Alle soorten › Pelikaanachtigen › Pelikanen › Australische pelikaan
Australische pelikaan | Pelecanus conspicillatus
Australian Pelican | Pelícano australiano
De Australische pelikaan draagt de langste snavel van alle vogels ter wereld, veertig tot vijftig centimeter, met een keelzak die dertien liter kan bevatten. Het is een vogel van de kust die zich pas laat kennen in het binnenland: zodra de zoutmeren van de woestijn vollopen, broedt hij daar bij tienduizenden en verdwijnt hij daarna weer.
Geluid
Weg van de kolonie is hij vrijwel geluidloos; op het water hoor je hooguit het klappen van de snavelhelften bij het uitschudden van de zak. In de kolonie is het anders: diep grommen, keffen en een rommelend geblaas dat over de hele broedplaats staat. Jongen bedelen luid en schril en trekken daarmee volwassen vogels van ver aan. Vliegende groepen zijn stil; het enige geluid is dan het suizen van de vleugels.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een reusachtige witte vogel van 1,6 tot 1,8 meter met een spanwijdte van 2,3 tot 2,5 meter, met zwarte slagpennen, een zwarte staart en een zwarte band over de bovenvleugel die in de vlucht een scherp zwart-wit patroon geeft. De snavel is bleekroze en enorm lang, met eronder de kale keelzak; om het oog ligt een lichte huidring die de soort haar wetenschappelijke naam heeft bezorgd. Het mannetje is groter en langsnaviger dan het vrouwtje. In de balts kleurt de voorste helft van de keelzak zalmroze, wordt de keel chroomgeel en verschijnen kobaltblauwe vlekken en een zwarte schuine streep op de snavel. In de vlucht trekt hij de kop tussen de schouders terug en zweeft hij met vlakke, brede vleugels in formatie, vaak zo hoog dat de vogels als witte stipjes in een thermiekbel cirkelen.
Verwarringssoorten
Er is geen tweede pelikaan in het gebied, dus de verwarring komt alleen op afstand en in silhouet. De Australische jan-van-gent (Morus serrator) en de kaapse jan-van-gent (Morus capensis) zijn eveneens wit met zwarte vleugelpunten, maar veel kleiner, met puntige vleugels en een duiksprong die de pelikaan nooit maakt. De zwarthalsooievaar (Ephippiorhynchus asiaticus) zweeft met dezelfde vlakke vleugels maar heeft de hals gestrekt en poten die ver achter de staart uitsteken. Bij een groep zwevende pelikanen boven land denkt de argeloze waarnemer eerder aan ooievaars of zelfs aan zwanen dan aan een kustvogel.
Leefgebied
Open water van elke slag, zoet, brak en zout: meren, stuwmeren, moerassen, brede rivieren, estuaria, kustlagunes, havens en beschutte zeearmen. In het binnenland gebruikt hij tijdelijke zoutmeren en kleipannen zolang die water houden, en aan de rand van de steden bezinkbekkens en visafslagen. Wat hij niet gebruikt is de open oceaan; hij blijft binnen zicht van de kust.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Over heel Australië, met uitlopers naar Nieuw-Guinea en het westen van Indonesië en losse vogels tot in Nieuw-Zeeland en op de eilanden van de Stille Oceaan. Hij trekt niet volgens de kalender maar volgt het water, en dat maakt hem tot de meest zwervende grote vogel van het werelddeel: hij is niet gebouwd voor aanhoudend klapwiekend vliegen, maar kan op thermiek vierentwintig uur in de lucht blijven, honderden kilometers afleggen en tot drie kilometer hoog komen. Het broeden is de sleutel tot zijn verspreiding. Zodra de rivieren van Queensland genoeg water naar het zuiden brengen om Kati Thanda-Lake Eyre te vullen, komen de vogels van de hele kust naar het binnenland en vormen er kolonies op de eilandjes in het zoutmeer; na de overstroming van 1990 brachten ongeveer honderdduizend pelikanen bij Lake Eyre South binnen een half jaar tot negentigduizend jongen groot. Droogt het meer weer op, dan lost de kolonie op en verspreiden de vogels zich terug over de kust en de rivieren van het zuidoosten.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Kijk op een warme dag omhoog boven een estuarium of een stad aan het water: pelikanen gebruiken thermiek en cirkelen dan zo hoog dat ze met het blote oog nauwelijks te zien zijn. Aan de kust is de haven de beste plek, waar ze bij het schoonmaken van de vangst vaste klant zijn. Wie de binnenlandse kolonies wil zien, moet het nieuws over overstromingen in het Lake Eyre-bekken volgen; het gebeurt maar eens in de zoveel jaar.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC) en over het hele werelddeel algemeen. De soort profiteert van stuwmeren, bezinkbekkens en visafval, die haar aan de kust een vast en gemakkelijk bestaan hebben gegeven. Verstrikking in vislijn en visdraad is de meest geziene doodsoorzaak, en in het binnenland mislukt een kolonie volledig wanneer het zoutmeer opdroogt voordat de jongen kunnen vliegen.
Wetenschappelijke naam
Pelecanus conspicillatus | Temminck, 1824
Temminck beschreef de soort in 1824 als Pelecanus conspicillatus, en in dat geslacht staat ze nog steeds, zodat auteur en jaartal zonder haakjes blijven. Het geslacht Pelecanus gaat terug op Linnaeus in 1758 en op het Griekse pelekan, dat op zijn beurt met pelekys, 'bijl', in verband wordt gebracht. conspicillatus betekent 'gebrild', naar de lichte huidring om het oog. De typelocatie is Australië, nader bepaald als Nieuw-Zuid-Wales.





