Alle soorten › Valkachtigen › Valken en caracara's › Grijze valk
Grijze valk | Falco hypoleucos
Grey Falcon | Halcón gris de Australia
De grijze valk is de zeldzaamste valk van Australië en een van de zeldzaamste roofvogels ter wereld: een bleke, gedrongen vogel van het dorre binnenland, met zwarte vleugelpunten in een verder volledig grijs kleed en met feloranje waslaag, oogring en poten. Met misschien duizend broedparen over een continent verdeeld is elke waarneming een gebeurtenis.
Geluid
Een schor, klokkend en janend gekakel dat aan de slechtvalk doet denken maar langzamer en dieper is: een luid, traag kek-kek-kek of kak-ak-ak-ak, vooral bij het nest en bij verdediging van het territorium. Buiten de broedtijd is de vogel zwijgzaam. Anders dan bij de grote bruine valk, die zich voortdurend laat horen, helpt geluid hier zelden — een zwijgende bleke valk is juist een reden om beter te kijken.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een stevige, tamelijk gedrongen valk met brede, aan de basis volle vleugels die niet scherp maar toch duidelijk spits toelopen, en een betrekkelijk korte staart. Het hele kleed bestaat uit grijstinten, van bijna wit op de ondervleugel tot bijna zwart op de buitenste handpennen: er zit nergens bruin of roestrood in. Van onderen ziet de vogel er tegen de lucht zeer bleek uit, met zwarte vleugelpunten die van boven prominent zijn maar van onderen nauwelijks opvallen; de staart is lichtgrijs met donkere bandering en een roomwitte punt. Het beslissende kenmerk zijn de kale delen: oogring, waslaag en poten zijn bij de volwassen vogel feloranjegeel, en de witte 'broek' bedekt de helft van de kale onderpoot. Jonge vogels missen dat oranje — hun poten zijn dofgeel — en zijn donkerder van boven met zwarte vlekken op flank en ondervleugel. Hij zweeft langdurig zonder vleugelslag en bidt nooit.
Verwarringssoorten
De bleekste grote bruine valken (Falco berigora) zijn de belangrijkste verwarringssoort en leven in hetzelfde binnenland: die hebben kortere broekveren waardoor de lange poot bloot blijft, blauwgrijze of vale poten in plaats van oranje, een traanstreep en een veranderlijk kleed met bruin erin, en ze zijn bovendien voortdurend luidruchtig. De slechtvalk (Falco peregrinus) is van boven veel donkerder leiblauw, heeft langere en scherper gepunte vleugels, een langere staart en een zwarte helm. De grijze havik (Tachyspiza novaehollandiae) en andere haviken hebben afgeronde vleugeltoppen met gespreide vingers, lange onbedekte poten en geen geel oogveld. De zwartschouderwouw (Elanus axillaris) toont zuiver witte binnenvleugel tegen scherp afgetekend zwart, waar de grijze valk juist geleidelijk van wit naar grijs verloopt.
Leefgebied
Het dorre en halfdorre binnenland met minder dan ongeveer 500 millimeter neerslag per jaar, en tegenwoordig vooral het deel onder de 250 millimeter: spinifexvlakten, mulga- en acaciastruweel, licht beboomde woestijnwoodland, Mitchellgrasland en gibbervlakte. Broeden doet hij uitsluitend in grote bomen langs binnenlandse kreken en rivierbeddingen — rivierrode gom en coolibah — waar hij verlaten takkennesten van kraaien en andere roofvogels gebruikt. De combinatie van boomloze jachtvlakte en een enkele boomrij met nestbomen is precies wat hem zo kwetsbaar maakt.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Endemisch voor Australië en verspreid over vrijwel het hele droge vasteland behalve Kaap York, maar overal in uiterst lage dichtheid. Het zwaartepunt ligt in het aride centrum en noorden: de kanaallanden van Zuidwest-Queensland, het binnenland van het Noordelijk Territorium, de Pilbara en de Gascoyne, en het verre westen van Nieuw-Zuid-Wales, vooral ten westen van de Darling. Het broedareaal is duidelijk teruggekrompen: vroeger tot binnen de 500-millimeterlijn, nu tot de echte aride zone. Tasmanië en Nieuw-Zeeland vallen buiten het areaal.
- Jaarrond
- Winter
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem langs de grote binnenlandse kreken in het aride centrum en let bij elke bleke valk eerst op de kale delen: oranje oogring, waslaag en poten sluiten de bleke grote bruine valk meteen uit. Twijfelt u op afstand, kijk dan naar de poten — bij de grijze valk verdwijnt de helft van de onderpoot onder de witte broek, bij de bruine valk steken de lange kale poten er ver onderuit. Meld elke waarneming bij de staatsdatabank; van deze soort telt bijna elke vogel mee.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar (VU) op de wereldlijst, en in verschillende Australische staten als bedreigd of zeldzaam geboekt. Het wereldtotaal wordt geschat op zo'n duizend broedparen, ongeveer tweeduizend volwassen vogels, waarvan Nieuw-Zuid-Wales er minder dan een kwart herbergt — daar wordt op vijftig tot tweehonderd volwassen vogels gerekend en zijn in een hele atlasperiode geen broedgevallen gevonden. De zwaarste druk komt van aantasting van het aride rangeland door overbegrazing en van het rooien van halfdroge bosschages, wat zowel de prooidichtheid als het aantal bruikbare nestbomen aantast; langdurige droogte doet territoria leeglopen en ook vergiftiging wordt als risico genoemd.
Wetenschappelijke naam
Falco hypoleucos | Gould, 1841
Gould beschreef de soort in 1841 als Falco hypoleucos, en in dat geslacht staat ze nog steeds, zodat auteur en jaartal zonder haakjes blijven. Het epitheton is Grieks: hupo-, 'onder, van onderen', en leukos, 'wit', dus 'wit van onderen' — precies het beeld dat een overvliegende vogel tegen de lucht geeft. De typelocatie is West-Australië. De Nederlandse en Engelse naam wijzen op de grijze bovenzijde, de Spaanse naam voegt daar het land aan toe om verwarring met andere grijze valken te vermijden.




