Alle soortenPapegaaiachtigenHalsbandparkieten › Dubbeloogvijgpapegaai

Dubbeloogvijgpapegaai | Cyclopsitta diophthalma

Double-eyed Fig Parrot | Lorito dobleojo

De dubbeloogvijgpapegaai is de kleinste papegaai van Australië: een propje van veertien centimeter, grasgroen, met een onevenredig grote kop en zware snavel en een staart die zo kort is dat de vogel in de vlucht bijna staartloos lijkt. Op het gezicht staat een patroon van rood en blauw dat per ondersoort verschilt. Hij leeft van vijgen, hoog in de regenwoudkroon, en verraadt zich eerder door vallende vijgenresten dan door zijn stem.

Dubbeloogvijgpapegaai (Cyclopsitta diophthalma)
Foto: Rachelle Haun — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is hoog, kort afgebeten en verrassend weinig papegaaiachtig: een scherp tsiet-tsiet of zzzt-zzzt van twee of drie noten, meestal in de vlucht gegeven terwijl de vogels snorrend over de kroonlaag schieten. Etende vogels zijn vrijwel stil; het enige geluid is dan het geknaag aan de vijgen en het geritsel van vallende stukjes vrucht. Bij het uithakken van een nestholte klinkt een zacht, regelmatig getik.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een minuscule, gedrongen papegaai met een zware, bolle kop, een dikke grijze snavel en een vrijwel onzichtbare staart; het silhouet is topzwaar en rond, met brede, afgeronde vleugels en een snelle, snorrende, rechte vlucht. Het lichaam is effen grasgroen, geler op de buik, met blauw in de schouder en op de slagpennen. Het gezichtspatroon verschilt per ondersoort: bij macleayana van de natte tropen heeft het mannetje een rood voorhoofd met een blauwe band erboven en een rode wang met blauw eronder, terwijl het vrouwtje op de wang bruingeel is; bij marshalli van Kaap York is het rood op het gezicht uitgebreider; bij de bijna verdwenen coxeni uit het zuidoosten is het gezicht grotendeels blauwgroen met alleen een klein rood vlekje aan de zijkant. Vrouwtjes hebben overal minder rood en meer zilverblauw dan mannetjes.

Verwarrings­soorten

De dwerglori (Parvipsitta pusilla) is even klein en ook groen met rood in het gezicht, maar heeft een spitse staart, smallere vleugels en een dunne, krijsende roep, en zijn rood staat als een masker rond snavel en oog in plaats van in losse vlakken. De schubbenlori (Trichoglossus chlorolepidotus) en de regenbooglori (Trichoglossus moluccanus) zijn duidelijk groter, langer van staart en veel luidruchtiger. Het kenmerk dat altijd werkt is de vorm: geen andere papegaai in het Australische regenwoud is zo bol van kop en zo kort van staart dat hij in de vlucht op een hommel lijkt.

Leefgebied

Tropisch regenwoud en de randen ervan, moessonbos en lianenstruweel, en rivierbos met vijgen langs de kreken; in de natte tropen ook straten, parken en tuinen van Cairns en op het Athertonplateau, zolang er vruchtdragende vijgen staan. Zijn voedsel bestaat vooral uit de zaden in de vijgen van wurgvijgen en verwante soorten, aangevuld met bessen, nectar en houtborende insectenlarven. Anders dan bijna alle andere papegaaien gebruikt hij geen bestaande holte maar hakt hij zelf een nestkamer uit in een zachte, rotte stam of een dode tak.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Drie van elkaar gescheiden gebieden aan de oostkant van het continent. In het noorden zit marshalli op het Kaap York-schiereiland, rond de Iron Range en de McIlwraith Range. Het grootste en talrijkste gebied is dat van macleayana in de natte tropen, van Cooktown zuidwaarts tot ongeveer Paluma en Townsville, met Cairns en het Athertonplateau als kerngebied. Ver naar het zuiden resteert coxeni tussen Gympie en de Blackall Range in Zuidoost-Queensland en het noordoosten van Nieuw-Zuid-Wales tot aan de Macleay River. Hij komt niet in Nieuw-Zeeland voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek een grote vruchtdragende wurgvijg langs een regenwoudpad of in een straat in Cairns en kijk niet naar de vogels maar naar de grond: een regen van afgeknaagde vijgenschilletjes verraadt ze. Ga vervolgens met de kijker de takken direct boven die plek langs, want ze eten roerloos en stil en zijn in het groene blad vrijwel onzichtbaar. In de vlucht is het geluid het enige aanknopingspunt: dat scherpe tsiet-tsiet hoog over de kroon is bijna altijd deze soort.

Staat van instandhouding

De soort als geheel is niet bedreigd (LC) en de vorm van de natte tropen is plaatselijk gewoon, maar de zuidelijke ondersoort coxeni is een van de meest bedreigde vogels van Australië. Sinds 1866 zijn er minder dan tweehonderd aanvaarde waarnemingen, en bij de laatste inschatting bleven er vermoedelijk niet meer dan honderd volwassen vogels over, verspreid over losse bosresten. De oorzaak is het vrijwel volledig verdwijnen van het laaglandregenwoud van Zuidoost-Queensland en Noordoost-Nieuw-Zuid-Wales, gekapt voor landbouw en woningbouw, en de versnippering van wat overbleef, waardoor de vijgenbomen in het jaar niet meer als aaneengesloten voedselnetwerk werken. Zowel Queensland als Nieuw-Zuid-Wales en de Australische rijksoverheid voeren hem als bedreigd.

Wetenschappelijke naam

Cyclopsitta diophthalma | (Hombron & Jacquinot, 1841)

Hombron en Jacquinot beschreven de soort in 1841 als Psittacula diophthalma; omdat ze later naar een ander geslacht verhuisde, staan auteurs en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cyclopsitta werd in 1850 ingevoerd door Reichenbach en combineert de Griekse cycloop, de eenogige reus, met het Latijnse psitta, 'papegaai'. Het epitheton diophthalma betekent 'tweeogig', naar de twee oogachtige kleurvlekken op het gezicht — precies wat ook de Nederlandse en de Engelse naam uitdrukken. De typelocatie is de zuidkust van Nieuw-Guinea, nader bepaald als Tritonbaai.