Alle soortenZangvogelsVinkachtigen › Vink

Vink

Fringilla coelebs | Common Chaffinch | Pinzón vulgar

De vink is waarschijnlijk de talrijkste broedvogel van Europa en zingt zijn versnellende strofe vanaf maart uit elke boomrij. Het is bovendien de vink waarmee bijna elke vogelaar leert dat vinkachtigen aan de vleugeltekening zijn te herkennen.

Vink (Fringilla coelebs)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een korte, versnellende, dalende ratel die eindigt in een uithaal, weer te geven als tsjip-tsjip-tsjip-tsjerrewiet; te horen van eind februari tot in juni, met streekgebonden dialecten. Roepen: een luid, veerkrachtig pink en, vooral bij regenachtig weer, een klagend hwiet.

Luister: ZangXC489896

Opname: Hannu Varkki — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Beide geslachten hebben twee witte vleugelstrepen, witte buitenste staartpennen en een groenige stuit. Het mannetje heeft in de zomer een blauwgrijze kruin en nek, een roestrode rug en een baksteenroze borst; in de winter is dat alles dof en bruinig overwassen. Het vrouwtje is olijfbruin en egaal, maar met dezelfde opvallende vleugeltekening. Juvenielen lijken op het vrouwtje.

Verwarrings­soorten

De keep is de kritische soort: die heeft een oranje schouder en borst, een witte stuit in plaats van groenige, en een zwart met geel snavelpatroon in de winter. Vrouwtjesvinken worden ook wel voor huismussen aangehouden, maar zijn slanker, ongestreept op de rug en tonen altijd de dubbele witte vleugelstreep.

Leefgebied

Alle soorten bos, van naaldbos tot oud loofbos, en verder parken, lanen, boomgaarden, tuinen en houtwallen. In de winter groepen op stoppelvelden, in beukenbossen en langs mestplaatsen, vaak in gezelschap van kepen en andere vinkachtigen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt van Noord-Scandinavië tot de Middellandse Zee. Noordelijke en oostelijke vogels trekken massaal naar het zuidwesten; in oktober zie je in Nederland lange stroompjes vinken over de kust. Ook Spanje ontvangt enorme aantallen wintervogels bovenop de eigen broedvogels, die tot in de bergbossen van de Pyreneeën en de Sierra Nevada broeden.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

In maart en april zingt elk mannetje vanaf een vaste hoge zangpost; met een halfuur luisteren breng je zo een hele boomsingel in kaart. In oktober loont het om bij zonsopgang bij een kustduin of dijk te posten voor de trekstroom. Let in winterse groepen altijd even op afwijkende vleugels: er zit vaak een keep tussen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern) en nog steeds zeer talrijk. In delen van Noordwest-Europa is een afname geconstateerd die in verband wordt gebracht met een parasitaire ziekte die vooral bij voedertafels overgaat. Verder is verlies van gevarieerd bos en houtwallen ongunstig.