Alle soortenPapegaaiachtigenHalsbandparkieten › Groene kakariki

Groene kakariki | Cyanoramphus unicolor

Antipodes Parakeet | Perico de las antípodas

De groene kakariki is de grootste van het geslacht en de enige die helemaal geen rood of geel op de kop heeft: effen groen van kruin tot staart, met een zware bleekgrijze snavel. Hij leeft op één subantarctisch eilandje zonder bomen, loopt daar tussen de tussockpollen en eet niet alleen plantaardig.

Groene kakariki (Cyanoramphus unicolor)
Foto: no rights reserved — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een dieper en luider kok-kok-kok-kok-kok dan die van alle andere kakariki's — zwaar, traag en goed te onderscheiden. Daarnaast klinkt een reeks zachtere gebabbelde geluiden tussen vogels onderling. Op de Antipoden is de diepe roep meteen beslissend, want de andere parkiet van het eiland klinkt veel hoger.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Met tweeëndertig centimeter bij het mannetje en negenentwintig bij het vrouwtje, en gemiddeld honderddertig gram, veruit de grootste kakariki — bijna twee keer zo zwaar als een roodvoorhoofdkakariki. Het kleed is eenvormig groen zonder enig rood of geel op kop of stuit. De snavel is zeer groot en bleekgrijs, de vleugels breed en afgerond, met een bleekblauwe voorrand aan de buitenste handpennen. Het mannetje is duidelijk groter dan het vrouwtje.

Verwarrings­soorten

Op de Antipoden zelf gaat het alleen om reischeks kakariki (Cyanoramphus hochstetteri), die er ook voorkomt: veel kleiner, met een rode kruin en een rode oogstreep, dus zonder verrekijker al te scheiden. Alle andere kakariki's, waaronder de roodvoorhoofdkakariki (Cyanoramphus novaezelandiae) en de geelvoorhoofdkakariki (Cyanoramphus auriceps), hebben rood of geel op de kop en zijn kleiner en slanker van snavel; bovendien komt geen van hen op dit eiland voor.

Leefgebied

Hoog, dicht tussockgras en zeggen, vooral waar die op hellingen en langs beekjes staan; het eiland heeft geen bomen, dus hij foerageert grotendeels lopend over de grond en tussen de pollen. Hij nestelt in holen onder tussockpollen en in rotsspleten. Een deel van zijn voedsel is dierlijk: hij plukt vlees van kadavers van zeevogels en jaagt actief op broedende grijsrugstormvogeltjes.

Verspreiding en trek

Uitsluitend de Antipoden-eilanden, ruim zevenhonderd kilometer ten zuidoosten van Stewart Island: gewoon over het hoofdeiland Antipodes Island van ruim tweeduizend hectare, en in kleiner aantal op Bollons Island en de andere satellieten. Hij komt verder nergens ter wereld voor, ook niet als zwerver op de andere subantarctische eilanden van Nieuw-Zeeland.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Het eiland is gesloten natuurreservaat en alleen met vergunning te bereiken, dus in de praktijk zie je de soort vanaf een expeditieschip of tijdens beheerwerk. Kijk dan naar beneden in plaats van omhoog: de vogels lopen tussen de tussock en komen op open plekken en bij de hutten. Hoor je een parkiet, let op de toonhoogte — diep en langzaam is deze soort, hoog en snel reischeks kakariki.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar (VU), met een stand die op duizend tot tweeduizend vogels wordt geschat en die in Nieuw-Zeeland als van nature zeldzaam te boek staat. Het hele areaal past op één eiland, zodat een enkele invasie van een roofdier de soort kan wegvagen. De grootste ingreep tot nu toe was de uitroeiing van de huismuis, die het eiland sinds de negentiende eeuw bezette: bij de operatie Million Dollar Mouse werd in 2016 gif uitgestrooid en in 2018 werd het eiland muisvrij verklaard, waarbij tijdens de operatie een reservegroep vogels in Nieuw-Zeelandse dierentuinen werd gehouden. Strikte quarantaine bij elke landing moet voorkomen dat er opnieuw een knaagdier aan wal komt.

Wetenschappelijke naam

Cyanoramphus unicolor | (Lear, 1831)

Lear beschreef de soort in 1831 als Platycercus unicolor, in zijn Illustrations of the family of Psittacidae; door de overplaatsing naar Cyanoramphus staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het epitheton is Latijn voor 'eenkleurig', naar het effen groene kleed zonder de rode en gele koptekening van de verwanten. Er werd geen vindplaats opgegeven; die wordt nu als Antipodes Island opgevat.