Alle soortenHoenderachtigenTandkwartels › Virginiaanse boomkwartel

Virginiaanse boomkwartel

Colinus virginianus | Northern bobwhite | Colín de Virginia

Een Noord-Amerikaans hoentje dat in Europa alleen bestaat omdat het is uitgezet. Waar het standhoudt, vooral in Noord-Italië, verraadt de haan zich met een heldere fluittoon van twee lettergrepen, gegeven vanaf een paaltje of een hek en soms midden op de dag.

Virginiaanse boomkwartel (Colinus virginianus)
Foto: Andy Morffew — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het bekendste geluid is de naam zelf: een helder, opklimmend bob-WÍET, vaak met een zachte aanloopnoot ervoor, gegeven vanaf een paal, een hek of een steenhoop. De haan roept van april tot in augustus, ook in de volle middagzon. Verspreide groepsleden zoeken elkaar met een zacht, aanzwellend hoi-lie, en bij onraad klinkt een scherp pit-pit waarna het hele groepje in de dekking verdwijnt.

Luister: Roep van de haanWikimedia Commons

Opname: G. McGrane — Public domain · Wikimedia Commons

Herkenning

Klein, rond en kortstaartig, duidelijk kleiner dan een patrijs, met een korte zwarte snavel en geen kuifveer. De haan heeft een witte keel en een witte wenkbrauwstreep, beide scherp omzoomd door zwart, en een roodbruine kruin die hij tot een laag kuifje kan opzetten. Borst en buik zijn roomwit met zwarte, hoefijzervormige schubtekening; de bovendelen zijn roodbruin met zwarte vlekken en roomkleurige veerranden. De hen heeft dezelfde koptekening, maar in vaal geelbruin in plaats van wit en zwart. Opvliegen gaat explosief, met ratelende vleugels en over hooguit enkele tientallen meters.

Verwarrings­soorten

In Europa is verwarring vooral mogelijk met de kwartel (Coturnix coturnix): die is kleiner, geelbruin gestreept in plaats van geschubd, mist de zwart-witte koptekening en vliegt laag en langgerekt weg met snelle, vlakke slagen. De patrijs is groter, heeft een grijze borst, een oranjebruin gezicht zonder witte wenkbrauwstreep en een donkere buikvlek. Plaatselijk lopen ook uitgezette californische kuifkwartels rond; die hebben een zwarte, voorover hangende kuifveer en een geschubde buik met een kastanjebruine vlek.

Leefgebied

Mozaïeken van lage dekking en kale grond: ruige akkerranden, braakliggende percelen, houtwallen en heggen, verruigde weiden en de rand van wijngaarden en boomgaarden. De vogels foerageren lopend op de open plekken en duiken bij gevaar het struweel in, dus dekking zonder kale bodem ertussen is voor hen waardeloos. Gesloten bos, natte terreinen en hooggebergte worden gemeden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Het natuurlijke areaal ligt in het oosten en midden van Noord-Amerika en in Mexico. Wat in Europa rondloopt, gaat terug op uitgezette vogels: voor de jacht losgelaten hoentjes houden zich vooral in Noord-Italië plaatselijk staande, met kleinere kernen op de Balkan. In Frankrijk en elders gaat het om losse uitgezette of ontsnapte vogels, die zelden een winter overleven. Van een aaneengesloten Europees areaal is geen sprake.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Rijd in mei of juni langzaam door kleinschalig akkerland in de Po-vlakte en stop bij elke fluittoon; de roep draagt ver over open land. De vogels lopen liever dan dat ze vliegen, dus scan bermen, de kale strook langs een akker en de voet van heggen. Buiten de gevestigde kernen noteer je elke waarneming in Europa als uitgezette of ontsnapte vogel.

Staat van instandhouding

Wereldwijd als gevoelig beoordeeld: in Noord-Amerika is de soort in enkele decennia sterk afgenomen door schaalvergroting in de landbouw, het verdwijnen van ruige randen en het dichtgroeien van jonge successie. De Europese vogels vormen kleine, versnipperde groepen die afhankelijk zijn van doorgaande uitzettingen en van ruige akkerranden. Ze vallen hier niet onder de vogelbescherming en tellen niet mee in Europese soortenlijsten.