Alle soortenStormvogelachtigenPijlstormvogels › Scopoli's pijlstormvogel

Scopoli's pijlstormvogel

Calonectris diomedea | Scopoli's shearwater | Pardela cenicienta mediterránea

Scopoli's pijlstormvogel is de grote pijlstormvogel van de Middellandse Zee, tot voor kort samen met Kuhls pijlstormvogel als één soort behandeld en sinds ongeveer 2011 als aparte soort gevoerd. Hij is iets kleiner en fijner gebouwd dan zijn Atlantische tegenhanger en het enige veldkenmerk dat werkt, zit op de ondervleugel.

Scopoli's pijlstormvogel (Calonectris diomedea)
Foto: Patrick Kern — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee stil; in de kolonie luidruchtig na zonsondergang. De roep is een nasaal, klagend en tweedelig aa-oe, ruwer en korter dan het drieledige geluid van Kuhls pijlstormvogel, vaak afgesloten met een hik. Mannetjes roepen hoger en nasaler, vrouwtjes lager en schorrer. Boven een bezette kolonie op Cabrera of Zembra klinkt dat van april tot augustus als een aanhoudend, huilend koor dat de hele nacht doorgaat.

Luister: Roep bij het nest, MarseilleWikimedia Commons

Opname: Cedric Mroczko — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een grote, lang gevleugelde zeevogel met een grijsbruine kop en rug die zonder scherpe grens overgaan in het witte onderlichaam, zonder kap en zonder halsband. De snavel is geel met een donkere band voor de punt, maar slanker en minder hoog dan bij Kuhls pijlstormvogel. Het beslissende kenmerk staat op de ondervleugel: vanaf de armpennen loopt een lichte wig door de basis van de buitenste slagpennen tot in de vleugelpunt, waardoor de hand van onderen tweekleurig oogt in plaats van egaal donker. De donkere achterrand is bovendien smaller. De vlucht is zeilend met lange bogen, maar door het lagere gewicht wat lichter en met iets snellere vleugelslagen.

Verwarrings­soorten

Kuhls pijlstormvogel is zwaarder, heeft een dikkere snavel en een van onderen geheel donkere hand zonder lichte wig; de twee soorten overlappen bij Gibraltar en langs de Marokkaanse kust, en veel vogels blijven daar onbenoemd. De grote pijlstormvogel heeft een zwarte kap, witte halsband, zwarte snavel en donkere buikvlek. Yelkouanpijlstormvogel en Balearische pijlstormvogel zijn duidelijk kleiner en donkerder, met snelle, ondiepe vleugelslagen en een veel kortere glijvlucht. Grauwe pijlstormvogel is geheel donker met een zilveren streep op de ondervleugel.

Leefgebied

Buiten de broedtijd een vogel van de open zee, met een voorkeur voor de rand van het continentaal plat, onderzeese bergen en de fronten waar warm en koud water elkaar raken. Foerageert al scherend over het water, pikt kleine vis en inktvis van de oppervlakte en duikt ondiep; volgt sardine- en ansjovisscholen die door tonijn en dolfijnen omhoog worden gedreven en verzamelt zich in groten getale achter trawlers. Broedt in spleten en holen op rotsige eilandjes en steile kliffen, waar hij alleen in het donker aan land komt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedvogel van vrijwel de hele Middellandse Zee, van de Chafarinas-eilanden en de Columbretes in het westen tot Kreta en de Dodekanesos in het oosten; de grootste kolonie ligt op Zembra voor Tunesië. Na de broedtijd verlaat vrijwel de hele bevolking in oktober en november de Middellandse Zee via de Straat van Gibraltar en trekt naar de centrale en zuidelijke Atlantische Oceaan. In Nederland is de soort een uitzondering: pijlstormvogels van dit type worden voor de kust bijna nooit tot op soort gebracht, en het aantal aanvaarde gevallen is op één hand te tellen. Wie hem wil zien, moet naar de Middellandse Zee.

  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

De eenvoudigste plek in Europa is een avondtocht per boot bij Cabrera, de Columbretes of de kust van Menorca in juni of juli: de vogels verzamelen zich dan in vlotten van tientallen tot honderden op het water voordat ze in het donker naar de kolonie gaan, en op die afstand is de lichte wig in de vleugelpunt goed te zien. Vanaf het land werkt de Straat van Gibraltar in oktober het beste, met een aflandige wind en zicht op het diepe water bij Punta Carnero.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), maar de mediterrane bevolking wordt kleiner. De belangrijkste oorzaken zijn bijvangst aan beuglijnen en in kieuwnetten, ratten en verwilderde katten in de kolonies en verstoring door recreatie op de broedeilanden. Omdat de vogels laat volwassen worden en per jaar maar één ei leggen, werkt sterfte onder volwassen vogels sterk door; het opruimen van ratten op broedeilanden en het aanpassen van beugtuig hebben op een aantal plaatsen al resultaat opgeleverd.