Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Campbell-taling

Campbell-taling | Anas nesiotis

Campbell Teal | Cerceta de la Campbell

De Campbell-taling is de kleinste en zeldzaamste van de drie Nieuw-Zeelandse bruine talingen: een donkere, vleugellamme eend van drieënveertig centimeter die alleen op Campbelleiland en twee kleine buureilanden leeft. Bijna negentig jaar lang gold hij als verdwenen, tot in 1975 op het rattenvrije rotseilandje Dent Island een klein groepje werd teruggevonden. Pas nadat de ratten van Campbelleiland waren verdwenen kon hij naar zijn eigen eiland terug.

Campbell-taling (Anas nesiotis)
Foto: Pseudopanax at English Wikipedia — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje heeft een zachte, ijle triller en een piepend fluitje, dat hij gebruikt bij alarm en bij het verdedigen van zijn oevertje; het klinkt eerder als een steltloper dan als een eend. Het vrouwtje antwoordt met een rauwe, schrapende grom en een hoog, snel ratelend kwek-kwek-kwek. De vogels zijn 's nachts actief en zwijgzaam van aard, zodat je op Campbelleiland veel vaker geritsel in een zeggepol hoort dan een roep.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een kleine, donkere taling van drieënveertig centimeter; het mannetje weegt ongeveer 400 gram, het vrouwtje maar 310. Het mannetje is donker sepiabruin met groene glans over kop en rug, met een donker kastanjebruine borst, een bleker bruine buik en een witte vlek aan de staartbasis. Het vrouwtje is egaal donkerbruin met een lichtere buik. Beide geslachten hebben een scherpe witte oogring in een verder donkere kop, een donkergrijze snavel, donkergrijze poten en een donkerbruin oog. Beslissend is de vleugel: zo kort en slap dat de punten maar tot ongeveer halverwege de rug reiken — deze eend komt niet van de grond.

Verwarrings­soorten

De bruine taling (Anas chlorotis) is groter (48 cm), kleuriger in broedkleed en heeft volgroeide vleugels die tot voorbij de staartbasis reiken; hij kan vliegen en leeft ruim tweeduizend kilometer noordelijker, in Northland en op Great Barrier Island. De Aucklandtaling (Anas aucklandica) is de moeilijkste: eveneens vleugellam en bijna gelijk getekend, maar iets groter (45 cm) en bleker, en hij zit op de Aucklandeilanden, vijfhonderd kilometer ten noordwesten van Campbell. De drie komen nergens samen voor, zodat de plaats de determinatie al beslist. Op Campbelleiland zelf is de enige andere eend de wenkbrauweend (Anas superciliosa), die veel groter en bleker is en twee zwarte strepen door een crèmekleurig gezicht heeft.

Leefgebied

De oeverzones van een subantarctisch eiland: rotsige kustlijnen met aangespoelde wieren, venige beekjes, drassige plekken met zeggen en tussockgras (grasland van losse, hoge polvormende grassen, vooral in Nieuw-Zeeland) en de randen van de eilandmeertjes. Overdag houdt hij zich schuil onder overhangende vegetatie en in holen onder tussockpollen; pas in het donker komt hij het open water en de wierlijn op. Het menu is grotendeels dierlijk — ongewervelden uit de venige bodem en van het strand — aangevuld met zaden die hij van biezen en grassen afstroopt.

Verspreiding en trek

Endemisch op de Campbelleilanden, ruim zeshonderd kilometer ten zuiden van Bluff, en nergens anders ter wereld inheems. De laatste rest overleefde op Dent Island, een rotseilandje van drieëntwintig hectare voor de westkust van Campbelleiland dat de ratten nooit hebben bereikt. Sinds de uitzettingen van 2004 tot 2006 leeft de soort weer op Campbelleiland (Motu Ihupuku) zelf, en als veiligheidspopulatie ook op Codfish Island (Whenua Hou) bij Stewarteiland. In Australië en op het Nieuw-Zeelandse vasteland komt hij niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Alleen te zien op een vaartocht naar de subantarctische eilanden, en dan bij een landing op Campbelleiland: loop het pad langs Beeman Cove en Tucker Cove af en scan in de vroege ochtend of late schemering de venige kreekjes en de zeggeranden vlak bij het water. Zoek naar een laag, bijna zwart silhouet met een witte ring om het oog; de vogel zit muisstil tot je bijna boven op hem staat en rent dan weg zonder ooit op te vliegen. Wie geen eilandlanding heeft, gaat deze soort niet zien.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar (VU), en daarmee nog altijd een van de zeldzaamste eenden ter wereld, al gaat de lijn nu omhoog: Nieuw-Zeeland rekent hem tot 'nationally increasing'. Noorse ratten, aan land gekomen met de robbenjagers, vaagden hem in de negentiende eeuw van het hoofdeiland; na 1886 was er bijna negentig jaar geen bevestiging meer. Uit de teruggevonden populatie op Dent Island werden in de jaren tachtig en in 1990 in totaal elf vogels weggehaald voor een kweekprogramma. In 2001 werden de ratten van Campbelleiland verdelgd, destijds met ruim elfduizend hectare de grootste rattenuitroeiing ooit, en van 2004 tot 2006 gingen ongeveer honderdvijftig gekweekte vogels terug. Een telling in 2009 kwam op minstens honderdtwee vogels op Campbelleiland; op Dent en op Codfish zitten er vermoedelijk elk minder dan dertig. De zwakke plek is erfelijk: vrijwel de hele kweekstam gaat terug op één vrouwtje, en de genetische variatie is een van de laagste die ooit bij een wilde vogel is gemeten.

Wetenschappelijke naam

Anas nesiotis | (Fleming, 1935)

J.H. Fleming, conservator in Toronto, beschreef de soort in 1935 als Xenonetta nesiotis, in het eerste nummer van de Occasional Papers van het Royal Ontario Museum of Zoology; omdat ze later bij Anas is ondergebracht, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De geslachtsnaam Xenonetta is gevormd uit het Griekse xenos, 'vreemd', en nētta, 'eend'. nesiotis komt van het Griekse nēsiōtēs, 'eilandbewoner', naar de piepkleine eilandwereld waarop alles berust. De typelocatie is Campbelleiland. Lange tijd gold de vogel als een ondersoort van de Aucklandtaling; pas in de jaren negentig is hij op grond van formaat, verenkleed en genetisch onderzoek als eigen soort erkend.