Alle soortenStormvogelachtigenPijlstormvogels › Gestreepte pijlstormvogel

Gestreepte pijlstormvogel | Calonectris leucomelas

Streaked Shearwater | Pardela canosa

De gestreepte pijlstormvogel is een grote, bleke pijlstormvogel uit Oost-Azië die in het noorden van dit gebied als niet-broedende gast verschijnt. Hij valt op door zijn witte, fijn donker gestreepte kop, die van een afstand vooral wit oogt, en door zijn lange, slanke lichte snavel — een combinatie die geen enkele andere pijlstormvogel hier heeft.

Gestreepte pijlstormvogel (Calonectris leucomelas)
Foto: 孫鋒 林 — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In dit gebied hoor je hem niet: op zee zwijgt hij, zoals alle pijlstormvogels, en hij broedt duizenden kilometers noordelijker. Op de kolonies in Japan en Korea is hij 's nachts luidruchtig, met katachtige, jammerende en klagende tonen en scherp gekrijs bij ruzies om een nestplaats; die geluiden worden hier nooit gehoord.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Achtenveertig centimeter en ongeveer een halve kilo, dus een van de grootste pijlstormvogels van het gebied, met lange, betrekkelijk brede vleugels en een traag, zeilend vliegbeeld waarbij de vleugels licht gebogen worden gehouden. De bovenzijde is gevlekt lichtbruin, zonder scherpe M. De kop en de hals zijn wit met fijne donkere streepjes die naar de kruin toe dichter worden, zodat het gezicht wit oogt en de vogel duidelijk licht is boven het oog — een goed veldkenmerk. De onderzijde is wit; de ondervleugel is overwegend wit met donkere slagpennen en een donkere zoom aan de voorrand van de buitenvleugel. De snavel is lang en slank, bleek grijshoornkleurig met een donkere punt en meet rond de negenendertig millimeter bij de neusgaten.

Verwarrings­soorten

De buller-pijlstormvogel (Ardenna bulleri) is ook licht van onderen, maar heeft een grijze rug met een scherpe zwarte M, een egaal donkerbruine kap tot onder het oog en een geheel donkere snavel — juist het omgekeerde van de witte, gestreepte kop en de bleke snavel van deze soort. De grote pijlstormvogel (Ardenna gravis), hier een dwaalgast, heeft eveneens een donkere kap, plus een donkere buikvlek en een witte band boven de staart. De wigstaartpijlstormvogel (Ardenna pacifica) komt in dit gebied uitsluitend in de donkerbuikige vorm voor, zodat een grote pijlstormvogel met witte onderdelen voor de noordkust van Australië eerder deze soort is. Wie twijfelt, let op de snavel: lang, slank en bleek met donkere punt is bij een grote pijlstormvogel in dit gebied vrijwel doorslaggevend.

Leefgebied

Open zee, zowel boven het continentaal plat als daarbuiten; in Australische wateren vooral boven de warme zeeën ten noorden van de keerkring en langs de rand van het plat. Hij broedt niet in dit gebied, zodat de broedbiotoop — holen en holtes onder struiken op beboste eilandjes voor de kust van Japan, Korea en China — hier geen rol speelt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Broedt op eilanden voor het Russische Verre Oosten, Japan, Korea, oostelijk China en Taiwan, en trekt buiten de broedtijd zuidwaarts naar de zeeën bij Nieuw-Guinea, de Arafurazee en de Zuid-Chinese Zee. Binnen dit kaartvenster is hij een vaste, zij het niet talrijke gast in de noordelijke Australische wateren, met waarnemingen die zich in de laatste jaren ook langs de oostkust tot in Queensland en Nieuw-Zuid-Wales uitstrekken. In Nieuw-Zeeland is hij een echte dwaalgast: tot nu toe drie gevallen, een dode vogel op Kawhia Beach in februari 2006, een levende vogel ten oosten van de Poor Knights in november 2023, en resten bij Moa Point, Wellington, in oktober 2024. Bij Norfolkeiland is er één waarneming.

  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Het beste seizoen is de australische zomer, wanneer de noordelijke broedvogels het zuiden opzoeken. Zoek hem op pelagische tochten en veerboten in de Arafurazee, de Torresstraat en de Koraalzee, en op tochten uit Zuidoost-Queensland; hij komt zelden dicht bij de kust. Het beeld dat je onthoudt is een grote, trage pijlstormvogel die op licht gebogen vleugels zeilt en bij elke draai een opvallend witte kop laat zien.

Staat van instandhouding

Gevoelig (NT), met een wereldpopulatie van ongeveer drie miljoen vogels die geleidelijk afneemt. De bedreigingen liggen vrijwel allemaal buiten dit kaartvenster, in de Oost-Aziatische broedgebieden en de aangrenzende visgronden: verstrikking in netten, verdrinking aan de haken van de beugvisserij, en op de broedeilanden ingevoerde katten en ratten. Daarnaast worden op sommige eilanden nog steeds jongen geoogst. Voor de vogels die Australië bereiken is de visserij in de tropische zeeën de belangrijkste directe factor.

Wetenschappelijke naam

Calonectris leucomelas | (Temminck, 1836)

Temminck beschreef de soort in 1836 als Procellaria leucomelas; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het epitheton is Grieks, uit leukos ('wit') en melas ('zwart'), naar het scherpe contrast tussen de witte onderzijde en de donkere bovenzijde. Het geslacht Calonectris werd in 1915 ingevoerd door Mathews en Iredale, uit het Grieks kalos ('mooi') en nēktris ('zwemster'). De typelocatie ligt in de zeeën van Japan, bij de baai van Nagasaki.