Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Kwartelkoning
Kwartelkoning
Crex crex | Corn crake | Guion de codornices
Een rail die in hooiland leeft en bijna nooit te zien is. De kwartelkoning verraadt zich vooral door de raspende roep van het mannetje, die de hele korte zomernacht doorgaat.
Geluid
Een hard tweelettergrepig raspen, crex crex, alsof je met een duimnagel over een kam trekt, ongeveer één keer per seconde en soms uren achtereen herhaald. Alleen mannetjes roepen, vanaf de schemering en vooral tussen elf uur 's avonds en drie uur 's nachts, in mei en juni. Anders dan bij de andere rallen is het geluid droog, hard en tweeledig, zonder trilling of toonwisseling.
Opname: Robert Petersen — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Zo groot als een waterhoen, maar oker- tot geelbruin met zwart gestreepte bovendelen, een blauwgrijze wenkbrauw en wang en fijne roodbruine dwarsbanden op de flanken. Zie je hem, dan meestal een seconde in vlucht: bungelende poten, hangende hals en vooral opvallend kastanjerode, ongestreepte vleugeldekveren. Op de grond loopt hij geduikt door hoog gras.
Verwarringssoorten
De kwartel is het enige alternatief in hetzelfde terrein; die is kleiner, ronder, zonder rossige vleugels en met een heel ander drieledig fluitje. Waterral en porseleinhoen zijn moerasvogels met een veel donkerder, gestreept verenkleed en zwart-wit gebandeerde flanken. De roestrode vleugelvlek van de kwartelkoning is in vlucht altijd doorslaggevend.
Leefgebied
Uitgestrekt, structuurrijk hoog grasland dat laat gemaaid wordt: bloemrijke hooilanden, uiterwaarden, moerasruigten met moerasspirea en brandnetel, en akkers met luzerne of graan. Vereist dekking van zo'n vijftig centimeter hoog waarin de vogel kan lopen, met open bodem eronder. Vroege maaidata maken een gebied ongeschikt of ronduit dodelijk.
Verspreiding en trek
Broedt van Ierland en Frankrijk tot ver in Rusland, met het zwaartepunt in Oost-Europa en de Baltische staten; overwintert in zuidelijk Afrika. In Nederland vooral in de uiterwaarden van IJssel, Rijn en Waal en in Oost-Groningen, met van jaar tot jaar sterk wisselende aantallen. In Spanje slechts een zeldzame doortrekker, vrijwel zonder broedgevallen.
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Rijd in juni tussen elf uur 's avonds en twee uur 's nachts langzaam met open raam langs een dijk bij uiterwaarden of laat gemaaid hooiland en stop elke paar honderd meter om te luisteren. Blijf bij de weg: de vogel is toch niet te zien en verstoring kost een broedsel. Roepposten verplaatsen zich van nacht tot nacht.
Staat van instandhouding
Sterk achteruitgegaan in West-Europa door vervroegd en gemechaniseerd maaien, waarbij legsels en jongen sneuvelen, en door ontwatering van hooilanden. In Nederland schommelt de stand met het aanbod van laat gemaaid gras en met de instroom uit het oosten. Beheerovereenkomsten met uitgestelde maaidatum en van binnen naar buiten maaien helpen aantoonbaar.
Andere soorten in deze familie
Meerkoet · Waterhoen · Porseleinhoen · Waterral · Klein waterhoen · Kleinst waterhoen