Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Canadese gans
Canadese gans | Branta canadensis
Canada Goose | Barnacla canadiense
De Canadese gans is in dit gebied geen inheemse vogel maar een Noord-Amerikaanse jachtvogel die in 1905 in Nieuw-Zeeland is uitgezet en daar is uitgegroeid tot de talrijkste gans van het land. Hij is meteen herkenbaar aan de zwarte kop en hals met een witte 'kinband', op een lichtbruin, fijn gebandeerd lijf. In Australië heeft hij nooit vaste voet gekregen.
Geluid
Luid en ver dragend, en meestal het eerste teken dat er ganzen aankomen. De roep is een schallend, tweelettergrepig a-hoenk, met een hogere en kortere versie bij het vrouwtje; een overvliegende troep produceert een aanhoudend, onregelmatig gehonk. Op de grond klinkt zacht gekeuvel tussen de grazende vogels door, en bij dreiging een lang, laag gesis met gestrekte hals.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Vijfentachtig tot vijfennegentig centimeter en vier en een halve tot vijf en een halve kilo — een zeer grote gans, zwaarder dan de Europese vogels van dezelfde soort. Kop, hals, snavel, poten en voeten zijn zwart, met een scherp afgetekende witte band die van keel tot wang doorloopt. Het lijf is lichtbruin met fijne bandering op borst en buik, de stuit is zwart met een witte U erboven en de onderstaartdekveren zijn wit. Het vrouwtje is duidelijk kleiner dan het mannetje maar verder gelijk gekleurd. In de vlucht is de silhouet lang en zwaar, met trage slagen en de hals recht vooruit.
Verwarringssoorten
De grauwe gans (Anser anser) is de enige andere gans die je in Nieuw-Zeeland geregeld op hetzelfde weiland tegenkomt: die is grijs of juist wit en bont, met een oranje snavel en oranje poten, en mist de zwarte hals met witte kinband volledig. De paradijscasarca (Tadorna variegata) is veel kleiner, oogt bij het vrouwtje juist wit aan de kop en bij het mannetje zwart aan de kop, en heeft in de vlucht een groot wit vleugelveld. De zwarte zwaan (Cygnus atratus) is op afstand donkerder en veel langer in de hals. In Australië is elke Canadese gans een ontsnapte park- of collectievogel en geen wilde.
Leefgebied
Kort beweid grasland naast open water is het beeld: boerenland langs meren en grote poelen, van de laagvlakte tot in de bergdalen. Hij is volledig plantenetend en heeft een uitgesproken voorkeur voor de suikerrijke stengelvoet van kort gras, verder klaver, vlinderbloemigen en oeverplanten. In de zomer trekken groepen ver de bergen in, tot in het alpiene gebied en de vlechtende rivierdalen van de Zuidelijke Alpen; buiten de broedtijd verzamelen ze zich op de grote hoogveldmeren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Binnen dit kaartvenster uitsluitend Nieuw-Zeeland, met ongeveer zestigduizend vogels, waarvan twee derde op het Zuidereiland. Daar is hij wijdverbreid in het boerenland langs de Zuidelijke Alpen en op de hooglandmeren van Canterbury en Otago; op het Noordereiland zitten de zwaartepunten in de Wairarapa, Hawke's Bay en de Waikato. In Australië is hij niet gevestigd: wat er wordt gezien, gaat om ontsnapte vogels uit watervogelcollecties. Sinds de vestiging heeft de soort zich gestaag uitgebreid, van de eerste vijftig vogels tot de huidige stand.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Rijd in het najaar en de winter langs de hooglandmeren van Canterbury en Otago en scan het grasland aan de oever; de troepen zijn groot en niet schuw. Let bij een overvliegende V op de zwarte hals met de witte kinband — dat is op elke afstand het zekerste kenmerk, ook tegen de lucht in. In de zomer zitten ruiende, tijdelijk vleugellamme groepen op de meren van het achterland, waar ze het water niet uit durven.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (LC), maar het gaat hier om een ingevoerde stand en niet om een natuurlijke. De vogel kwam in 1905 als jachtwild naar Nieuw-Zeeland, met een invoer van vijftig exemplaren van het grote type maxima. Onder de bescherming van de Wildlife Act van 1953 groeide de stand tot ongeveer veertigduizend vogels op het Zuidereiland in 1996 en daarna verder. Boeren klaagden al in 1925 over vraat aan de weiden, en omdat de beheerjacht te kort schoot werd de soort in 2011 uit de beschermde status gehaald en met mussen en duiven op één lijn gezet; sindsdien mag hij zonder vergunning worden bestreden. Daarnaast speelt verstoring van de broedende steltlopers in de vlechtende rivierdalen en het risico van vogelaanvaringen bij vliegvelden.
Wetenschappelijke naam
Branta canadensis | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas canadensis, in de tiende uitgave van het Systema Naturae; omdat ze later naar Branta verhuisde, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Branta werd in 1769 ingevoerd door Scopoli en is een gelatiniseerde vorm van het Oudnoorse brandgás, 'gebrande gans', dus 'zwarte gans'. canadensis betekent 'uit Canada'; de typelocatie is Canada, waarbij Todd in 1938 de stad Québec voorstelde. De Māori-naam kuihi wordt zowel voor deze gans als voor de grauwe gans gebruikt.


