Alle soorten › Heideachtigen › Trompetbekerplantfamilie › Sarracenia leucophylla
Sarracenia leucophylla | Witte trompetbekerplant
White-topped pitcher plant
De opvallendste plant van de Golfkustsavanne, en de enige met een wit bovenstuk: het bovenste derde deel van de beker is helder wit, doorschoten met groene en rode nerven, alsof er licht doorheen valt. In oktober, als de herfstbekers op hun hoogst staan, is een savanne vol leucophylla van honderd meter afstand te zien.




Herkenning
Rechtopstaande, slanke trompetten van 40 tot 70 cm met een smalle vleugel. Onderaan groen, maar vanaf ongeveer tweederde hoogte abrupt overgaand in wit, met een netwerk van groene en rode nerven over dat witte veld; het deksel is rechtopstaand, rond tot eivormig, met een golvende rand en dezelfde witte tekening. De mond is wijd en de rand naar binnen omgeslagen. De plant maakt twee lichtingen bekers: een kortere in het voorjaar, en na de zomer een tweede die hoger, witter en steviger is en tot in de winter blijft staan. De bloem verschijnt vóór de voorjaarsbekers: knikkend aan een kale stengel, karmijnrood tot donker purperrood, en duidelijk geurend.
Gelijkende soorten
Het witte bovenstuk maakt de soort in het veld vrijwel onmiskenbaar; geen andere Sarracenia heeft zo'n groot wit veld. S. minor heeft ook witte vensters, maar die zitten alleen op de achterkant van de beker, onder een deksel dat over de mond heen buigt, en de plant is veel kleiner. S. alata kan een lichte, iets doorschijnende kop hebben, maar staat westelijk van de Mississippi en wordt nooit zo wit. Het echte probleem zijn de hybriden: S. × moorei (met S. flava) is hoog met een geelwitte kop en gele bloemen, S. × excellens (met S. minor) heeft een deksel dat half over de mond hangt, S. × mitchelliana (met S. rosea) is korter en gedrongen. Een witte plant waarvan het deksel voorover leunt of waarvan de bloem geel is, is een kruising.
De val en hoe hij werkt
Een passieve valkuil, en volgens veldtellingen de vangzekerste van het geslacht. Het witte veld werkt als lokmiddel: het licht dat er doorheen valt trekt vliegende insecten naar de mond toe, waar de omgeslagen rand nectar afscheidt. Wie op de gladde rand stapt, valt in de buis. De wand is bovenin met was bedekt, waardoor pootjes geen grip hebben, en daaronder dicht bezet met naar beneden gerichte haren die alleen één kant op laten. Onderin verteren de eigen enzymen van de plant de prooi. De hoge herfstbekers vangen zo veel — motten, vliegen, wespen, kevers — dat ze soms onder hun eigen last omvallen. Anders dan bij S. purpurea houdt de beker geen regenwater vast: het deksel staat er als een afdakje boven.
Standplaats en ecologie
Natte savanne met langbladige den en natte flatwoods van de Golfkustvlakte, kwelhellingen op zand en de randen van moerasjes, en op veel plaatsen de natte greppels langs zandwegen. Zure, permanent natte, voedselarme grond in de volle zon. Vuur is bepalend: de herfstlichting bekers is het hoogst en het witst op terrein dat in het groeiseizoen is gebrand, en zonder brand verdwijnt de soort onder opschietend struweel.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in een smalle strook langs de Golf van Mexico: de Panhandle van Florida, zuidelijk Alabama, zuidoostelijk Mississippi en het uiterste zuidwesten van Georgia. Dat is een van de kleinste areaaltjes van de rechtopstaande bekerplanten. Buiten dat gebied handhaaft hij zich op enkele plekken waar hij is uitgezet, in Virginia en in de staat Washington; in het noorden van de kustvlakte, in de Carolina's, is hij niet inheems.
- Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Vormen en variatie
In het wild zijn er twee kleurvormen die er in het veld toe doen. De gewone plant heeft rode bloemen en rood aderwerk over het witte veld. Daarnaast bestaat een anthocyaanvrije vorm, in de literatuur f. viridescens genoemd: geen spoor rood, dus geelgroene bloemen en een wit-met-groen geaderde beker. Die vorm komt op een handvol plaatsen in Alabama en Florida wild voor en is daar zeldzaam. Alle namen tussen aanhalingstekens die in de handel om zulke witte planten heen hangen, zijn cultivars en horen niet in deze gids. Verder is de soort een gewillige kruiser: S. × moorei met S. flava, S. × excellens met S. minor, S. × wrigleyana met S. psittacina, S. × mitchelliana met S. rosea en S. × areolata met S. alata. Op vindplaatsen waar meerdere soorten samenstaan zijn er soms meer kruisingen dan zuivere planten; wat tussen twee soorten in lijkt te zitten, zit daar ook tussenin.
Waar en wanneer te zien
Twee momenten. Eind maart en april voor de bloei: donkerrode knikkende bloemen boven kort gras. En eind september tot november voor de herfstbekers, als het witte veld op zijn helderst is en de savanne verder al bruin staat — dat is het beeld waarvoor mensen naar de Golfkust reizen. Ga naar openbaar terrein dat met vuur beheerd wordt; in het Apalachicola National Forest in de Panhandle en in de savannereservaten van zuidelijk Alabama staan grote populaties langs paden en wegbermen. Pluk geen bekers: het afsnijden van bekers voor de bloemenhandel is een van de redenen dat de soort achteruitgaat.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar (VU) op de Rode Lijst. Het leefgebied — natte savanne aan de Golfkust — is voor het overgrote deel omgezet in dennenplantages, verkaveld of ontwaterd, en van de resterende plekken gaat een deel achteruit doordat er niet meer gebrand wordt. Daar komt bij dat juist deze soort in trek is: de witte bekers worden op grote schaal gesneden voor de snijbloemenhandel, en wilde planten worden uitgegraven voor verzamelaars. Als Sarracenia valt hij onder CITES bijlage II. Herstel hangt vooral aan het terugbrengen van brand in de savanne en aan het beschermen van de resterende kwelhellingen.
Wetenschappelijke naam
Sarracenia leucophylla | Rafinesque, 1817
Constantine Samuel Rafinesque beschreef de soort in 1817. Geen precieze typelocatie opgegeven; de soort komt van nature voor langs de Golfkust, van het westen van Florida tot Mississippi. De soortnaam leucophylla is Grieks voor 'witblad', van leukos ('wit') en phyllon ('blad'), naar het witte, roodgeaderde bovenste deel van de beker.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.
Natuurlijke hybriden van dit geslacht
Deze tien soorten kunnen onderling kruisen. Bekijk de negentien met naam beschreven natuurlijke hybriden van Sarracenia, met foto's waar beschikbaar.