Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Taigastrandloper
Taigastrandloper
Calidris subminuta | Long-toed stint | Correlimos dedilargo
Een van de zeldzaamste kleine strandlopers van West-Europa, en een die je alleen vindt door elk groepje kleine strandlopertjes veer voor veer uit te ploegen. De taigastrandloper staat hoog op gele poten, rekt de hals als een miniatuur bosruiter en heeft een middenteen die langer is dan de snavel.
Geluid
De vluchtroep is een zacht, rimpelend prrp of tjurr, laag en kort, dat vaak pas opvalt als de vogel al weg is. Hij mist de droge, ratelende hardheid van de temmincks strandloper, tirrrr, en klinkt voller en lager dan het scherpe stit van de kleine strandloper. Bij het opvliegen ook een reeksje klikkende tik-tik-tik.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Zeer kleine strandloper, in de orde van een kleine strandloper, maar met een heel andere houding: hoog op de poten door een lang scheenbeen, met een opgerichte, langgerekte hals en een klein kopje. De poten zijn geel tot groengeel, de tenen opvallend lang; in vlucht steken de tenen voorbij de staart uit. De snavel is fijn, licht neerwaarts aan de punt, meestal met een lichte basis aan de ondersnavel. De donkere kruin loopt door tot aan de snavelbasis, zodat de witte wenkbrauwstrepen elkaar boven de snavel niet raken. Bovendelen warm roestbruin gezoomd met witte mantelstrepen, borst fijn gestreept en scherp begrensd tegen de witte buik. De vleugelpunten reiken tot aan het staarteind, met de tertials over de handpennen heen.
Verwarringssoorten
Het gaat om twee soorten, en om twee verschillende vragen. Tegenover de temmincks strandloper is het simpel: die is egaal grijsbruin zonder wenkbrauwstreep en zonder mantelstrepen, heeft duidelijk kortere poten, kruipt horizontaal als een muis over de modder, laat witte buitenste staartpennen zien en heeft een staart die voorbij de vleugelpunten steekt. De taigastrandloper staat rechtop, is warm getekend en heeft een strakke wenkbrauwstreep. Tegenover de kleinste strandloper is het veel lastiger, want die deelt de gele poten en de warme kleur. Let dan op vier dingen: bij de taigastrandloper reikt de donkere kruin tot aan de snavel, zodat de wenkbrauwstrepen elkaar niet raken, terwijl ze bij de kleinste strandloper boven de snavel samenvloeien tot een licht voorhoofd; de tenen zijn bij de taigastrandloper duidelijk langer en steken in vlucht voorbij de staart; het scheenbeen is langer, waardoor de vogel hoger en langhalziger oogt; en de vleugelpunten eindigen gelijk met de staart in plaats van er iets voorbij.
Leefgebied
Zoetwaterranden: modderige oevers van plassen, drooggevallen kleiputten, bezinkbassins, rijstvelden en natte natuurontwikkeling. Zoutwater en open wad meidt de soort grotendeels; de kans is het grootst een eind landinwaarts, in vegetatierijke ondiepten waar de vogel dekking heeft. Broedt in drassige zeggenmoerassen en veenkommen in de zone waar toendra en taiga in elkaar overlopen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel van Siberië, van het Ob-gebied oostwaarts tot Tsjoekotka, Kamtsjatka, de Koerilen en de Commandeurseilanden, met een winterkwartier van India en Zuidoost-Azië tot Australië. In het Westelijk Palearctisch gebied is de soort een grote zeldzaamheid. Groot-Brittannië komt op vier gevallen: een pas veel later herkende vogel uit Cornwall in juni 1970, de beroemde vogel van Saltholme Pool in Cleveland van eind augustus tot begin september 1982, een vogel in county Cork in juni 1996 en er een in West Yorkshire in oktober 2021. Nederland heeft één aanvaard geval: de vogel van de Vreugderijkerwaard langs de IJssel bij Zwolle, gevonden op 22 oktober 2009 en tot 28 oktober gebleven.
Waar en wanneer kijken
Kansen liggen niet aan zee maar binnendijks, op ondiepe zoetwaterplassen met kale modderoevers in september en oktober. Werk elk groepje strandlopertjes af en kijk eerst naar de houding: een vogel die opvallend hoog op de poten staat en de hals rekt, verdient een tweede blik. Controleer daarna de kleur van de poten, of de wenkbrauwstrepen boven de snavel samenkomen, en waar de vleugelpunten eindigen ten opzichte van de staart. Fotografeer alles, want de determinatie wordt achteraf op detail beslist.
Staat van instandhouding
De soort staat als niet bedreigd te boek. De populatie is groot maar wordt slecht geteld, doordat de vogels zich over talloze kleine binnenlandse wetlands verspreiden in plaats van zich op enkele slikplaten te verzamelen. Juist die voorkeur voor zoet water in het binnenland maakt de soort minder gevoelig voor de landaanwinning die de getijdengebieden langs de Oost-Aziatische trekbaan wegvaagt en die andere strandlopers van dezelfde route hard treft. Verlies en verdroging van binnenlandse moerassen blijven de voornaamste zorg.



