Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Gestreepte strandloper
Gestreepte strandloper
Calidris melanotos | Pectoral sandpiper | Correlimos pectoral
Een forse strandloper met een dicht gestreepte bef die als met een mes tegen de witte buik is afgesneden. Verreweg de talrijkste Amerikaanse strandloper in Europa: de commissie beoordeelde de soort tot en met 1999, toen er zesennegentig gevallen stonden, en sindsdien is hij jaarlijks.
Geluid
Een lage, harde, rietachtige krrrt of trrrp, vaak twee of drie keer herhaald bij het opvliegen; zwaarder en droger dan iets anders in het strandlopergezelschap en niet te verwarren met de ijle piep van bonapartes strandloper. Baltsende mannetjes op de toendra laten een dof, hoempend oemp-oemp-oemp horen uit een opgeblazen borstzak, maar dat hoor je in Europa niet.
Opname: Niels Krabbe — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Duidelijk groter dan een bonte strandloper, met een langere hals, een kleine kop en een vrij lange, licht gebogen snavel met een lichte, geelbruine basis. De poten zijn geelgroen tot vuilgeel. Het kenmerk is de borst: dicht bruin gestreept, aan de zijkanten het donkerst, en over de volle breedte scherp afgesneden tegen een schone witte buik, alsof er een streep is getrokken. Bovendelen donker met roestbruine en witte veerzomen en heldere lichte mantelstrepen. Mannetjes zijn opvallend groter dan vrouwtjes, wat in het veld verwarrend kan werken. In vlucht een zwakke vleugelstreep, een donkere middenstuit en witte stuitzijden.
Verwarringssoorten
De echte tegenspeler is de siberische strandloper. Bij de gestreepte strandloper stopt de borststreping abrupt en horizontaal tegen wit; bij de siberische loopt de tekening vaag door en zakt ze als pijlpunten en V-tekens de flanken op. De siberische heeft bovendien een warm oranjebruine kruin die scherp afsteekt tegen een brede witte wenkbrauw en een opvallende witte oogring, terwijl de kruin van de gestreepte grijsbruin en fijn gestreept is en de wenkbrauw korter en vager. Juveniele siberische strandlopers hebben een egaal oranjebeige borst met streping alleen aan de zijkanten; juveniele gestreepte strandlopers houden ook dan de volledige gestreepte bef. Snavel en poten scheiden ze nauwelijks: beide hebben een lichte snavelbasis en gele tot geelgroene poten, al is de snavel van de siberische korter, rechter en stomper. Tegenover bairds strandloper en bonapartes strandloper is de gestreepte strandloper groter en hoger op de poten, met gele poten in plaats van zwarte en zonder de ver voorbij de staart stekende vleugelpunt. Een kleine vrouwtjesgestreepte kan de maat van een bonte strandloper benaderen; let dan op de gele poten en de afgesneden bef. Een grote man lijkt eerder op een kemphaan, maar die heeft een kleinere kop op een langere hals, een schubbig getekende bovendelen zonder mantelstrepen en in vlucht twee ovale witte vlekken naast de staart.
Leefgebied
Nadrukkelijk niet het open wad. Zoek op drassig grasland en ondergelopen weilandhoeken, langs begroeide slikranden van inlaagjes en karrenvelden, op drooggevallen oevers van spaarbekkens en in bezinkvelden bij rioolwaterzuiveringen. De vogel foerageert graag half verscholen tussen lage vegetatie en loopt met een rechte, vrij hoge gang. Broedt op natte kusttoendra in Noordoost-Siberië en Noord-Amerika.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel van de toendra van Taimyr oostwaarts tot in Canada, overwinterend in Zuid-Amerika en deels in Australazië. Nederland kende zesennegentig aanvaarde gevallen tot en met 1999 en is sindsdien gastheer voor een jaarlijkse, wisselende reeks, met een driepiekspatroon in mei, juli tot augustus en september tot begin oktober en met een sterk accent op het Lauwersmeergebied en de noordelijke kust. Spanje telde tot 2004 al honderdzestig waarnemingen, met Galicië, Catalonië en de Canarische Eilanden voorop.
Waar en wanneer kijken
September, na aanhoudende westenwind, langs de landkant van inlaagjes en op ondergelopen grasland. Werk de rand af waar gras en slik in elkaar overgaan; de vogel zit vaker bij watersnippen en kemphanen dan bij bonte strandlopers. Zie je een strandloper met gele poten en een scherp afgesneden bef, controleer dan direct de kruin en de flanken, want dat is het enige wat de siberische strandloper uitsluit.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd volgens de Rode Lijst, met een grote wereldpopulatie, maar tellingen in Alaska en langs de Zuid-Amerikaanse overwinteringsgebieden wijzen op een afname. Het verlies van natte graslanden en ondiepe zoetwatermoerassen op de trekroute door het Amerikaanse binnenland weegt zwaar, en ook de omzetting van pampa naar akkerland in Argentinië en Uruguay speelt mee. In Europa is de soort te schaars voor eigen beheer.



