Alle soortenZangvogelsBoszangers › Bladkoning

Bladkoning

Phylloscopus inornatus | Yellow-browed warbler | Mosquitero bilistado

Een Siberische dwerg van nog geen zeven gram die elk najaar bij oostenwind in tientallen in onze kustbosjes belandt. Vijftig jaar geleden was hij een sensatie; nu is hij in oktober een vaste, maar nog altijd opwindende gast — en je vindt hem vrijwel altijd eerst op het geluid.

Bladkoning (Phylloscopus inornatus)
Foto: Михаил Голомысов — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep maakt de soort: een luid, doordringend, opgaand tsuu-iest, twee lettergrepen die naar boven toe uitschieten, verrassend hard voor zo'n klein beestje en om de paar seconden herhaald. Het is precies dat geluid waarmee je hem in een kustbosje vindt: je hoort hem drie keer voordat je hem één keer ziet. Humes bladkoning roept vlakker en minder stijgend, meer een tweelettergrepig tsju-wiet of een droog, mezenachtig wesoe, zonder de opzwiepende uithaal. De zang, in Europa zelden te horen, is een hoge, ijle reeks van een paar herhaalde tonen.

Luister: Doordringende roepXC153463

Opname: Luis Ramos — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Het kleinste groene vogeltje van het bosje, fris olijfgroen boven en wit onder, met opvallend veel tekening op de kop: een lange, brede, roomgele wenkbrauwstreep die tot achter het oog doorloopt, een donkere oogstreep en meestal een vage lichte kruinstreep over het midden van de kruin. Op de vleugel staan twee lichte strepen: een brede, geelwitte over de grote dekveren en een kortere, smallere over de middelste dekveren; de tertials hebben brede witte zomen. De snavel is donker met een oranjeroze basis, de poten zijn lichtbruin tot vleeskleurig. Nooit stil: hij hangt, wipt en bidt aan de takuiteinden.

Verwarrings­soorten

Humes bladkoning is de moeilijkste: die is doffer en grijzer, met een vuilwitte in plaats van geelwitte wenkbrauwstreep, één duidelijke vleugelstreep en een tweede die vaak vrijwel ontbreekt, een geheel donkere snavel met hooguit een spoortje licht aan de basis en donkere poten. Pallas' boszanger is nog kleiner en veel contrastrijker: een felgele kruinstreep, een gele stuitvlek die bij het bidden oplicht en bredere gele vleugelstrepen. Tjiftjaf en fitis zijn groter, zonder vleugelstrepen en zonder kruinstreep.

Leefgebied

Broedt in de Siberische taiga van berk, lariks en spar. Op doortrek in Europa in kustbosjes, duinstruweel, duindoorn en vlier, wilgen rond drinkpoelen, populierenrijen, begraafplaatsen en dorpstuinen — vrijwel altijd in de buitenste takken van loofbomen, hoog in de kruin of juist laag in de struiklaag, en vaak in het gezelschap van mezen en goudhaantjes.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt van de Oeral tot in Oost-Siberië en overwintert normaal in Zuidoost-Azië. Elk najaar dwaalt een deel westwaarts af: bij een aanhoudende oostenwind in oktober duiken er in Nederland tientallen tot honderden op, geconcentreerd op Vlieland, Texel, de Maasvlakte en andere kustpunten. In Spanje is hij een dwaalgast die vooral aan de noordkust — Galicië, Asturië, Baskenland — en op de Canarische Eilanden wordt gezien, met van jaar op jaar meer waarnemingen.

  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

De eerste twee weken van oktober, na een paar dagen wind uit het oosten of noordoosten, in een kustbosje of duinstruweel. Loop langzaam, blijf om de vijftig meter staan en luister; zodra je het tsuu-iest hoort, wacht je tot de mezenroep langskomt, want de bladkoning trekt vrijwel altijd met een mezengroep mee. Kijk naar de buitenste takken tegen de lucht — daar valt de dubbele vleugelstreep het best op.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en met een zeer grote, stabiele broedpopulatie in Siberië. Het aantal vogels dat Europa bereikt is in de afgelopen decennia sterk toegenomen; of dat komt door groei van de populatie, door een verschuiving van de trekrichting of simpelweg door meer waarnemers die de roep kennen, is nog niet uitgemaakt.