Alle soortenSteltloperachtigenStrandlopers en snippen › Grijze strandloper

Grijze strandloper

Calidris pusilla | Semipalmated sandpiper | Correlimos semipalmeado

De talrijkste Amerikaanse peep aan deze kant van de oceaan en toch een soort waar je jaren op wacht. Nederland telt vijftien aanvaarde gevallen, bijna allemaal adulte vogels, en pas in 2024 kwam de eerste juveniel.

Grijze strandloper (Calidris pusilla)
Foto: Rhododendrites — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een laag, kort en wat hees tsjurp of tsjert, soms tweemaal achter elkaar, duidelijk voller en lager dan het droge tit van de kleine strandloper en zonder de scherpte van het tsjiet van de alaskastrandloper. In een opvliegende gemengde groep is die lage toon vaak het eerste dat opvalt. Op het broedgebied houden mannetjes een baltsvlucht met een pulserend, motorachtig vurra-vurra-vurra, gevolgd door een reeks versnelde roepnoten; in Europa hoor je alleen de vluchtroep.

Luister: Roep, Long Island, New YorkWikimedia Commons

Opname: Tony Phillips — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Klein en gedrongen, met een korte, rechte, aan de basis dikke snavel met een opvallend stompe punt; bij oostelijke vrouwtjes is die snavel langer en soms licht zakkend. Poten zwart, met kleine zwemvliesjes tussen de voorste tenen. Adulten in zomerkleed zijn grauw grijsbruin met donkere veercentra en hooguit wat roestig op kruin en oorstreek, zonder het warme rood van de andere peeps. Juvenielen zijn egaal grijsbruin geschubd met bleke veerzomen, een donkere kruin die als een kapje oogt, een donkere teugelstreep en hooguit een vage mantelstreep. In winterkleed effen grijs met een grijze borstzijde. De vleugelpunt reikt tot de staartpunt en de tertials dekken de handpennen bijna geheel.

Verwarrings­soorten

Van de alaskastrandloper scheidt hem de snavel: kort, recht en met een stompe punt, tegenover lang, dik aan de basis en aan het eind gebogen, en in kleed het ontbreken van roestrode schouderveren. Beide soorten hebben zwemvliesjes tussen de tenen, het kenmerk waarnaar de soort is vernoemd; kijk ernaar bij een vogel in ondiep water of vlak voor het opvliegen. Kleinste strandloper en roodkeelstrandloper missen die vliesjes. De kleinste strandloper valt bovendien op door geelgroene poten, een fijnere en licht gebogen snavel, een bruiner, sterker gestreept kleed en een doorlopende gestreepte borstband. De roodkeelstrandloper is korter gesnaveld en langvleugeliger, met een vleugelpunt die voorbij de staart uitsteekt en een lang, spits achterlijf; in zomerkleed is de keel effen roodbruin met een streepjesketting eronder, terwijl de grijze strandloper juist een dicht gestreepte borstband houdt. De belangrijkste verwarringssoort in Europa is de kleine strandloper: die is fijner gesnaveld met een spitse punt, heeft geen zwemvliesjes, in juveniel kleed heldere witte mantelstrepen en een gespleten wenkbrauwstreep, en zwart gecentreerde schouderveren met roestbruine zomen tegenover de bleke, buffige zomen van de grijze strandloper. Temmincks strandloper doet nauwelijks mee: geelolijve poten, effen grauwe borst die scherp tegen wit eindigt en witte buitenste staartpennen. Bij de bonte strandloper beslist formaat en de langere, gebogen snavel.

Leefgebied

In Nederland op de slikranden van inlaagjes, brakke plassen, spuikommen, bezinkvelden en drooggevallen oevers, en op de wadplaten en zandstranden van de Waddenkust en de Delta. Foerageert pikkend en ondiep sonderend in de bovenste millimeters slib, meestal in een snel doorlopend groepje kleine en bonte strandlopers. Broedt op vochtige zeggetoendra en drassige kustvlakten van arctisch Noord-Amerika, van Alaska tot Labrador.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt in arctisch Noord-Amerika en overwintert langs de kusten van Midden- en Zuid-Amerika, met de Guyana's als kerngebied. In Nederland zijn vijftien gevallen aanvaard tussen 1989 en 2023, verdeeld over Friesland, Noord-Holland, Flevoland, Zeeland, Groningen en Limburg, met waarnemingen in mei en van juli tot september; bijna alle vogels waren adult, wat wijst op exemplaren die de oversteek al eerder maakten en tussen Europa en Afrika blijven pendelen. In Spanje gaat het om ongeveer acht homologaties tussen 1991 en 2004, waarvan vijf in Galicië.

Waar en wanneer kijken

Half september is het beste moment, en dan liefst op een inlaag of brakke plas in Zeeland of langs de Waddenkust waar al een groep kleine strandlopers zit. Ga zitten waar de vogels naar je toe foerageren en werk elke peep af op snavelpunt en pootkleur; de zwemvliesjes zie je alleen bij een vogel die door een dun laagje water loopt. Let ook op adulte vogels in juli en augustus, want dat is in Nederland de gebruikelijke leeftijdsklasse, en niet de juveniel die je op grond van andere Amerikaanse steltlopers zou verwachten.

Staat van instandhouding

Bijna bedreigd. De oostelijke populatie is sterk teruggelopen, wat vooral is vastgesteld op de overwinteringsgebieden in de Guyana's, waar tellingen dramatische afnames lieten zien. Jacht op steltlopers in de kustmoerassen van Suriname, verstoring en verlies van pleisterplaatsen langs de Atlantische kust en veranderingen in het voedselaanbod van intergetijdengebieden gelden als de belangrijkste oorzaken. In de Baai van Fundy hangt de najaarstrek van vrijwel de hele populatie aan een handvol slikgebieden.