Alle soorten › Kasuarisachtigen

Kasuarisachtigen | Casuariiformes

Cassowaries and emu | Casuariformes

Grote loopvogels zonder kiel op het borstbeen, waardoor er geen aanhechting is voor de vliegspieren; de vleugel is tot een stomp teruggebracht en het gewicht rust volledig op twee zware poten met drie tenen. De veren missen de haakjes die elders een gesloten vlag maken, en omdat uit elke schacht twee gelijke veren groeien hangt het verenkleed als een grof, haarachtig gordijn over het lichaam. De keel en de hals dragen kale, gekleurde huid en bij de kasuarissen ook lellen; de roep is een diepe dreun waarvan een deel onder de grens van het menselijk gehoor ligt en die door dicht bos draagt waar hogere tonen stuklopen. Het mannetje broedt en leidt de jongen alleen; het vrouwtje legt en trekt verder.

Families in deze orde

  • Kasuarissen en emoe | Casuariidae2 soortenDe kasuaris draagt op de kop een helm van hoorn over een sponzig bot, waarvan de functie nog niet vaststaat: er is een rol bij het wegduwen van takken geopperd, een rol als warmteafgifte en een rol bij het overbrengen van de zeer lage dreun waarmee de vogels elkaar in dicht bos vinden. De binnenste teen draagt een rechte nagel van tien centimeter, waarmee een in het nauw gedreven vogel voorwaarts trapt. Beide soorten in deze familie zijn vruchteneters die grote zaden heel doorslikken en kilometers verder onbeschadigd uitscheiden; voor een reeks regenwoudbomen is dat de enige manier waarop het zaad zich verplaatst. De emoe leeft van zaden, scheuten en insecten en volgt de regen door het binnenland, soms honderden kilometers ver. Bij beide soorten legt het vrouwtje een leg van grote groene eieren en verdwijnt daarna; het mannetje broedt acht weken lang, staat in die tijd nauwelijks op en eet en drinkt vrijwel niet.