Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Aucklandtaling

Aucklandtaling | Anas aucklandica

Auckland Teal | Cerceta alicorta de Auckland

De Aucklandtaling of tētē kākāriki is een kleine, donkere eend die niet kan vliegen: zijn vleugels zijn zo ver gereduceerd dat de punten maar tot halverwege de rug reiken. Hij leeft uitsluitend op de Aucklandeilanden, ruim vijfhonderd kilometer ten zuiden van Bluff, waar hij in de schemering langs de rotskust tussen aangespoeld kelp naar kreeftjes en slakjes zoekt.

Aucklandtaling (Anas aucklandica)
Foto: John Barkla — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje laat een zachte, ijle triller en een piepend fluitje horen, vooral bij alarm en bij het verdedigen van zijn oevertje; het vrouwtje heeft een rauwe, schrapende grom en een hoog, snel ratelend kwek-kwek-kwek. Op de stille, windluwe kant van een eiland dragen die geluiden ver over het water, en ze zijn vaak het eerste teken dat er een paartje in de kelp zit.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een kleine, donkere taling van vijfenveertig centimeter; het mannetje weegt zo'n 550 gram, het vrouwtje maar 420. Het mannetje heeft een groene glans over de kop, een donker kastanjebruine borst en licht en donker gebandeerde bruine flanken, met een witte vlek aan de staartbasis; het vrouwtje is egaal donkerbruin. Beide geslachten hebben een duidelijke witte oogring, een donkergrijze snavel en donkergrijze poten. Het beslissende kenmerk is de vleugel: kort, slap en zo klein dat de vogel niet van de grond komt; vlucht gaat bij hem altijd rennend en zwemmend, nooit vliegend.

Verwarrings­soorten

De bruine taling (Anas chlorotis) is zijn naaste verwant en lijkt er sterk op, maar is groter (48 cm), heeft volgroeide vleugels die tot voorbij de stuit reiken en kan gewoon vliegen; hij leeft op het Noordereiland en op de eilanden daarvoor, ruim tweeduizend kilometer noordelijker. De Campbell-taling (Anas nesiotis) is eveneens vleugellam maar nog kleiner en donkerder, en zit alleen op Campbelleiland en Codfish Island. De drie komen nergens samen voor, zodat de plaats de determinatie al beslist; in de praktijk geldt: een vleugellamme bruine taling op de Aucklandeilanden is per definitie deze soort. De wenkbrauweend (Anas superciliosa), die op de Aucklandeilanden ook voorkomt, is veel groter, bleker en heeft twee zwarte strepen door een crèmekleurig gezicht.

Leefgebied

De beschutte, windluwe kustlijn: rotsige oevers met aangespoelde kelpwallen, ondiepe getijdenpoeltjes en kelpbedden vlak voor de kust, waar hij 's nachts het grootste deel van zijn voedsel vindt. Daarachter gebruikt hij venige beekjes en drassige terreintjes met zeggen en tussockgras, waar hij overdag schuilt en ook nestelt. Het menu is grotendeels dierlijk: zeeongewervelden, krabbetjes en weekdieren, landgeleedpotigen en daarnaast wat zaden van biezen en grassen.

Verspreiding en trek

Endemisch op de Aucklandeilanden en nergens anders ter wereld. Hij zit op alle grotere eilanden van de groep behalve het hoofdeiland Auckland Island zelf, waar ingevoerde katten en varkens hem hebben uitgeroeid: Adams Island, Enderby, Disappointment, Rose en een reeks kleinere rotseilandjes. Oude meldingen van elders in Nieuw-Zeeland berusten vrijwel zeker op verwarring met de bruine taling. Met Australië heeft de soort geen enkele band.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Alleen te zien vanaf een vaartocht naar de subantarctische eilanden, en dan bij voorkeur bij een landing op Enderby Island. Loop daar de beschutte noordoostkant af en zoek langs de kelpwallen op het strand: de vogels zijn tam, maar zitten laag en donker tussen bruin wier, dus scan traag en let op beweging. Doet een taling een uitval en rent hij weg zonder ooit op te vliegen, dan heb je de soort meteen bevestigd.

Staat van instandhouding

Gevoelig (NT) op de wereldlijst en in Nieuw-Zeeland geklasseerd als 'nationally vulnerable', met vermoedelijk ruim duizend vogels. De klap kwam van ingevoerde zoogdieren: katten en varkens vaagden hem van het hoofdeiland, en konijnen vraten de oevervegetatie weg. Sinds de uitroeiing van de konijnen op Enderby en Rose Island in 1993 zijn de aantallen daar toegenomen. Het blijvende risico is de zeer kleine oppervlakte waarop alles rust: één ontsnapte rat of kat op een van de eilandjes kan een deelpopulatie in korte tijd wegvagen, en daarom zijn de strikte quarantaineregels voor bezoekende schepen de belangrijkste beschermingsmaatregel.

Wetenschappelijke naam

Anas aucklandica | (Gray, 1844)

G.R. Gray beschreef de soort in 1844 als Nesonetta aucklandica, in deel drie van zijn The Genera of Birds; omdat ze later bij Anas is ondergebracht, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De oude geslachtsnaam Nesonetta is samengesteld uit het Griekse nēsos, 'eiland', en nētta, 'eend', dus letterlijk 'eilandeend'. aucklandica betekent 'van de Aucklandeilanden', en dat is ook de typelocatie. Lange tijd gold de soort als één geheel met de bruine taling en de Campbell-taling; pas later zijn de drie op grond van formaat, vliegvermogen en genetisch onderzoek uit elkaar gehaald. De Māori-naam is tētē kākāriki.