Alle soorten › Papegaaiachtigen › Halsbandparkieten › Chathamkakariki

Chathamkakariki | Cyanoramphus forbesi

Chatham Islands Parakeet | Perico de las Chatham

De chathamkakariki is de kakariki van de Chatham-eilanden: smaragdgroen, met een lange staart, een goudgele voorkruin en een karmijnrode voorhoofdsband die juist níet tot aan het oog doorloopt. Hij is tot twee kleine eilandjes teruggedrongen en zijn grootste bedreiging is niet een roofdier maar een soortgenoot.

Chathamkakariki (Cyanoramphus forbesi)
Foto: malletrj — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

De stem is het gewone kakarikigeratel, met daarnaast zachtere tur-tur-tur-contactgeluiden tussen vogels van een paar. Van de roep van de Chathamse roodvoorhoofdkakariki, waarmee hij op Mangere samenleeft, is hij niet betrouwbaar te scheiden; stem helpt je hier dus niet bij de determinatie. In het dichte struweel hoor je hem veel vaker dan je hem ziet.

Luister: RoepXC646974

Opname: David Boyle — CC BY-NC-SA 4.0 · Little Mangere, Chatham Islands Territory, New Zealand · xeno-canto

Herkenning

Een forse kakariki van achtentwintig centimeter en zo'n tachtig gram, met brede afgeronde vleugels en een opvallend lange staart. De voorkruin is helder goudgeel, de smalle voorhoofdsband karmijnrood, en die band stopt vóór het oog. Het oog zelf is oranjerood, de handdekveren zijn violetblauw, en aan weerszijden van de stuit staat wat rood. Het vrouwtje is duidelijk kleiner en heeft een kleinere snavel.

Verwarrings­soorten

De Chathamse ondersoort van de roodvoorhoofdkakariki (Cyanoramphus novaezelandiae) leeft op dezelfde eilandjes en is het enige echte probleem: daar loopt het rood van het voorhoofd dóór tot achter het oog, en de voorkruin is rood in plaats van goudgeel. Lastiger nog zijn de hybriden tussen beide, waarbij het rood tot halverwege het oog reikt en de gele kruin met rood is doorschoten — een vogel met zo'n tussentekening laat zich in het veld niet thuisbrengen. Met de geelvoorhoofdkakariki (Cyanoramphus auriceps) van het vasteland is verwarring geografisch uitgesloten.

Leefgebied

Dicht begroeid terrein: het teruggroeiende bos en struweel van akeake, ribbonwood en muehlenbeckia op Mangere, met daartussen open plekken en dichte randen. Anders dan de roodvoorhoofdkakariki, die het open, grazige deel van het eiland verkiest, houdt hij zich vooral binnen de gesloten begroeiing op, waar hij zaad, knoppen en bladeren zoekt. Hij broedt in holten en spleten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Alleen de Chatham-eilanden, en daarbinnen alleen Mangere en Little Mangere (Tapuaenuku) — samen nog geen driehonderd hectare. In de negentiende eeuw zat hij ook op Pitt Island en in het zuiden van Chatham Island, maar daar is hij verdwenen; wat er nu opduikt zijn losse zwervers. Op Rangatira (South East Island), het derde roofdiervrije reservaat van de groep, zit niet deze soort maar de Chathamse roodvoorhoofdkakariki.

  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Mangere en Little Mangere zijn gesloten natuurreservaten waarvoor je een vergunning nodig hebt, dus in de praktijk zie je hem alleen mee met beheerwerk of onderzoek. Kom je er, kijk dan naar de rand van dicht struweel en beoordeel elke vogel op één punt: hoe ver reikt het rood naar achteren. Reikt het tot voorbij de voorrand van het oog, dan heb je met een roodvoorhoofdkakariki of een hybride te maken.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar (VU), nationaal als bedreigd aangemerkt. De stand zakte ooit tot twintig tot dertig vogels op Little Mangere; nu leven er ongeveer duizend op Mangere, waar ze ruim negentig procent van alle parkieten uitmaken. De grote bedreiging is genetisch: kruising met de Chathamse roodvoorhoofdkakariki, waarvan zowel mitochondriaal DNA als microsatellieten laten zien hoe ver de vermenging is gegaan. Sinds 1976 worden hybriden weggevangen en wordt het eiland herbebost met zo'n zesduizend bomen per jaar, juist om weer gesloten bos te krijgen waarin deze soort het wint van de roodvoorhoofdkakariki, die open terrein verkiest.

Wetenschappelijke naam

Cyanoramphus forbesi | Rothschild, 1893

Rothschild beschreef de soort in 1893 als Cyanorhamphus forbesi, met de Chatham-eilanden als typelocatie; ze is in het geslacht gebleven, zodat auteur en jaartal zonder haakjes staan. Het epitheton eert Henry Ogg Forbes, de Schotse ontdekkingsreiziger en natuuronderzoeker die op de Chathams verzamelde. Lange tijd gold de vogel als een ondersoort van de roodvoorhoofdkakariki; moleculair en morfologisch onderzoek heeft hem opnieuw als eigen soort erkend.