Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Gevlekte fluiteend

Gevlekte fluiteend | Dendrocygna guttata

Spotted Whistling Duck | Suirirí moteado

De gevlekte fluiteend is de jongste aanwinst van de Australische avifauna: een kleine, rechtop staande boomeend met een grijs gezicht, een zwarte kap die als een capuchon met dikke kraag over kop en nek ligt, en rijen witte druppelvlekken over borst en flanken. Hij kwam in 1995 op eigen kracht uit Nieuw-Guinea over en broedt sindsdien op Kaap York.

Gevlekte fluiteend (Dendrocygna guttata)
Foto: graham_winterflood — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Van de drie fluiteenden is dit de stilste. Het gewone geluid is een zacht, hoog en kort fluitje, fwie-fwie, veel minder doordringend dan het geroep van de andere twee, en meestal alleen te horen als de troep opvliegt of zich verzamelt. Bij het nest en tegen indringers klinkt een hoog, tikkend tik-tik-tik. Over water hoor je vooral het zachte gesuis van de vleugels.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een fluiteend van 43 tot 50 cm, kleiner en compacter dan de beide andere en met kortere poten. Kop en hals zijn grijs, met een zwarte kruin en achterhals die als een kap met kraag afsteken tegen de bleke wang. Borst en flanken zijn donkerbruin met grote, ronde, roomwitte vlekken, alsof er druppels over zijn gemorst; lange flankpluimen ontbreken volledig. De snavel is donkergrijs met een roze vlek aan de basis, de poten zijn vaalroze met zwarte zwemvliezen. In de vlucht is de vogel eenvoudig donker, met uitstekende poten en zonder wit in de vleugel.

Verwarrings­soorten

De zwervende fluiteend (Dendrocygna arcuata) staat vaak in dezelfde troep: hij is duidelijk groter, warm roodbruin in plaats van grijsbruin, heeft dónkere stippen op een lichte borst in plaats van lichte stippen op een donkere borst, en draagt roomwitte flankpluimen. De australische fluiteend (Dendrocygna eytoni) is veel bleker, heeft enorme lancetvormige flankpluimen, een roze snavel en roze poten en graast op het gras in plaats van op het water te blijven. Let bij twijfel op het gezicht: alleen de gevlekte fluiteend heeft dat effen grijze gezicht onder een scherp begrensde zwarte kap.

Leefgebied

Kleine, door bomen omzoomde poelen, lagunes en melaleucamoerassen, mangrovekreken en de bezinkbassins van mijn- en rioolterreinen. Anders dan zijn verwanten is hij een echte boomeend: hij rust overdag op takken boven het water en nestelt in boomholten, vaak in een dode paperbark aan de rand van een lagune. Open, boomloze graslanden mijdt hij.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Binnen het kaartvenster van deze gids beperkt tot het uiterste noordoosten. De kern ligt op Kaap York — de bezinkbassins van Weipa, Chilli Beach en Lockhart River — en sinds 2014 duiken vogels op tot Mission Beach in de Wet Tropics. In december 2011 verscheen er één bij Darwin, opnieuw meteen na een cycloon, en bij Melville Island is een kleine broedpopulatie vermoed. De eerste Australische waarneming dateert van maart 1995 bij Weipa, in het kielzog van cycloon Warren.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek van november tot januari, aan het begin van het natte seizoen, op de bezinkbassins bij Weipa; dat is de plek waar de soort het langst en betrouwbaarst zit. Loop elke troep fluiteenden door op een kleinere vogel met een effen grijs gezicht, en kijk omhoog: deze soort zit graag op een overhangende tak, waar de andere twee nooit komen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC), met een wereldpopulatie die op tien- tot vijfentwintigduizend vogels wordt geschat en die stabiel lijkt. In Australië gaat het juist vooruit: de soort heeft zich hier op eigen kracht gevestigd, breidt zich zuidwaarts uit en profiteert van de kunstmatige waterbekkens rond mijnbouw en dorpen. Bedreigingen van betekenis zijn er in het gidsgebied niet.

Wetenschappelijke naam

Dendrocygna guttata | Schlegel, 1866

Schlegel beschreef de soort in 1866, en wel meteen in Dendrocygna, zodat auteur en jaartal zonder haakjes blijven; de beschrijving staat in de catalogus van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie te Leiden, naar museummateriaal uit de Indische archipel. Het geslacht Dendrocygna werd in 1837 ingevoerd door Swainson en is samengesteld uit het Griekse dendron, 'boom', en het Latijnse cygnus, 'zwaan' — de boomzwaan, naar de rechte hals en het nestelen in bomen. guttata is Latijn voor 'met druppels bespat', van gutta, 'druppel', naar de vlekken op borst en flanken.