Alle soortenSteltloperachtigenStrandlopers en snippen › Breedbekstrandloper

Breedbekstrandloper

Calidris falcinellus | Broad-billed sandpiper | Correlimos falcinelo

De enige echte Europese broedvogel onder de zeldzame strandlopers, en een van de weinige waarvan je het broedgebied kunt bezoeken. Broedt op drijvende veenmatten in de aapavenen van Noord-Scandinavië en trekt in mei en augustus over het wad, laag op de poten, met een snavel die aan de punt een knik naar beneden maakt.

Breedbekstrandloper (Calidris falcinellus)
Foto: Hans Norelius — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De vluchtroep is een droge, zoemende triller, ongeveer dzjrriet, hoger en schraler dan de rollende roep van de bonte strandloper en het best te leren door hem in een gemengde groep op te pikken. Daarnaast een klikkend tik tik in de vlucht. Op het broedveen zingt het mannetje in een lage zangvlucht een aanhoudend zoemend gesnor, zrie-zrie-zrie, dat over de veenpoelen ver draagt.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Kleine, gedrongen strandloper met een kort achterlijf en opvallend korte poten, waardoor de vogel laag en gehurkt oogt. De snavel is voor het formaat lang, breed van basis, recht over het grootste deel van de lengte en dan met een duidelijke knik naar beneden bij de punt. Het kopje is snipachtig getekend: een donkere kruin met daarboven en daaronder een lichte streep, zodat er een dubbele wenkbrauwstreep ontstaat die boven de snavel in een V samenkomt. De bovendelen zijn donker met witte mantelstrepen; in zomerkleed is de borst dicht gestreept en staan er pijlpunten op de flanken, bij jonge vogels zijn de veerzomen warm okerkleurig. In vlucht een smalle witte vleugelstreep en een donkere voorvleugel.

Verwarrings­soorten

De verwarring gaat vrijwel altijd met de bonte strandloper, waarmee de breedbekstrandloper op het wad tussen de duizenden staat. Drie dingen beslissen het. Ten eerste de kop: de bonte strandloper heeft één simpele wenkbrauwstreep, de breedbekstrandloper een dubbele, met een smalle donkere lijn ertussen die de kruinzijde afsnijdt. Ten tweede de snavel: bij de bonte strandloper egaal en geleidelijk gebogen over de hele lengte, bij de breedbekstrandloper recht met een korte, scherpe knik in de laatste centimeter. Ten derde de poten: die van de breedbekstrandloper zijn merkbaar korter, zodat de vogel dichter bij het slik ligt en zich met kleine, drukke pasjes voortbeweegt in plaats van de gestage tred van de bonte strandloper. Op afstand helpt ook de silhouetverhouding: kleiner, korter achter de poten, maar met een snavel die bijna even lang lijkt.

Leefgebied

Broedt in aapavenen: uitgestrekte, basenrijke venen met poelen, zeggenruggen en drijvende veenmostapijten, waarin het nest op een lage bult komt te liggen. Buiten de broedtijd op slikplaten en wadranden, in zoutwinningsbekkens, brakke lagunes, kleiputten en natte natuurontwikkeling, meestal aan de rand van het water op de weekste modder.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Het Europese broedgebied ligt in Noord-Noorwegen, Noord-Zweden, Noord-Finland en Noordwest-Rusland; de vogels trekken naar de kusten van de Perzische Golf, Oost-Afrika en India. In Nederland is de soort een jaarlijkse doortrekker in kleine aantallen, met een scherpe piek rond half mei en een tweede golf in augustus. De Friese en Groningse waddenkust, de Delta en de natte natuurgebieden in het noorden leveren de meeste waarnemingen; het gaat vrijwel altijd om enkelingen tussen bonte strandlopers.

  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga rond 12 tot 20 mei naar een hoogwatervluchtplaats aan de Waddenkust of naar een ondergelopen natuurgebied in Friesland of Groningen, en werk een groep bonte strandlopers rij voor rij af. Zoek niet naar kleur maar naar de kop: zodra een vogel twee lichte strepen boven het oog laat zien, staat de rest vast. In augustus is het net zo, alleen zitten er dan jonge vogels bij met warme okeren veerzomen.

Staat van instandhouding

Sinds 2024 staat de soort als kwetsbaar op de rode lijst, in één stap van niet bedreigd naar kwetsbaar. In Fennoscandië liep de stand tussen 2006 en 2018 met ruim vijf procent per jaar terug, in Finland zelfs ruim zeven procent, wat neerkomt op een halvering in een jaar of twaalf. De oorzaken liggen grotendeels op het broedveen: ontwatering voor bosbouw en landbouw, verzuring door afstromend bosbouwwater, oprukkend veenmos dat de open zeggenpoelen dichtgroeit, en nesten die bij zomerhoogwater verdrinken. In Azië komt het verlies van getijdengebieden langs de Oost-Aziatische trekbaan daar nog bovenop.