Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Barbarie-eend

Barbarie-eend | Cairina moschata

Muscovy Duck | Bragado

De barbarie-eend is in dit gebied geen wilde vogel maar een boerderij- en parkeend: een zware, laag op de poten staande eend met een naakt rood gezicht vol wratachtige knobbels, die van huis uit in tropisch Amerika hoort en hier uitsluitend bestaat uit ontsnapte en losgelaten huisdieren. Het verenkleed is bij die tamme vogels alle kanten op gefokt — wit, bont, roetzwart of grijsbruin — zodat het rode gezicht en de zware, horizontale bouw de betrouwbaarste kenmerken zijn.

Barbarie-eend (Cairina moschata)
Foto: Bernard DUPONT from FRANCE — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Hij kwaakt niet, en dat valt bij een eend van dit formaat meteen op. Het mannetje maakt een laag, ademend geblaas en gesis, sjjj-sjjj, meestal met opgezet kuifje en vooruitgestoken hals; het vrouwtje heeft een zacht, trillend gekoer en een gedempt kwoe-kwoe bij de jongen. Verder hoor je vooral niet-stemgeluiden: het zware, kletterende vleugelgeklapper waarmee hij uit een boom of van een dak komt.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een zeer grote, breed gebouwde eend van 64 tot 86 cm, met een lange staart, een laag en horizontaal gedragen lijf en zware poten met scherpe klauwen waarmee hij in bomen klimt. Het mannetje is fors, tot het dubbele van het vrouwtje, en draagt om snavelbasis en oog een kaal veld van felrode, wratachtige knobbels; bij het vrouwtje is dat veld kleiner en de kop meer bevederd. De wilde vorm is glanzend zwart met een groot wit vleugelveld, maar de vogels hier zijn tam van afkomst en lopen van zuiver wit via bont naar roetzwart. Bij opwinding gaat een kuifje op de achterkop overeind staan en kleurt het naakte gezicht dieper rood.

Verwarrings­soorten

Tamme soepeenden van de wilde eend (Anas platyrhynchos) delen de parkvijver en zijn net zo bont gefokt, maar ze zijn duidelijk kleiner, korter van staart, kwaken luid en missen het rode wrattengezicht volledig. De Australische bergeend (Tadorna tadornoides) heeft eveneens een donkere kop, maar staat rechtop, is slanker, heeft een witte halsring en een kleine, egaal donkere snavel. Een groot wit exemplaar kan van veraf aan een tamme gans doen denken; het naakte rode gezicht en de lage, uitgestrekte houding sluiten dat onmiddellijk uit.

Leefgebied

Stadsparken met vijvers, dorpspoelen, boerensloten en veedammen, altijd dicht bij mensen en meestal met een schuur, hok of erf in de buurt. Hij graast op gazon en weiland, scharrelt in ondiep water naar waterplanten, insecten en slakken, en slaapt bij voorkeur hoog in een boom of op een dak — een eend die je boven je hoofd kunt aantreffen. Het nest ligt in een boomholte of onder dichte begroeiing op de grond.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Binnen dit kaartvenster geen wilde soort. In Australië gaat het om verwilderde en ontsnapte boerderijvogels rond dorpen, stadsparken en boerenerven, vooral in het vochtiger oosten en in het zuidwesten; een zelfstandige wilde populatie bestaat er niet en de soort telt niet mee op de lijst van wilde Australische vogels. In Nieuw-Zeeland is het beeld hetzelfde: New Zealand Birds Online noteert hem als 'ingevoerd, niet gevestigd', met verspreide vogels bij vijvers, poelen en trage beken op beide hoofdeilanden, in 1999–2004 gevonden in ruim één procent van de atlashokjes. Zijn eigenlijke, wilde areaal ligt ver buiten deze gids: van de Rio Grande in Texas en Mexico zuidwaarts tot Argentinië en Uruguay.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem niet in het moeras maar bij de eendenvijver van een dorpspark, op een boerenerf of langs een veedam, tussen de soepeenden en de tamme ganzen. Kijk bij twijfel altijd eerst naar het gezicht: rode knobbels rond snavel en oog betekenen deze soort, hoe het verenkleed er verder ook uitziet. Scan 's ochtends de bomen langs het water — hij overnacht hoog en laat zich met zwaar vleugelgeklapper naar beneden vallen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (LC), maar die beoordeling gaat over de wilde Amerikaanse vogels en niet over de dieren hier. In Australië en Nieuw-Zeeland gaat het om een gedomesticeerde eend die de mens heeft meegebracht: hij werd in tropisch Amerika al vóór de komst van de Europeanen door inheemse volken getemd en daarna wereldwijd als vleeseend verspreid. Een poging om hem in 1865 op Adams Island in de subantarctische wateren uit te zetten, als voedsel voor schipbreukelingen, mislukte. Waar verwilderde groepen ontstaan, draait het vooral om overlast en watervervuiling bij stadsvijvers en om kruising met andere tamme eenden; van verdringing van inheemse eenden is hier geen sprake, en de stand hangt volledig af van wat mensen loslaten.

Wetenschappelijke naam

Cairina moschata | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas moschata, in de tiende uitgave van het Systema Naturae; omdat ze later naar Cairina verhuisde, staan auteur en jaartal tussen haakjes. moschata betekent 'muskusachtig', naar de geur die de vogel verspreidt. De geslachtsnaam Cairina betekent 'uit Caïro' en berust op een vergissing van Aldrovandi, die dacht dat het dier uit Egypte kwam; Linnaeus gaf als herkomst het vage 'in Indiis' op, maar de vogel komt uit tropisch Amerika. Ook de Engelse naam Muscovy is raadselachtig: hij slaat waarschijnlijk niet op Moskou maar op de Muscovy Company, die de vogel verhandelde, of eenvoudig op diezelfde muskusgeur. De Nederlandse naam verwijst naar Barbarije, de Noord-Afrikaanse kust — nog een streek waar de vogel nooit vandaan kwam.