exemplaar in het herbarium voordat de Italiaanse onderzoeker Marcello Catalano het in 2010 aanwees als type van een nieuwe soort: Nepenthes suratensis. Het is een soort van open zandvlakten en graslanden in het kustlaagland, die behoort tot een groep van Indochinese bekerplanten die het droge seizoen en de branden overleven met een dikke wortelstok onder de grond.

Nepenthes suratensis
Foto: Marcello Catalano — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Nepenthes suratensis — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: Marcello Catalano — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een klimplant tot ongeveer 3 m, met stengels van 3 tot 5 mm dik. De bladeren zijn lancetvormig, 13 tot 35 cm lang en 2 tot 4 cm breed. Een kenmerkend detail is de beharing: oranje tot bruine haartjes van 0,1 tot 0,3 mm, die alleen op de bovenste delen van de plant zitten en gemakkelijk afvallen. De onderbekers zijn eivormig, 9 tot 15 cm hoog en 4 tot 5 cm breed; de bovenbekers zijn buisvormig, 12 tot 18 cm hoog en 2,5 tot 3 cm breed. De kleur van de bekers loopt van groen tot rood. Zoals bij verwante soorten verschilt de beker van vorm tussen onder- en bovenkant van de plant: onderaan bol en breed, hoger aan de klimstengel slank en langgerekt.

Gelijkende soorten

De soort behoort tot de groep rond Nepenthes thorelii, een reeks nauw verwante Indochinese soorten die moeilijk uit elkaar te houden zijn. Hij wordt als het naaste verwant van N. andamana beschouwd, en wordt ook vergeleken met N. kerrii, N. kongkandana en N. bokorensis. Het onderscheidende kenmerk volgens de beschrijving is de beharing: kort (tot 0,3 mm), oranje tot bruin, snel afvallend en beperkt tot de bovenste delen van de plant, waar verwante soorten een ander patroon of een andere dichtheid van haren hebben. De taxonoom Jan Schlauer beschouwt N. suratensis als mogelijk synoniem van N. thorelii; de soortstatus is dus niet onomstreden.

De val en hoe hij werkt

Een bekerval van het gebruikelijke type. De bolle onderbekers staan op of vlak boven de grond tussen het gras en vangen vooral lopende prooi, zoals mieren; de slanke bovenbekers hangen hoger en vangen ook vliegende insecten. Nectar op het peristoom en onder het deksel lokt de dieren, en een nat peristoom maakt de rand glad. In het open, zonnige grasland waar de soort staat, is de prooidruk van mieren en andere bodembewoners groot, en de onderbekers zijn daar belangrijk. Tijdens het droge seizoen drogen bekers uit en sterven bovengrondse delen soms af; de plant overleeft dan op de wortelstok.

Standplaats en ecologie

Zandige bodem in open savanne, grasland en open struikgewas in het laagland (D1, D4). De soort groeit van zeeniveau tot ongeveer 200 m. Het is een landschap met een uitgesproken droog seizoen, waarin het gras regelmatig brandt; verwante soorten uit de N. thorelii-groep overleven dat met een dikke, vertakte wortelstok waaruit in het natte seizoen nieuwe stengels opschieten. In het natte seizoen staat de zandgrond plaatselijk onder water. De vegetatie is open en voedselarm; zonder regelmatige verstoring zou ze dichtgroeien.

Verspreiding en hoogte

Endemisch in Thailand, in het kustlaagland van de provincie Surat Thani op het schiereiland, van zeeniveau tot ongeveer 200 m. Het type werd in 1927 bij Kanchanadit verzameld. Het is een van de meest zuidelijke soorten van de N. thorelii-groep, die verder vooral in Cambodja, Vietnam en Oost-Thailand voorkomt. Volgens de beschikbare literatuur zijn slechts enkele subpopulaties bekend.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. Het donkere vak is het enige hok van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt. Het zegt waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten of vormen onderscheiden. De soort is relatief recent beschreven, op basis van oud herbariummateriaal en nieuwe veldwaarnemingen, en de afgrenzing binnen de N. thorelii-groep is nog in beweging: of N. suratensis een eigen soort blijft of in N. thorelii opgaat, hangt af van toekomstige revisies. In het veld varieert de kleur van de bekers van groen tot rood, afhankelijk van de hoeveelheid zon. Natuurlijke hybriden worden in de geraadpleegde bronnen niet vermeld.

Waar en wanneer te zien

Zoek in het kustlaagland van Surat Thani naar open, zandige graslanden en savanne die niet in cultuur zijn gebracht. De beste tijd is het einde van het natte seizoen, wanneer de planten volgroeid zijn en de bekers vol; in het droge seizoen kan de plant bovengronds grotendeels verdwenen zijn. Let op kleine groene tot rode bekers laag in het gras. Veel van dit type land is in privébezit of in gebruik voor landbouw; vraag toestemming en betreed de vegetatie voorzichtig.

Staat van instandhouding

De soort is niet geëvalueerd voor de Rode Lijst (Not Evaluated) in de bron die deze gids gebruikt. Wat wél bekend is, stemt niet gerust: er zijn maar enkele subpopulaties bekend, geen daarvan ligt in beschermd gebied, en de grootste telt volgens gepubliceerde gegevens rond de 250 volwassen planten. Het kustlaagland van Zuid-Thailand wordt intensief gebruikt voor rubber- en oliepalmteelt, garnalenkweek en toerisme, en open zandgraslanden verdwijnen daardoor snel. Als lid van het geslacht staat hij in CITES bijlage II; internationale handel in wilde planten vereist een vergunning.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes suratensis | Catalano, 2010

Beschreven door Marcello Catalano in 2010, in zijn boek "Nepenthes della Thailandia: Diario di viaggio" (beschrijving beoordeeld door Alastair Robinson, Latijnse vertaling door Andreas Fleischmann) — een ongebruikelijke publicatievorm voor een botanische naamgeving, een boek in plaats van een tijdschrift. Holotype Kerr 13136, verzameld op zeeniveau in Kanchanadit, provincie Surat Thani, Thailand, in 1927 door A.F.G. Kerr; bewaard in het Herbarium Bangkok (BK). Van de provincie Surat Thani plus het Latijnse achtervoegsel -ensis ("afkomstig uit") — "uit Surat [Thani]".

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.