Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Amerikaanse tafeleend
Amerikaanse tafeleend
Aythya americana | Redhead | Porrón americano
De Noord-Amerikaanse tegenhanger van onze tafeleend, en in Europa een van de lastigste eenden om aanvaard te krijgen. Het mannetje verraadt zich door een hoog, bol voorhoofd, een gele iris en een blauwgrijze snavel met een zwarte punt. Wie er een vindt, heeft meteen twee vragen te beantwoorden: is het er echt een, en waar komt hij vandaan.
Geluid
In Europa zwijgzaam. In het broedgebied geeft het baltsende mannetje een opvallend kattenachtig, oplopend wieh-oew, met de kop ver achterover; het vrouwtje een hard, laag krrr als ze opvliegt of jongen roept. Een dwaalgast tussen tafeleenden hoor je niet, dus geluid speelt bij de determinatie geen rol.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Een tafeleend van gelijk formaat maar met een heel andere kop: hoog, rond en bol, met een steil voorhoofd dat abrupt in een korte snavel overgaat. Het mannetje heeft een oranjebruine kop, een gele tot oranjegele iris, een zwarte borst en een middengrijze, fijn gevermiculeerde rug en flanken die maar matig aftekenen tegen die zwarte borst. De snavel is licht blauwgrijs met een smalle witte band vlak voor een brede zwarte punt. Het vrouwtje is egaal warm bruin met een lichtere, vale kopzijde rond snavelbasis en keel, een donker oog met een vaag lichter oogringetje en een aanzet tot een lichte streep erachter; de snavel toont hetzelfde patroon als bij het mannetje. In vlucht is de vleugelstreep grijs en nauwelijks contrastrijk.
Verwarringssoorten
De tafeleend is de maatstaf. Die heeft een hoekiger kop met een hol voorhoofd en een piek op de kruin, een rode iris bij het mannetje, en een lichtere, bijna witgrijze rug die veel sterker afsteekt tegen de zwarte borst; de snavel draagt een brede grijze dwarsband tussen een zwarte basis en een zwarte punt, niet één smalle witte band vlak voor de punt. Vrouwtjes zijn het echte probleem: een vrouwtje tafeleend heeft een lichte gezichtstekening met een streep achter het oog en dezelfde brede snavelband, terwijl de Amerikaanse tafeleend egaler bruin is, ronder van kop en een smalle witte band voor een zwarte snavelpunt heeft. Bij zo'n vogel valt de determinatie in de praktijk vaak stil zonder foto's van kop en snavel. Denk daarnaast altijd aan hybriden: tafeleend maal witoogeend levert vogels op met een bolle kop en een gelige iris die precies op deze soort lijken, en die zijn in Europa vaker gevonden dan de echte.
Leefgebied
Bij ons uitsluitend op groot open zoet water waar al duikeenden zitten: waterbekkens, diepe zandwinplassen en grote meren, meestal midden in een groep tafeleenden of kuifeenden. In Noord-Amerika broedt hij in ondiepe prairieplassen met veel oevervegetatie en overwintert hij massaal op ondiepe kustlagunes, maar dat gedrag zie je in Europa niet.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel van de prairiestaten en het westen van Canada, overwinterend van de Grote Meren tot de Golf van Mexico. Voor Europa is dit een van de zeldzaamste Nearctische eenden, met een handvol gevallen verdeeld over Groot-Brittannië, Ierland, IJsland, Nederland en de Azoren. Groot-Brittannië houdt na een herbeoordeling nog één geval over: een mannetje bij Bleasby in Nottinghamshire in maart 1996, dat in februari 1997 op Rutland Water terugkwam; een langblijvende vogel op Kenfig Pool in Zuid-Wales geldt niet langer als bewezen. Nederland heeft één aanvaard geval, een vogel in het Westerkwartier in Groningen van 19 januari tot 13 maart 2016, die bij gebrek aan aanwijzingen voor ontsnapping het voordeel van de twijfel kreeg. Dat is meteen de kern van het probleem: de soort wordt veel in watervogelcollecties gehouden en ontsnapt daaruit geregeld.
Waar en wanneer kijken
Werk in het late winterhalfjaar systematisch grote tafeleendgroepen af op waterbekkens en diepe plassen, vooral in februari en maart wanneer de mannetjes baltsen en de koppen omhoog gaan. Zoek naar een kop die te hoog en te bol is en naar een iris die geel oplicht in plaats van rood. Fotografeer bij een verdachte vogel kop, snavel en flank van opzij, en let ook op pootringen en versleten handpennen, want de herkomstvraag beslist hier meer dan de determinatie.
Staat van instandhouding
In Noord-Amerika een talrijke jachteend die als niet bedreigd geldt, met een bestand dat de laatste decennia licht toeneemt. De knelpunten liggen daar bij het dempen en droogleggen van prairieplassen en bij de achteruitgang van de zeegrasvelden in de kustlagunes van Texas en Mexico, waar een groot deel van het bestand overwintert. In Europa heeft de soort geen beschermingsstatus; het enige praktische probleem is hier de stroom ontsnapte collectievogels, die de beoordeling van echte dwaalgasten vertroebelt.

