Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula antarctica
Pinguicula antarctica
Het zuidelijkste vetblad ter wereld. Pinguicula antarctica groeit tot op Isla de los Estados bij Kaap Hoorn, op vierenvijftig graden zuiderbreedte, in de doorweekte kussenvenen van Vuurland waar de wind vrijwel nooit gaat liggen. Het is een minuscule plant met een bloem van nog geen centimeter, die zijn seizoen midden in de zuidelijke zomer heeft: januari tot maart.

Herkenning
Een kleine, vlakke rozet van eirond-langwerpige bladeren van elf tot zeventien millimeter met naar binnen omgerolde randen, groen en kleverig. Uit het hart komen één of enkele bloemstelen die met tweeënhalf tot twaalf centimeter — bij uitzondering twintig — verrassend hoog boven de rozet uitsteken voor zo'n kleine plant; de steel is in het bovenste deel spaarzaam met klierharen bezet. De bloem is wit, soms zeer bleek violet en fijn geaderd, tweelippig met een tweelobbige bovenlip en een drielobbige onderlip, en met de spoor meegerekend slechts acht tot tien millimeter lang. De spoor is zakvormig en met één tot anderhalve millimeter nauwelijks meer dan een uitstulping. Bloeitijd januari tot maart.
Gelijkende soorten
De soort waarmee hij in Chili het vaakst wordt verward is Pinguicula chilensis, die noordelijker staat en grotere bloemen heeft van negen tot dertien millimeter met een duidelijke spoor van twee tot drie millimeter. Verder noordelijk in de Andes komt P. australandina voor, met violette tot lila bloemen en een kegelvormige spoor. Op de Cordillera de Nahuelbuta groeit P. nahuelbutensis, die een veel kortere bloemsteel heeft van hooguit anderhalve centimeter en dichter met klierharen is bezet. De vuistregel: hoe zuidelijker en hoe korter de spoor, hoe waarschijnlijker P. antarctica — maar een spoor van minder dan anderhalve millimeter bij een witte bloem is het beste enkelvoudige kenmerk.
De val en hoe hij werkt
Een lijmval in een van de natste en winderigste milieus waar het geslacht voorkomt. De gesteelde klieren dragen een taaie druppel die in de permanent hoge luchtvochtigheid niet indroogt; de zittende klieren eronder scheiden pas enzymen af als er iets op het blad ligt. De naar binnen gerolde bladrand houdt het verteringsvocht bij de prooi. In de kussenvenen van het uiterste zuiden is het aanbod niet groot maar wel constant: kleine tweevleugeligen, springstaarten en mijten die zich tussen de kussens van Donatia en Astelia ophouden. In deze bodems, die uit vrijwel niets anders bestaan dan zuur, koud veen, is vrijwel alle bruikbare stikstof afkomstig van wat de plant zelf vangt of van wat de regen aanvoert.
Standplaats en ecologie
Doorweekte kussenvenen en veenmosvenen van het subantarctische laagland (W1), waar Donatia fascicularis, Astelia pumila en veenmos de vegetatie bepalen; daarnaast natte, kale rotsen (R1) en open, drassig bos op veen (B4). Het gaat overal om een permanent natte, zure, uiterst voedselarme ondergrond onder een koel maritiem klimaat met neerslag in vrijwel elke maand van het jaar. Er is nauwelijks hoge vegetatie die schaduw kan geven; de beperkende factor is hier niet licht of water maar voeding.
Verspreiding en hoogte
Van Isla de los Estados en de Straat Magellaan in het uiterste zuiden van Argentinië en Chili noordwaarts langs de kust tot het eiland Chiloé, met een uitloper in het Valdiviaanse kustgebergte rond veertig graden zuiderbreedte. De soort is daarmee verdeeld over twee landen en niet endemisch, maar wel beperkt tot de koele, regenrijke zuidwestrand van Zuid-Amerika. De verspreiding volgt het veen, niet de hoogte: van zeeniveau tot in de lagere bergen. Onze eigen soortenlijst noemt Vuurland, Chili en Argentinië, wat goed overeenkomt met wat de recente herziening laat zien.
- Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Vormen en variatie
Er worden geen variëteiten in het wild onderscheiden. De variatie zit vooral in de lengte van de bloemsteel, die van krap tweeënhalve centimeter op de meest blootgestelde plekken tot twintig centimeter in beschutte venen kan oplopen, en in de mate waarin de bloem violet is aangelopen — van zuiver wit tot bleeklila. Planten uit het uiterste zuiden blijven doorgaans kleiner. Er zijn geen natuurlijke hybriden gemeld. Wel is het soortbegrip in deze groep de laatste jaren opgeschoven: bij de herziening van de Chileense vetbladen is materiaal dat vroeger tot deze soort werd gerekend elders ondergebracht, en omgekeerd.
Waar en wanneer te zien
Dit is een plant van natte voeten. De kussenvenen van Vuurland en het zuiden van Chili zijn doorweekt tot aan het oppervlak; loop langs de randen en kijk in de laagtes tussen de kussens van Donatia en Astelia, waar het mos open blijft. De rozetten zijn groen op groen en klein, maar de witte bloem op een relatief lange steel is van een paar meter afstand te zien. Januari en februari zijn de beste maanden. Neem regenkleding mee waar je op kunt zitten, want vanuit staande houding ziet men hier niets.
Staat van instandhouding
De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en staat niet in CITES; er is dus geen internationale categorie. Wat bekend is, oogt geruststellender dan bij veel andere vetbladen: het areaal beslaat honderden kilometers kust en eilanden in twee landen, en een groot deel daarvan ligt in dunbevolkt gebied of binnen beschermde natuurgebieden. De belangrijkste druk komt van veenwinning, van drainage voor grasland, en in het noorden van het areaal van bosbouw met uitheemse naaldbomen, die het waterregime van venen verandert. Een formele beoordeling ontbreekt, zodat er geen trend te melden is — alleen dat het leefgebied als type kwetsbaarder is dan de kaart doet vermoeden.
Wetenschappelijke naam
Pinguicula antarctica | Vahl, 1804
Beschreven door Martin Vahl in 1804, in Enumeratio Plantarum 1: 192. Het typegebied ligt in het zuiden van Chili en het Argentijnse Patagonië, waar de soort groeit in gematigd regenwoud en veenmoerassen. De soortnaam antarctica verwijst naar de zuidelijke ligging van het verspreidingsgebied, dicht bij het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.